Het tv-debat is een uitbreiding van de huiskamer waar de wispelturige kiezer beschutting zoekt. De media hebben de rol van de oude zuilen overgenomen in het debat. Dat is niet erg, als maar iedereen aan het woord komt.
De trend zet door. Niet alleen op 15 mei, ook op 22 januari was de opkomst bij de verkiezingen duidelijk hoger dan daarvoor. De interesse in de politiek is terug. Maar het lijkt dat kiezers meer geïnteresseerd zijn in de manier waarop politici door de media worden gelanceerd dan in hun politieke overtuigingen en standpunten.
In hun artikel 'Wispelturige kiezer zoekt beschutting' (Podium, 24 januari) signaleren Gerrit Voerman en Paul Lucardie een paradox. Enerzijds zijn kiezers uiterst gevoelig geworden voor de 'hypes' van de televisiedemocratie en steeds minder gericht op de gevestigde politieke overtuigingen en stromingen. Kiezers zijn daardoor en masse zwevend geworden. Streek vorig jaar een grote zwerm kiezers neer op de LPF, nu valt die eer te beurt aan de PvdA. In beide gevallen werd de zwerm gelokt door het charisma van de lijsttrekker onder de regie van de media.
Anderzijds, zo stellen de auteurs, tekent zich in 2002 en in 2003 onder het kiezersvolk en in de campagnes een afkeer van het individualisme en liberalisme af die in de jaren negentig prominent waren. Veiligheid wordt belangrijker dan privacy, het belang van de eigen culturele identiteit wordt overtroefd door de roep om integratie, normen en waarden moeten een grens stellen aan ongebreideld individualisme. De paradox is nu, menen Voerman en Lucardie, dat de kiezende burger wispelturiger -en in die zin individualistischer- is geworden én tegelijkertijd meer en meer uitziet naar beschutting en gemeenschapszin.
De vraag is of hier sprake is van een paradox. De Duitse cultuursocioloog Gerhard Schulze omschrijft de hedendaagse samenleving als een 'belevenismaatschappij'. Om hun identiteit te bepalen kunnen mensen niet meer terugvallen op kerk, partij, school en vakbond. Men moet zelf uitzoeken waar men staat en waar men voor staat. Hoe? Door telkens een emotionele bevrediging te zoeken in allerlei 'kicks', 'events' en 'hypes', kortom belevenissen. Dit gebeurt in de sport, de consumptiecultuur, vrije tijd, religie en ook de politiek. Mediahypes rond Fortuyn en Bos voorzien in deze visie in een behoefte. Ze bieden voor een moment een identificatiemogelijkheid. Omdat, aldus Schulze, mensen voortdurend twijfelen aan de waarde van hun belevenissen -deze zijn immers vluchtig en meerzinnig- zoeken ze geestverwanten op om de belevenissen te toetsen. Ze doen dat niet in de oude verzuilde organisaties of in de instituties van de 'oude' politiek, maar in andere, niet scherp af te bakenen milieus: het vrijetijdsmilieu, het culturele milieu, dat van de avant-garde of de kosmopolieten, het traditionele milieu, et cetera. In deze milieus en hun plaatsen van samenkomst, de scenes, zoekt de individualistische 'belever' oriëntatie, beschutting en gemeenschap. Dit is geen paradoxale, maar juist een vanzelfsprekende zaak. Dit geldt ook voor het politieke tv-debat.
De tv-verkiezingsdebatten van het afgelopen jaar hebben twee functies vervuld die elkaar veronderstellen. Aan de ene kant vormden ze het emotionele theater waaraan de kiezer/kijker zijn vluchtige, individuele voorkeur probeerde op te doen. Aan de andere kant boden de debatten zelf de virtuele scene waarin de kiezer/kijker zijn voorkeur probeerde te toetsen. De enscenering speelt hierbij een grote rol. De ronde tafel waaromheen het debat op tv zich afspeelt, geeft de kijker het gevoel ook zelf even aan die tafel te zitten en antwoord te krijgen op eigen vragen. Het tv-debat is een uitbreiding van de eigen huiskamer en omgekeerd.
Velen beschouwen de manier waarop de media zich meester hebben gemaakt van het politieke debat als een groot gevaar. Het verwordt tot een toneel waar sterren worden gelanceerd, die even later weer worden afgeschoten. Na elk debat wordt gepeild wie gewonnen heeft en verloren, alsof het om een toernooi gaat. Dat heeft allemaal niet meer met serieuze politieke opiniëring en inhoudelijke politieke strijd van doen.
Ik geef toe dat deze gevaren bestaan. In de beoordeling door de media van debatten krijgen de politici punten voor hun presentatie. Toch meen ik dat de rol van de media in de politiek hiermee niet kan worden afgedaan. De ruimte die opengevallen is na het wegvallen der zuilen, is voor een groot deel opgevuld door de media. Leuk of niet, maar zij zijn het, meer dan welke andere instantie ook, die de plek creëren waar de kijker/kiezer zijn politieke emoties kan toetsen. Dit is hoognodig voor de politiek, want zelf is ze niet in staat deze ruimte scheppen. De media geven de politiek een nieuw aanzien, een nieuwe gedaante, plaats en functie in de 'belevenismaatschappij' waarin we nu eenmaal leven. Op de media rust hierbij wel een zware verantwoordelijkheid: weerstand te bieden aan een neiging gevoelens te manipuleren, te bevorderen dat debatten met argumenten worden gevoerd en zoveel mogelijk verschillende mensen aan het woord laten.
Drs. Leo Oosterveen, filosoof en theoloog, is stafmedewerker van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving te Nijmegen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.