*

 

De goot kan praten

Dorien Pels − 07/02/03, 00:00

Drie jaar lang verkeerde journaliste Stella Braam (41) onder daklozen. ,,Het is vreselijk om nergens meer welkom te zijn, om overal te worden verjaagd. Mensen gaan met hun honden nog beter om.' Ze schreef er een boek over.

Het was 'gigantisch afzien' en voorlopig de laatste keer dat journaliste Stella Braam undercover ging. Van 1998 tot 2001 ondervond ze aan den lijve hoe het is om op straat te leven. Ze sliep in een portiek in het centrum van Amsterdam, bivakkeerde met zwervers op de luchthaven Schiphol, en mengde zich onder de crack-gebruikers. Ze stond zelfs op de uitkijk bij roofovervallen en reed zwart met de trein 'om te weten hoe dat voelt'. Ze doet er in het deze week verschenen boek 'Tussen gekken en gajes' verslag van.

Het kostte Braam moeite om het boek uiteindelijk ook echt te schrijven. Ze verwilderde, zegt ze. Haar taalgebruik verruwde, haar omgangsvormen werden bot. ,,Dit leven is niet te combineren met het 'gewone leven' van journalist. Ik liet alles versloffen. Als de mensen om me heen niet hadden ingegrepen, was ik nog jaren doorgegaan. Ik ben een hele tijd zoek geweest.'

Braam ging ver, ze raakte zelfs verslaafd. Drie maanden lang gebruikte ze de 'gekookte' cocaïne. Die wordt op een stukje aluminiumfolie verhit, de rook geïnhaleerd. Braam schrijft over die tijd: ,,Het tapijt van mijn woning is bezaaid met de kleine stukjes plastic waarin de coke is verpakt. (...) De bel gaat, ik doe de deur niet open. De telefoon rinkelt, ik neem niet op. Krant en post liggen ongelezen in een hoek. Alles draait om de crack. Voor de nodige afkoeling heb ik de beschikking over tientallen kalmerende middelen die je op straat kunt kopen.'

Braam: ,,Het is een relatief nieuwe drug, ik wilde weten wat het met je deed. Bovendien won ik door mee te doen hun vertrouwen. Maar het liep uit de hand. Ik heb het een hele tijd verborgen gehouden, uit schaamte. Ik vond mezelf zwak. Het kostte me drie maanden om er weer af te komen. De drug veroorzaakt complete gekte, je raakt er totaal door geobsedeerd.'

Braam werd vooral bekend door het boek over de extremistische Turkse groepering de Grijze Wolven in Nederland. Dat veroorzaakte opschudding en woede onder de Turkse gemeenschap. Braam en mede-auteur Mehmet lger werden met de dood bedreigd. ,,Dat was doodeng. Maar in feite is de groep van crack-gebruikers enger dan de Grijze Wolven. Ze is onberekenbaar. Neem bijvoorbeeld dakloze Rien die waar ik bijstond iemand bijna wurgde, en later een ander met een stuk glas bewerkte. Hij wist zich er de volgende dag niets meer van te herinneren. De daklozenscene is door de opkomst van crack een stuk agressiever.'

Door zich in te leven wil Braam onrecht aan de kaak stellen. Al eerder nam ze slechtbetaalde baantjes aan om de positie van arbeiders te beschrijven. Maar altijd bleef ze geïnteresseerd in de echte 'onderkant', de daklozen. Aanvankelijk begon ze in 1998 met een reeks artikelen over deze groep, maar al na de eerste aflevering in weekblad de Groene Amsterdammer meldden zich vier uitgevers.

Haar boek is behalve een meeslepend verslag ook een aanklacht tegen de hulpverlening en de politiek. Vooral in Amsterdam is het belabberd geregeld, vindt ze. In die drie jaar dat ze op straat zwierf kwam ze zelden een hulpverlener tegen. Ook toen ze een paar weken in het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catherijne rondliep, was er alleen een enkele politieagent die wel eens aan een dakloze vroeg hoe het ging.

Braam: ,,De helft van de gevangenissen zit vol met verslaafden. Sociale pensions in Amsterdam zijn dichtgeslibd omdat mensen er jarenlang wonen, zonder dat ze gestimuleerd worden iets van hun leven te maken. De politiek richt zich op repressie: verslaafden worden uit de stad verjaagd of opgesloten in de gevangenis.' Ook de drugshulpverlening functioneert slecht. ,,Slechts 10 tot 15 procent van die hulp is effectief. Ieder ander bedrijf met zulke slechte resultaten zou allang opgedoekt zijn.'

