Stel je bent een beetje aan het einde van je loopbaan. Je bent een zeer goede voetballer geweest en je hebt je land maar liefst 150 maal verdedigd in de National Mannschaft. De club waar je speelt, biedt je een grootse afscheidswedstrijd aan. Met bloemen, speeches, tranen en later een zeer, zeer goed gevulde enveloppe. Als bewijs van goed gedrag, laten we het daarop houden.
Soms kan een mens gekke dingen doen. De berichtgeving rond de Duitser Lothar Matthaüs van de afgelopen dagen is daar een bewijs van. De wedstrijd die Bayern Munchen hem aanbood werd op 26 mei 2000 gespeeld en nu wil de ex-speler ineens een grote zak poen van de club zien (maar liefst een half miljoen euro) omdat er niet goed afgerekend is.
Er zijn twee mogelijkheden. Of Matthaüs heeft gelijk en heeft dus inderdaad recht op dat geld, of de club heeft gelijk en de zaak is al lang afgehandeld.
Bij Bayern heeft men, nadat Matthaüs met een rechtszaak kwam aanzetten, verschrikt, geschokt zelfs en ook boos gereageerd: hoe was het mogelijk dat deze man (thans trainer van Partizan Belgrado) op deze manier staat na te trappen.
In de voetbalwereld moet je ongeveer niemand echt vertrouwen, maar hoe zit dat hier? Dat is een interessante vraag nietwaar?
Matthaüs heeft zijn hele leven een zweem van onsympathieke egotripperij rond zich gedrapeerd gevoeld; niet alleen in Nederland, maar eigenlijk in de hele voetbalwereld. Er waren teamgenoten die hem konden schieten, er werden moppen over hem verteld in de Duitse samenleving die er niet om logen, maar de man bleef als voetballer kaarsrecht overeind, speelde voor volk en vaderland en kreeg ook golven sympathie te verwerken.
Alles rond hem leek dualistisch; hij was een ietwat domme, primair reagerende man die goed kon voetballen en onverzettelijkheid aan soms geveinsde naïviteit koppelde.
Zijn inzet en duurzaamheid deden het goed bij het simpele voetbalvolk, in andere rangen werd zijn simpele levenswijze en zijn zichtbare patserdom meedogenloos afgewezen.
Omdat diverse stappen in zijn privéleven ook niet geheel onbesproken bleven en de Duitse roddelpers Matthaüs altijd al als een enorme prijsvis gevolgd heeft, werd zijn leven hectisch en soms smerig en ordinair.
Bij Bayern, de trots van Zuid-Duitsland en als club onaantastbaar, totdat de resultaten in de thans lopende Champions League-strijd bitter tegenvielen, heeft men de voetballer lange tijd de hand boven het hoofd gehouden. De afscheidswedstrijd was een voorbeeld van de (misschien wel gespeelde) warmte die men voelde voor het voetbaldier Matthaüs, maar de gevolgen nu zijn buitengewoon bespottelijk.
Typisch Matthaüs, zegt kritisch Duitsland. Typisch de egocentrische, domme voetballer die nu met advocaten en een rechtszaak zijn financiële gelijk wenst te halen.
,,Hij komt er nooit meer in, hij kan hier niet eens terreinknecht worden'', heeft men bij Bayern geroepen en de stellingen zijn betrokken.
Moet je zo maar de club en diens grote namen van bestuursleden en managers volgen? Of blind achter de speler aanlopen?
Matthaüs heeft de schijn tegen. Zijn leven is altijd een ratatouille aan uitglijders, topprestaties, misverstanden en kleine, opgeklopte rellen geweest.
Zijn laatste acties zijn duidelijk: hij wil het onbetrouwbare van zijn vroegere vrienden aantonen, nu zelfs met een rechtbank als steun in de rug.
Ik ben nooit fan geweest van de voetballer, als mens vond ik hem een vreemde Pinokkio, maar is hij zo dom en desperaat dat hij de acties van nu op de bonnefooi doet? Zal de schuld hier niet ergens in het midden liggen. Daar waar met groot geld gewerkt wordt in de voetballerij staan overal types klaar die ergens iets in hun zak steken.
Dat gebeurt bij Bayern, dat gebeurt in de buurt van Matthaüs; wees daar zeker van.
Het is nu, om het simpel te stellen, het woord van Bayerns Ulli Hoeness of het woord van de naar Belgrado uitgeweken vroegere vedette.
Van wie koop je liever een tweedehands auto?
U zegt? Geen van beiden. Of toch die Hoeness? Schijn kan altijd bedriegen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.