Vakbonden kijken steeds meer naar het buitenland want de arbeidsvoorwaarden krijgen een Europese tint. Het eerste deel van een serie over de vakbeweging belicht Italië, waar bijna iedere week wordt gestaakt.
ROME - Op 21 februari is het weer eens zo ver: een algemene staking van vier uur. Het is een initiatief van de grootste en meest linkse vakbond van Italië, de CGIL. Leider Guglielmo Epifani vindt het nodig dat werknemers hun werk neerleggen om te protesteren tegen de industriële teloorgang van Italië, waarvoor de problemen bij de noodlijdende automaker Fiat volgens hem symbolisch zijn.
De twee andere grote Italiaanse vakbonden, de minder linkse CISL en UIL, doen niet mee. Savino Pezzotta van de CISL vindt de staking onzinnig. Dat de CGIL deze staking zonder de anderen afkondigt bewijst hoe ernstig de verdeeldheid tussen de vakbonden is.
De drie grote vakbonden, samen goed voor tien miljoen leden waarvan bijna de helft gepensioneerd, lukt het nog maar zelden om samen actie te voeren. Dat was de afgelopen vier decennia wel anders. Ze ageerden gezamenlijk en voerden gezamenlijk overleg met de regering. Maar met het ineenstorten van de christen-democratie, begin jaren negentig, veranderde alles. De drie waren immers gelieerd geweest aan politieke partijen (CGIL aan de communisten, UIL aan de republikeinen en socialisten, CISL aan de christen-democraten) en die verdwenen plotsklaps. Sindsdien is het zoeken geweest naar een nieuwe identiteit.
Sinds Silvio Berlusconi aan de macht is wordt het gekibbel tussen de drie bonden alsmaar groter. Af en toe slaan ze de handen ineen, zoals bij de crisis van autofabrikant Fiat toen ze gezamenlijk overleg voerden met de regering en Fiat-top om ontslagen te vermijden. Als ze samen ageren vormen ze een macht waar de regering moeilijk omheen kan. Want de bonden hebben veel leden en veel geld. Voor demonstraties huren ze hele treinen en boten af zodat ook de werknemers uit Sardinië en Turijn naar Rome kunnen komen. Toen de bonden vorig jaar gezamenlijk demonstraties en stakingen organiseerden tegen een versoepeling van het ontslagrecht heeft de regering dat plan alleen in sterk afgezwakte vorm kunnen doorvoeren.
Meestal gaat het niet zo. Want tot woede van de CGIL hebben CISL en UIL vorige zomer een pact met de centrum-rechtse regering gesloten. Dat pact gaat van belastingvoordelen voor de armste Italianen tot die verwaterde versoepeling van het ontslagrecht. Voor de toenmalige leider van de CGIL, Segio Cofferati, was het duidelijk: Berlusconi's tactiek is: verdeel en heers. De premier zou, in navolging van de Britse premier Thatcher, de macht van de bonden willen breken om zo de regeringsmacht te vergroten.
Maar zo ver is het nog niet. De drie vakbonden zijn nog altijd zeer aanwezig. Als er onderling heibel is, is dat altijd goed voor een verhaal in het tv-nieuws. Gestaakt wordt er in Italië ook nog flink. Niemand kijkt ervan op als een nieuwslezeres op tv de stakingen van de volgende week aankondigt: maandag geen treinen, de luchtverkeersleiders werken dinsdag niet, luchtvaartpersoneel legt het werk woensdagochtend neer, metropassagiers in Milaan moeten donderdag alternatief vervoer regelen en vrijdag staken de onderwijzers. Soms gaat het om loonsverhoging, soms om puur protest tegen het regeringsbeleid.
Als het gaat om de Europese Unie zijn de drie bonden echter opvallend eensgezind. Europa kan niet ver genoeg integreren, dat heeft voor Italiaanse werknemers alleen maar voordelen zegt Walter Cerfeda van de CGIL. De regering-Berlusconi wil het sociale stelsel en de bescherming van de arbeiders afbreken. ,,Onze hoop is gevestigd op het sociale model van Europa, waar werknemers rechten hebben. Italië is economisch en sociaal gezien een zwak land. Het feit dat we deel uitmaken van de Unie is onze redding.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.