Verhalen van mensen die zich waagden aan gerechten die je op geen menu verwacht
Het stinkt niet, het gefermenteerde haaienvlees dat in de IJslandse hoofdstad bij stalletjes te koop is. Maar al bij de eerste hap komt er een vleugje ammoniak vrij. Die ammoniaklucht kruipt binnendoor van de mondholte naar de neus. En dan ruik je het toch.
Lang geleden al experimenteerden IJslanders met het bewaren van vlees. Haai is een vlezige vis, heel gespierd, een beetje zoals tonijn. Ze stopten een stuk haaienvlees onder de grond en haalden het een halfjaar later weer te voorschijn. Tegen die tijd is het grijs, droog en geurloos. Maar wel te eten en, dat is het belangrijkste, niet bedorven.
Ron Hooghiemstra, kunstenaar en culinair amateur, was met zijn vriendin op IJsland. Allebei houden ze van het proeven van nieuwe gerechten. De grauwe stukjes die uitgestald lagen, zagen er niet appetijtelijk uit, maar ze wilden wel een plakje proberen.
Het gefermenteerde haaienvlees is geen hele maaltijd, meer een snack, een hapje voor tussendoor. Het heeft een extreme smaak. Het zit op de grens van lekker en niet meer lekker, vindt Ron. Je eet er daarom maar een klein stukje van. Het is trouwens ook vrij duur. Erg veel liefhebbers waren er niet, bij het haaienkraampje. Mocht Ron weer op IJsland komen, dan wil hij het nog wel een keer proberen. Niet omdat het haaienvlees zo overheerlijk was, maar meer om de herinnering aan de smaak boven te halen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.