ROTTERDAM - Dat de Belgische vrachtauto met olieslachtoffers Rotterdam voorbijrijdt en in Capelle aan den IJssel moet omkeren, verbaast de wachtende vogelhelpers niets. ,,Dat komt natuurlijk door al dat gekrijs achterin.''
Maar als de blauwe truck van de Dienst Burgerbescherming dan eindelijk achteruit door het hek aan het Afrikaanderplein is gereden en de achterklap omlaaggaat, is uit de stapels kartonnen dozen geen piep te horen. Hier en daar bibbert wat heen en weer, als enig teken dat er een levend wezen in zit. En dan wordt het nachtwerk in Vogelklas Karel Schot.
Het opvangcentrum in Rotterdam-Zuid kreeg maandagavond tweehonderd vogels binnen, besmeurd met olie uit de Tricolor. Dat vrachtschip vol auto's zonk half december in het Nauw van Calais na een botsing met een containerschip. Vorige week kwam door een ongeluk bij het wegpompen van de brandstof stookolie in zee terecht. Die is inmiddels bij de Belgische en Nederlandse kusten aangekomen.
Maandag raakten de opvangcentra voor zeevogels in België vol. En dus staat 's avonds een honderdtal dozen, met elk twee of drie vogels, op een stapel voor de behandelruimte van de Vogelklas. Er zitten voornamelijk zeekoeten in, maar er is ook een handjevol alken bij. Als zo'n doos opengaat, komt er meteen een waakzame kop omhoog, de scherpe snavel in de aanslag. Maar het volgende moment gaat er een handdoek overheen en wordt de zich opeens weer koest houdende vogel gewogen.
Na aftrek van het gewicht van de handdoek -en dat is naarmate die viezer wordt steeds meer- blijkt een zeekoet doorgaans een kleine kilo te wegen. ,,Dat hebben ze in België goed gedaan'',, zegt Koos van Donk tevreden. De coördinator van de Vogelklas is afgelopen weekeinde naar België gegaan om met het opvangen van de vogels te helpen, maar vooral ook om de dierenarts daar instructie te geven bij het selecteren.
Alles wat onder de 860 gram is, en dus te uitgeteerd om het te redden, dient meteen een spuit te krijgen. Op die manier hoopt Van Donk het fiasco te voorkomen van de slachtoffers van de Erica, vier jaar geleden. Die kwamen van verder weg naar Rotterdam, uit Bretagne. Ze waren niet geselecteerd. En ze waren op stro gezet, wat hen volgens Van Donk een zware longschimmelinfectie opleverde. ,,Van de 275 vogels heeft toen één het gehaald.''
Deze keer hoopt de Vogelklas op een beter resultaat. Alsof het geen vier jaar geleden is, geven de vrijwilligers elkaar de spartelende vogels door, terwijl ze vrolijk kletsen, met elkaar en tegen hun patiënten. Na het wegen en ringen krijgen die een slangetje de maag ingeduwd waardoor een flinke dosis Norit en laxeermiddel wordt geperst. De spuitpoep die daarop gaat volgen, zal de schoonmaakploeg van de volgende ochtend nog flink wat werk bezorgen, maar hopelijk ook veel van de giftige olie meenemen.
Daarna wordt de vogel ingezeept met kalk, die de veren alvast minder plakkerig maakt en het wegwassen van de olie zal vergemakkelijken. Maar dat gebeurt pas vandaag. Eerst moet de vogel, na ook nog wat oogdruppels te hebben gekregen, in een kooi gezet om een beetje bij te komen van de stress. ,,Als je meteen hierna zou beginnen met wassen, overleefde niet één het'', weet Van Donk. Terwijl hij nu hoopt op veel meer; de huidige aanpak leerde hij tijdens een studiereis naar een opvangcentrum in San Francisco, dat een overlevingspercentage voor olieslachtoffers van 98 haalde.
Ook dit kleintje? Van Donk kijkt naar een zeekoet die in België duidelijk niet secuur gewogen is. ,,Die dus niet'', meent hij. ,,Maar ik ga hem nu ook geen spuitje laten geven. Dat is enorm zwaar voor de vrijwilligers hier. Voor je het weet sta je in een slagerij.''
Gisteravond waren er van de 201 vogels nog 199 in leven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.