*

 

Hun bijzondere verhaal: Ministers van Onderwijs

(IW) − 08/02/03, 00:00

Wat moet je doen om een goede minister van onderwijs te worden? Is een lerarenopleiding de meest ideale vooropleiding? En zou je daarna ook nog docent moeten worden, zoals Van der Hoeven, zodat je uit eigen ervaring weet wat er speelt? Wat hebben haar voorgangers gedaan?

Loek Hermans was tijdens zijn studie politicologie al gemeenteraadslid voor de VVD in Nijmegen én leraar maatschappijleer. Op 26-jarige leeftijd kwam hij in de Tweede Kamer terecht, wat het einde betekende van zijn korte loopbaan in het onderwijs. Na dertien jaar lang kamerlidmaatschap, werd hij burgemeester van Zwolle en vervolgens commissaris van de koningin in Friesland. In 1998 kwam hij terug in Den Haag, als onderwijsminister in Paars II. Echt grote veranderingen heeft hij daar nooit doorgevoerd. Met de invoering van het bachelor-masterstelsel en zijn falende aanpak van de hbo-fraude heeft hij nog het meeste naam gemaakt.

Van 1989 tot 1998 was prof.dr.ir. Jo Ritzen (PvdA) de minister van onderwijs. Hij studeerde natuurkunde en daarna economie. Voordat hij minister werd had hij zijn sporen in het onderwijs wel al verdiend, onder meer als hoogleraar in Berkeley (USA), Nijmegen en Rotterdam. Met het ministerschap had hij iets meer moeite, vooral door de enorme bezuinigingen. Na een paar jaren werken bij de Wereldbank in Washington, is hij inmiddels weer terug in het onderwijs: als voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht.

Wim Deetman (CDA) - minister van 1982 tot 1989, en daarna jaren voorzitter van de Tweede Kamer - was een van de daadkrachtigste ministers van onderwijs. Berucht werd hij doordat hij de salarissen van leraren verlaagde. En door zijn overhaaste invoering van het nieuwe studiefinancieringstelsel waarin elke student een basisbeurs kreeg. Hij studeerde net als Hermans politicologie. Zijn eerste contact met het onderwijs was op zijn 23ste als medewerker bij de Besturenraad, de organisatie van het christelijk onderwijs. Daarna was hij gemeenteraadslid, vervolgens kamerlid en staatssecretaris, en daarna dus minister. Sinds 1 december 1996 is Deetman burgemeester van Den Haag.

mailIcon print |