De pluimveesector staat met de rug tegen de muur. De uitbraak van de vogelpest kost de boeren veel geld. Misschien wel zoveel dat een behoorlijk aantal boeren failliet gaat, voorspelt voorzitter Jan Wolleswinkel van de Nederlandse organisatie van pluimveehouders (NOP).
,,We krijgen wel vergoeding voor de geruimde kippen, maar straks staan de stallen leeg en is er voor misschien wel een half jaar geen inkomen. Daar is niets voor geregeld'', zei Wolleswinkel deze week tegen het Agrarisch Dagblad.
Als belangenorganisatie probeert de NOP de geleden schade zoveel mogelijk bij de overheid verhaald te krijgen. Enige overdrijving zal de NOP daarom niet vreemd zijn. ,,Nee, de uitspraken van Wolleswinkel kloppen wel'', verzekert dr. Ruud Huirne, hoogleraar agrarische bedrijfseconomie aan de Wageningen Universiteit. ,,De pluimveesector is een zeer kapitaal-intensieve sector. Door de grote concurrentie, ook uit het buitenland, zijn de marges erg klein. Dat is al tientallen jaren zo. Dus veel financiële rek zit er niet in.''
De pluimveesector kent een zeer korte cyclus. Bij vleeskuikens wordt iedere negen weken het totale bestand aan kippen - gemiddeld 60 000 per bedrijf - bij de boer vernieuwd. Bij leghennen is dat iets langer, 14 maanden. Door die snelle omloop van broedei tot geslachte kip of van broedei via leghen naar consumptie-ei is de keten zeer van elkaar afhankelijk. Huirne: ,,Vandaar dat de pluimveesector de eerste agrarische sector was waar de keten snel integreerde. Dat vrije-cowboygevoel kon niet meer. Nu wordt veel op basis van contracten gedaan. Dat geldt niet alleen voor de aflevering van producten, maar ook bij de bestelling van nieuwe kippen, want je stallen moeten na aflevering bij de slachter weer vol. Dagen leegstand is omzetverlies. Je kunt je dan wel voorstellen dat een flinke verstoring van dat precaire evenwicht in de keten, zoals nu met de vogelpest, een grote schok is. Zeker als dat wat langer gaat duren.''
Volgens Alfred van Lenthe van het Productschap voor pluimvee en eieren maakt een gemiddelde vleeskuikenhouder per jaar 630 000 euro aan kosten. Daarvan is zo'n tien procent - 66 000 euro - vaste lasten, zoals voer, water, elektra en inkoopkosten dieren. Die lasten gaan door - ook als de productie, zoals nu bij een vervoersverbod, stilstaat. Wekelijks lijdt een vleeskuikenboer daardoor 1250 euro schade. Daarbij moeten nog de uitgaven voor gezinsonderhoud worden geteld.
Als belangrijkste financier van de agrarische sector had de Rabobank vorig jaar in deze branche voor 17,7 miljard euro aan kredieten uitstaan. De pluimveesector staat voor 534 miljoen euro bij de bank in het krijt. Volgens woordvoerder Bert van Wanrooij van de bank zijn er nu nog geen problemen te melden. ,,Als het vervoersverbod nog weken aanhoudt zullen wij onze verantwoordelijkheid nemen. Met de plaatstelijke filialen hebben we al afgesproken dat aflossingen van leningen zonodig kunnen worden opgeschort.''
Over eventuele faillissementen wil de Rabo-zegsman niets kwijt. ,,Dat is erg afhankelijk van de duur van de crisis. Natuurlijk, als de ziekte zich uitbreidt met alle beperkingen van dien, dan lopen de kosten flink op en gaan er klappen vallen. Maar het is een veerkrachtige sector die weet om te gaan met de nodige schommelingen.''
Agrarisch bedrijfseconoom Huirne vindt dat de risico's van dierziekten niet volledig op de sector kunnen worden afgewenteld. ,,Het bestrijden van dierziekten is een verantwoordelijkheid van de overheid. Anders gaan de boeren op hun eigen houtje maar wat aanrommelen. Dat wordt niks. Bij deze crisis is de overheid in het begin niet goed te werk gegaan. Dat heeft schade veroorzaakt. In tegenstelling tot de mkz-crisis smeken de kippenboeren de overheid om snel te ruimen. En dan nog zullen sommigen het niet overleven. De overheid moet dan zijn verantwoordelijkheid nemen. Beter nog is een structurele oplossing te zoeken, waarbij overheid en sector afspreken hoe de risico's te spreiden. Dat houdt beide partijen alert. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een fonds zoals de akkerbouwers die kennen. Dat keert uit bij oogstschade door slecht weer.''
Dat naar aanleiding van de vogelpest de discussie over de intensieve veeteelt weer oplaait in Nederland is terecht, vindt Huirne. ,,Die vele beesten op een kleine ruimte geeft extra problemen met de ziekte en er moet weer een hele machinerie uitrukken om het te bestrijden. Dat kan anders. En boeren zijn steeds meer bereid dat te doen. Die willen best minder beesten op hun grond laten lopen en meer kwaliteit leveren. Ook wil hij voldoen aan de eisen van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid die steeds meer worden gesteld. Maar dan moet de consument er ook voor betalen. De voordelen van technologische vernieuwingen komen niet bij de boer terecht, maar bij de consument. Een ei is, gecorrigeerd naar inflatie, goedkoper dan 20 jaar geleden. Daar komt een boer niet mee uit. Dus óf de consument is bereid te betalen voor de eisen die hij als burger stelt, óf hij gaat voor goedkoop voedsel en krijgt dan de landbouw die hij verdient.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.