Sinds een half jaar studeer ik geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zin om op kamers te gaan had ik wel. Maar vind maar eens een leuke en betaalbare kamer in onze hoofdstad. Waarom zou ik in een klein, donker en veel te duur hok gaan slapen als mijn eigen comfortabele zolderkamer slechts een kwartiertje treinen van Amsterdam ligt. Dus woon ik, op mijn negentiende, nog thuis. Dat het misschien wel 'stoer' is om op kamers te wonen, kan me niks schelen. En trouwens, meer dan de helft van mijn studiegenoten woont nog thuis.
Wanneer ik mensen vertel dat ik geschiedenis studeer, krijg ik heel verschillende reacties. Zo hoorde ik van iemand dat hij het 'vroeger op school ook wel een leuk vak vond, vanwege al die mooie verhalen'. Ik krijg inderdaad prachtige verhalen te horen, maar de opleiding is toch echt niet te vergelijken met het vak op de middelbare school. Toch is dit een aardigere reactie dan: ,,Geschiedenis? Dat is verleden tijd, niet meer belangrijk. Eigenlijk is geschiedenis dood''.
Sorry?
Voor mij is geschiedenis juist springlevend en superactueel. Het conflict in het Midden-Oosten is toch niet te begrijpen zonder een redelijke historische kennis. Of probeer te verklaren waarom wij hier in het Westen rijker zijn dan in de Derde Wereld. En wij kunnen toch leren van de fouten uit het verleden. Denk maar aan de Tweede Wereldoorlog of aan de watersnoodramp van 1953. En zo ga ik dan nog even door. Maar dan is er nog die ene, veelgestelde vraag: ,,Wat wil je er later mee worden?'' Iedereen gaat ervan uit dat het antwoord wel 'geschiedenisleraar' zal luiden. Na de vurige verdediging van mijn studiekeus, begin ik hier meestal te stotteren. Maar wie weet kom ik er dit jaar uit, en zeg ik over een paar maanden: ,,Nee hoor, ik word later columnist.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.