Het is krap in het kleine zaaltje van de militaire rechtbank in Jaffo. De acht houten banken bieden plaats aan 24 mensen. De rechter komt binnen. 'Opstaan' klinkt het bevel, en daarna 'zitten'. Met zijn vieren in een bank gaat ook nog net, de rest moet van de militaire griffier weer naar buiten. Vooraan, tussen zijn vader en een soldaat van de militaire politie, zit Joni. Dienstweigeraar, twintig jaar, paars verbleekt T-shirt, spijkerbroek, en een jongensachtige verlegen lach, grote ogen, groen, net als de kleur van de zee bij Jaffo die dag.
Vlakbij aan het strand hebben de Amerikanen hun Patriots opgesteld - de oorlog nadert.
,,Ik, Jonathan Ben Artzi, weiger in het leger te dienen op grond van pacifisme. Ik geloof vanuit het diepst van mijn hart in geweldloosheid, al vanaf mijn vroege jaren. Sindsdien is het een alomvattende politieke en filosofische overtuiging geworden. Vanwege mijn overtuiging wil mijn land me in de gevangenis zetten, in strijd met het internationaal recht, morele basiswaarden en mensenrechten. Ik zal naar het gevang gaan met opgeheven hoofd, in de wetenschap dat dit het weinige is dat ik kan doen om mijn land tot een beter land te maken.''
Dat was de verklaring die Ben Artzi voorlas op zijn eerste militaire rechtszitting in augustus. Tweehonderdenvijftien dagen en zeven zittingen later sleept de zaak zich voort in wat nu al Israëls langste rechtszaak tegen een dienstweigeraar is. Zijn advocaat en zijn ouders zijn ervan overtuigd dat het leger Joni tot testcase heeft gemaakt, om andere dienstweigeraars af te schrikken. Maar kennelijk hebben ze de verkeerde te pakken en dat iets te laat ingezien. De 'adviezen' aan Joni, ook vanuit het leger, om zich te laten afkeuren door de psycholoog - ,,en dan is de hele zaak in één keer opgelost'' - slaat Joni keer op keer af. De dreigementen - 'Je komt in een gevangenis waar het niet altijd even fris toegaat' - hebben hem niet afgeschrikt. Evenmin als het gesprek met een officier - 'Ik praat met je als vriend' - die hem een 'hele makkelijke dienst, zonder wapens' beloofde, hem kon overtuigen.
,,Joni is nog even zeker van zijn zaak als op de eerste dag, zekerder zelfs'', zegt zijn moeder. Joni zelf praat op aanraden van de advocaat niet met de pers. Zijn ouders, Ofra en Matanja, dienen als zijn woordvoerders, met niet minder overtuiging.
,,Joni is al pacifist sinds zo ongeveer de kleuterschool'', zegt vader Matanja Ben Artzi. Hij is hoogleraar wiskunde aan de Hebreeuwse universiteit en toevallig ook nog de oudste broer van Sara Netanjahoe, de vrouw van oud-premier Bibi Netanjahoe. De jongere broer Chagai is een bekend kolonist.
,,Dit soort verdeeldheid komt in de beste families voor'', lacht Matanja. ,,Wist je dat de vier broers van Lincoln aan de kant van de Confederatie hebben gevochten?'' Hij en zijn vrouw zijn links georiënteerd, maar geen pacifisten. Matanja heeft vroeger zelfs enige tijd als wiskundige in de militaire industrie gewerkt.
De oudere broer en zus van Joni hebben gewoon in het leger gediend, zijn zus bij de luchtmacht, zijn broer bij de marine. Bij Joni lag het anders, van het begin af aan. Naar eigen zeggen wist hij altijd al dat hij geen geweer in handen zou nemen. Toen hij als tiener de oneindige massagraven bij Verdun zag, diende dat als bevestiging van zijn overtuiging.
Ofra werkt veel met Palestijnen. Ze geeft Hebreeuwse les. In de jaren negentig, de jaren van bijna-vrede, maakten ze veel gezamenlijke uitstapjes op de vrije zaterdagen en soms zelfs hele weekeinden. ,,Joni is met Palestijnen opgegroeid, ze zijn onze vrienden'', vertelt Ofra. ,,Hij is een rustig en sterk kind. Op school hebben we nooit enig probleem met hem gehad, hij was een goede leerling, een beetje introvert, maar ook sociaal. Alleen als hij het ergens niet mee eens was, liet hij het er niet bij zitten.'' Zoals tijdens het schoolreisje naar Galilea, waarbij de bus door bezet gebied zou rijden. Joni vroeg de lerares of de route kon worden gewijzigd. Die antwoordde dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, want de Palestijnen op de westelijke Jordaan-oever hadden toch net een uitgaansverbod. Joni legde uit dat het hem er niet om ging of het gevaarlijk was, maar dat hij weigerde in een bus vol uitgelaten kinderen te zitten terwijl andere kinderen vanachter hun gesloten ramen moeten toekijken. Joni bleef als enige thuis.
