PARIJS - Het gelijkspel weerspiegelt de verhoudingen. Pieter van den Hoogenband excelleert als sprinter; Ian Thorpe is de strateeg met de grotere inhoud.
Daarom kwam de Nederlander tijdens de titanengevechten in Parijs vrijdag op de 100 meter als onbetwist triomfator uit het water en kreeg hij een dag later op de dubbele afstand een pak slaag van de Australiër.
De illusie dat het komende zomer tijdens de WK anders zal zijn, bestaat in het Eindhovense kamp niet. Slechts eenmaal in zijn loopbaan hield Van den Hoogenband de voorsprong die hij traditioneel tijdens een 200 meter opbouwt ten opzichte van Thorpe vast. Dat was in het hol van de leeuw tijdens de belangrijkste wedstrijd, de Olympische Spelen in Sydney.
Een jaar later waren de verhoudingen op de 200 meter genormaliseerd. Tijdens de WK in Fukuoka werd Thorpe 'gewoon' wereldkampioen, met Van den Hoogenband in zijn spoor. Verontrustender was dat andere mondiale zilver van de tweevoudig olympisch kampioen, dat op de 100 meter. De verrassend op baan twee opkomende Anthony Ervin voorkwam dat VdH in Japan zijn eerste wereldtitel veroverde.
Vandaar dat dit seizoen alles in dienst staat van het opvullen van die leemte in de prijzenkast. Daarbij wordt niet gegokt op twee paarden. Indien Van den Hoogenband zich in juli te Barcelona op het koningsnummer laat kronen als wereldkampioen, is het doel bereikt. Alles wat de 200 meter vervolgens oplevert, is meegenomen.
Zaterdag in Parijs was het verschil tussen de twee zwemgiganten overduidelijk. Als vanouds opende de Eindhovenaar in de hogere slagfrequentie het snelst, maar de voorsprong was na 125 meter te vroeg verdwenen. ,,Daar liepen mijn benen vol'', aldus de Nederlander. ,,Ik heb het nog vijftig meter kunnen rekken, daarna lag ik stil.''
Het verschil bij het aantikken aan de kade was 1.3 seconden. De 1.43,16 van Van den Hoogenband was weliswaar zijn snelste tijd van dit wereldbekerseizoen, het resultaat was licht teleurstellend. ,,Hij had onder de 1.43 moeten zwemmen'', aldus coach Verhaeren. ,,Dat had hij ook gedaan als Thorpe hem niet zo vroeg voorbij was gegaan. Iemand die wordt ingehaald, gaat altijd langzamer zwemmen.''
Een troost, zij het een schrale, is dat Thorpe zijn tegenstander toevertrouwde niet meer zo'n pijn te hebben geleden sinds de Spelen van Sydney. Waarmee duidelijk is dat de onderlinge duels de Australiër niet zo koud laten als hij doet voorkomen.
Komend weekeinde staan in Berlijn de laatste twee sparringduels op de rol. Daar wil Van den Hoogenband een aanval doen op zijn Europees record (1.42,46), waarmee hij in 2001 Europees kampioen werd; een mondiale grensverlegging van Thorpe in het snellere Duitse bad is niet uitgesloten.
Het bevredigende nieuws van de lange reeks korte-baanwedstrijden van deze winter is, dat de vroeger relatief zwakke start en keerpunten zijn verbeterd. Samen met een verhoogde snelheid moet die progressie van VdH in bassins van olympische afmetingen een nog hoogwaardiger zwemmer maken op de 100 meter.
Daarmee is bewust afstand genomen van die andere afstand, waarop hij in Athene ook een olympische titel heeft te verdedigen. Op het niveau waarop het internationale zwemmen de afgelopen jaren is gekomen, gaat het ontwikkelen van topsnelheid en het uitdiepen van duurvermogen niet samen.
,,We zouden te veel concessies moeten doen aan de 100 meter om de 200 meter te verbeteren'', aldus Verhaeren. ,,Daarvoor is de 100 te specifiek. Je kan niet de 200 meter ontwikkelen en daarna een snellere 100 meter zwemmen.
Verhaeren acht het niet mogelijk om met het loodzware trainingsprogramma dat Thorpe vorige week als het zijne openbaarde, olympisch kampioen te worden op het meest prestigieuze zwemonderdeel. ,,Dat is voor de 100 te veel.''
Wat tijdsbeslag betreft haalt zijn protégé net iets meer dan de helft. Er is, zoals bij de in Frankrijk populaire Australiër, geen plaats voor variatie in alternatieven als boksen of hardlopen. Met wekelijks tien zwem- en drie krachttrainingen en 'af en toe touwtje springen' zijn voor Van den Hoogenband de limieten wel bereikt.
Die arbeidsverhouding is haast analoog aan die in de atletiek, waar sprinters worden beschouwd als roofdieren die hun energie sparen voor die ene beslissende explosie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.