Juist de moeilijke gevallen laat de hulpverlening liever lopen, ziet Braam. En dat zijn de crackgebruikers, ook omdat ze vaak veel verschillende drugs door elkaar gebruiken. Ze noemt een voorbeeld: ,,Rien wil afkicken maar omdat hij dakloos is en een psychiatrisch geval, komt hij daar niet voor in aanmerking. Even later slaat hij iemand in elkaar.'

Ze weet dat ze met dit boek 'geen vrienden maakt'. Haar betrokkenheid maakt haar fel en ongetwijfeld zal haar worden verweten dat ze ongenuanceerd is. ,,Die eerste nacht op straat heb ik geleerd wat het woord 'stram' betekent. Bestuurders zouden eens moeten weten wat dat is, voordat ze beleid voor daklozen maken. Als je het zelf meemaakt, word je bevlogen. Dan wil je niet dat zoiets andere mensen wordt aangedaan.'

Veel mensen op straat zijn psychiatrisch patiënt of zwakbegaafd. Maar ook kwam Braam iemand met terminale longkanker tegen, iemand met een stoma, en een hartpatiënt. Ze zijn onverzekerd en ziekenhuizen zijn niet geneigd ze langer binnen te houden dan nodig. Mensen worden dakloos door eenzaamheid, door schulden, door verslaving. Wie z'n paspoort en papieren kwijt is, krijgt geen uitkering.

Braam: ,,Er wordt niet bijgehouden hoeveel mensen er op straat sterven. 'Donkere man, zonder woon- of verblijfplaats, dood gevonden', maakt de politie dan bekend. Wie weet is die man doodziek en heeft het ziekenhuis hem op straat gezet. Of hij is gestorven aan de kou en slecht eten.”

De journaliste begon haar bestaan als dakloze in de portiek van winkelcentrum Magna Plaza vlak achter de Dam, waar ze af en toe ook de nacht doorbracht, in een slaapzak, op een stuk karton. Aantekeningen maakte ze onopvallend in een klein opschrijfboekje. Ze maakte een uitstapje naar het Utrechtse Hoog Catherijne en de Amsterdamse Bijlmer voor de keiharde drugswereld. Later mengde ze zich onder de, wat ze noemt, 'Schipholbewoners'. Door het 'opjaagbeleid' werden eind jaren negentig daklozen het centrum uitgejaagd. Velen zochten hun toevlucht tot de luchthaven. Het leek het paradijs: warm, droog en ze vonden er zelfs zakjes hasj en wiet in de prullenbak - van toeristen die het goedje vlak voor de douane kwijt moesten. De twintig 'vaste' daklozen steunden elkaar. Op koude dagen werd de groep aangevuld met zo'n tweehonderd mensen.

Tot de Schiphol-directie een slaapverbod instelde. Particuliere beveiligers maakten het de daklozen onmogelijk om even weg te dommelen. Braam schrijft: ,,Als Gijs mij ziet, laat hij luidkeels zijn ongenoegen blijken: 'Ik wil een gesprek met Wim Kok. Dit k n zo niet langer! We worden zelfs wakker geschópt! Waar willen ze dat we eindigen? In de zee'?' Gijs is

WAO'er uit Twente. Braam ontmoette hem toen hij net in Amsterdam was. Drie jaar later zat hij in de gevangenis.

Het 'wekbeleid' brak veel bewoners op. Braam kon zich niet langer afzijdig houden. Ze verzamelde getuigenverklaringen over mishandelingen en misdragingen van het beveiligingspersoneel en stapte daarmee naar de veiligheidschef. De zaak escaleerde toen er een brand in de toiletten van de luchthaven uitbrak. Schiphol moest worden ontruimd. Samen met de luchthavenbewoners kreeg Braam het voor elkaar dat de daklozen op kosten van Schiphol een nacht in een hotel mochten logeren.

Toch betekende de brand het einde van de gemeenschap. Met harde hand werden de daklozen de luchthaven afgezet, omwille van de veiligheid. Nu zwerven ze elders, zitten ze in de gevangenis, of zijn ze dood. ,,Ik heb het verschrikkelijk met ze te doen. Hun lot is zo mensonwaardig. Nooit vraagt iemand aan die mensen wat ze zelf willen. Met mijn boek probeer ik ze een gezicht te geven. Ik heb gemerkt dat iedereen ergens naar verlangt. De een wil timmerman worden, een ander wil naar school. Daar moeten we ze bij helpen.'

mailIcon print |