Of die andere keer dat zijn klas voor een kennismakingsbezoek naar een legerkamp ging. Het is deel van het Israëlische onderwijs en de meeste kinderen vinden zo'n bezoek aan een echt legerkamp prachtig. Joni weigerde niet alleen, hij eiste ook dat zijn ouders het geld dat de school voor de cursus betaalde, vergoed zouden krijgen en dat ook een Arabisch klasgenootje, dat letterlijk de militaire bus uit werd gegooid, zijn geld terugkreeg. De school - een van de betere in Israël - nam wraak door Joni het diploma van zijn eindexamen te onthouden. Pas na een juridisch gevecht haalde Joni zijn gelijk.
Nu hoopt hij opnieuw het gevecht te winnen. Hij heeft zich inmiddels al tot het hooggerechtshof gewend, omdat hij meent dat het leger niet het recht heeft hem te beoordelen.
,,Hoe kunnen generaals nu oordelen over de beweegredenen van een pacifist. Het is alsof je een varkenshouder vraagt om over de Joodse spijswetten te oordelen'', zegt Matanja. Het leger deed vroeger ook lang niet zo moeilijk, weet hij uit ervaring. In 1980 werd hij zelf veroordeeld omdat hij weigerde in de bezette gebieden te dienen. ,,Dienstweigeren was toen heel ongebruikelijk en het leger prefereerde de zaak altijd stilletjes te regelen. Matanja was opgeroepen om als reservist te dienen in de buurt van Nabloes. ,,Ik zag hoe ze de Palestijnen vernederden bij de wegversperringen. Daar wilde ik niet aan mee doen.'' Het leger plaatste hem over naar Tel Aviv.
De zaak van Joni ligt principieel anders. Weigeren om in de bezette gebieden te dienen komt vaker voor. Totaalweigeren is in Israël zeer uitzonderlijk. Het aantal principiële dienstweigeraars is momenteel op de vingers van twee handen te tellen. Vreemd genoeg kent de Israëlische wet ruime vrijstellingen en is het ontduiken van de dienstplicht niet al te moeilijk. Meisjes kunnen op grond van hun geloof vrijstelling krijgen. In de praktijk dient nog geen twintig procent van de vrouwen de voorgeschreven 24 maanden. En bij de mannen dient nog maar vijftig procent de verplichte drie jaar. Jongens krijgen vrijstelling als ze op een bijbelse leerschool (Jesjiewa) studeren. Het leidt tot enorm gesjoemel met fictieve inschrijvingen, waarbij de religieuze studenten - tot woede van de seculiere Israëliërs - ook nog eens op staatskosten studeren. Juist die woede over dit 'onrecht' heeft de antireligieuze Sjinoeipartij bij de verkiezingen vele stemmen opgeleverd. Daarnaast kun je afgekeurd worden om psychologische redenen of als je een strafblad hebt. En de Arabische burgers van Israël zijn a priori vrijgesteld. Daar zit een dubbele gedachte achter: ze zijn niet te vertrouwen in de strijd met hun Palestijnse broeders aan de andere kant van de grens én: het is immoreel ze te laten strijden tegen hun Palestijnse broeders.
Jaren wordt er al gesproken over het opzetten van een soort alternatieve 'nationale dienst', waarbij jongeren bijvoorbeeld in ziekenhuizen kunnen dienen. ,,Als we dat kunnen bewerkstelligen, zijn we een stuk verder'', meent Matanja. Maar ook in deze blijft Joni principieel. Hij wil in geen geval deel uitmaken van het militaire complex, dus ook niet als soldaat in een ziekenhuis dienen. Het moet een gescheiden systeem zijn, onafhankelijk van het leger. ,,Het gekke is'', zegt Mattanja, ,,dat we hier in Israël de grootste bewondering hebben voor mensen die in opstand komen tegen het systeem. Andrei Sakaharov, Anatoli Sjaranski - ze zijn nationale helden. Maar als het hier in Israël zelf gebeurt, dan deugt het ineens niet.''
Het leger weigert tot nu toe zelfs Joni's pacifisme te erkennen. Joni had het recht voor een Israëlische gewetenscommissie te verschijnen. Toen hij de kamer binnenwandelde ontdekte hij dat de hele commissie uit legerofficieren bestond. Die kwamen na een korte ondervraging tot de unanieme conclusie dat Joni onmogelijk een pacifist kon zijn vanwege zijn 'strijdlustige verzet tegen de dienst'.
Dag 215. Voor het militaire hof in Jaffo betwist de advocaat de rechtmatigheid van de zitting. Het wachten is ook op een uitspraak van het hooggerechtshof, dat moet uitmaken of het leger het recht heeft een dienstweigeraar te veroordelen. De militaire rechter schort zijn uitspraak op. Joni gaat voorlopig terug naar een kazerne vlakbij de Libanese grens, tot de volgende zitting.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.