*

 

Kortademige kasteelroman

Frits van Exter (fvanexter@trouw.nl) − 15/03/03, 00:00

Mensen kiezen er niet alleen voor om bij de krant te werken, ze kunnen ook besluiten daar weer mee op te houden. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, besef ik nu in korte tijd enkele collega's vertrekken. Niet omdat zij met pensioen gaan maar omdat zij na vele jaren Trouw een wending willen geven aan hun loopbaan en leven. Zij zeggen de dagbladjournalistiek vaarwel.

Een collega zoekt de vrijheid van het schrijven. Zij heeft boeken in haar hoofd, diepgravende interviews en reportages. Haar toekomst zal misschien onzeker zijn, maar zij kan zich tenminste geheel wijden aan wat zij het liefste doet.

Een ander stapt over naar een tijdschrift. Hij heeft geen hoofdredacteur meer waar hij verantwoording aan hoeft af te leggen; hij is nu zelf hoofdredacteur. Met een kleine ploeg kan hij 'zijn' blad gaan maken.

Een derde heeft moeten kiezen voor een leven waarin hij de zorgen thuis de noodzakelijke aandacht kan geven.

En een vierde collega is tot de conclusie gekomen dat zij buiten de dagbladjournalistiek een wezenlijker bijdrage kan leveren aan de samenleving: zij staat sinds kort voor de klas.

Je ziet ze niet graag gaan, maar je begrijpt ze wel. In een week waarin wij ons met Idols, Irak, Margarita, statenverkiezingen en de vogelpest hebben bezig te houden, kun je gaan twijfelen over bedoeling en betekenis van de dagbladjournalistiek. Op de avond dat wij afscheid namen van een collega werd de premier van Servië vermoord. Maar in Nederland leken alle ogen gericht op de publieke tribune van de Tweede Kamer waar een jong paar demonstratief had plaatsgenomen om getuige te zijn van de staatsrechtelijke ontreddering die het teweeg had gebracht door naar de media te stappen. Het actualiteitenprogramma Nova had de hele uitzending daarvoor ingeruimd maar zag haar zorgvuldig bewaakte primeur (een interview) alsnog de mist ingaan omdat het paar aangifte moest doen bij de politie na een wilde achtervolging door journalisten, of lieden die menen dat zij journalisten zijn.

Het is een vaak gehoorde klacht maar soms kun je haar slechts beamen: het nieuws wordt opgediend als een kortademige kasteelroman, een vluchtig vermaak waarin goeden en kwaden, winnaars en verliezers, elkaar sneller afwisselen dan in menige soap-serie. Jamai is ondergedoken in een vakantiebungalow, maar Osama bin Laden schijnt weer gesignaleerd te zijn. Kippenboer Hardeman zit op zijn eieren, advocaat Nicolaï op zijn bewijzen, dictator Saddam op zijn chemische wapens. Balkenende liet zich souffleren, Van Bommel moest inbinden, maar wat had de Tweede Kamer die nacht nu eigenlijk besloten?

Het kost soms grote moeite om nieuws nog in redelijke proporties te zien. Op de redactie kampen wij daar ook mee. Op de maandagse evaluatie bogen wij ons over de vraag of het verslag van de finale van Idols niet te ver weggestopt was op pagina 4. Je kunt het wel flauwekul vinden of een door marketingstrategen uitgekiende hype, betoogde een criticus, maar miljoenen hebben ernaar gekeken en iedereen praat erover. Ook mijn zonen (10 en 12 jaar) hadden mij bij het ontbijt daar al voor op de vingers getikt. In het weekeinde hadden zij de speciale Idols-bijlage van De Telegraaf gespeld waardoor zij weer niet waren toegekomen aan oorlog en vrede in Letter & Geest.

Nu was Idols niet geheel aan ons voorbijgegaan. Onze muziekredacteur had geschreven over de zangkwaliteiten van kandidaten, een mediaredacteur had de commerciële machinerie daarachter belicht en een collega (veteraan in de politieke en economische berichtgeving) had zich tot zijn eigen verbazing door een menigte idolaten op de Dam geworsteld om verslag te doen van een persconferentie van Jamai en Jim. Als hij ze nu ook nog een vraag had gesteld was hij bij zijn kinderen nog meer in achting gestegen.

Dus soms begrijpen wij onze vertrekkende collega's wel. De achterblijvers rest niets anders dan door te zoeken naar het juiste evenwicht tussen nieuws en vermaak, praat en prietpraat, zaken waarvan men spreekt en zaken die ertoe doen. Het moet allemaal zijn plek krijgen in de krant, zoals het ook een plek moet krijgen in het hoofd van de lezer.

mailIcon print |