*

 

De mens is een mislukte creatie

door Arjan Visser − 08/02/03, 00:00

Wally Tax (Amsterdam, 1948) is zanger. Hij maakte, met The Outsiders, op zijn veertiende zijn eerste plaatje. In 1966 stond het nummer 'Lying all the time' maandenlang in de hitparade, een jaar later volgde 'Monkey on your back'. In 1969 ging de groep uit elkaar. Tax ging verder met de band Tax Free, tot hij in 1973 aan een solo-carrière begon die na enige jaren een stille dood leek te sterven. Vorig jaar verraste Tax eenieder door een nieuwe cd uit te brengen. 'The Entertainer' werd met gejuich ontvangen.

1.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Iedereen is op zoek naar God. In wezen wil ik het ook begrijpen; ik wil begrijpen hoe het leven in elkaar zit. Hoe vaak heb ik niet zo'n spermatozoön op tv voorbij zien schieten en gedacht: hoe is het mogelijk? Hij vindt een eicel en waratje! Negen maanden later wordt er een baby geboren... Ja, er gebeuren mooie dingen op deze kolere-wereld, maar het blijft natuurlijk een kolere-wereld. En het gaat alleen maar bergafwaarts; lees je de krant dan niet? Arme mensen worden als dweilen uitgewrongen, ziekenfondspremies zijn onbetaalbaar; we leven volgens Amerikaans model, kapitalistisch, fascistisch haast. Nee meneer... We gaan ten onder, alle ingrediënten zijn aanwezig. Alleen de liefde kan ons nog redden.'

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Hoe ze achter m'n adres komen is mij een raadsel, maar ik krijg nog minimaal tussen de vijftig en de honderd brieven per dag. Toen ik een jaar of achttien was, wilden ze steeds mijn haar afknippen. Levensgevaarlijk! Ze hadden zo mijn oog eruit kunnen prikken. Stonden ze met scharen voor de deur op me te wachten. Als Jantje Hester, mijn lijfwacht en chauffeur, mij kwam ophalen, riep hij altijd: 'Rennen, Wally!'. En dan sloeg ie die groupies zo tegen de vlakte. Die sterstatus was prima, maar het gedrag van die meiden vond ik belachelijk. Waarom ze zo deden? Omdat ik goed ben, denk ik. Ik heb een groot talent, maar als persoon ben ik helemaal niet zo bijzonder. Ik ben een stuk chagrijn, ik heb het niet vaak naar mijn zin. D t vergeten die groupies: dat sterren ook maar gewone stervelingen zijn, die last kunnen krijgen van diarree of soms, zomaar ineens, een puist op hun neus blijken te hebben.'

,,Ik heb al de grote jongens wel eens ontmoet, van die arrogante dweil van een Dylan tot de kapsoneslijer Mick Jagger. Keith Richards belt me wel eens op en toen de vertaling van Bill Wymans boek over de Rolling Stones werd gepresenteerd, was ik op zijn feestje. Dat is best leuk, maar er kleeft ook een nadeel aan: zodra ik weer even in het nieuws ben, staat de Belastingdienst op de stoep. Die lui weigeren te geloven dat ik echt niets achter heb gehouden. Ik ben nog altijd een ster, maar dat geld is al j ren op. Vroeger kocht ik elke dag schoon ondergoed en sokken. Als ik met vrienden ging eten of drinken, betaalde ik de rekening. Ik had een huis op Tenerife en ik vloog de hele wereld over. Altijd eerste klas. Nu leef ik van de bijstand en kom nauwelijks de deur nog uit. Maar het gaat veranderen! Op mijn verjaardag, 14 februari, ga ik optreden met m'n nieuwe band. Ik heb betere adviseurs dan vroeger en het komt allemaal weer goed. Echt waar.'

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Als ik heb gevloekt, zeg ik altijd snel: 'Sorry God'. Je weet maar nooit of Hij bestaat. Maar ik hou ook niet van vloeken hoor, ik ben eigenlijk een nette man. Ja, ik word boos als de mensen met wie ik samenwerk niet naar me luis teren, of als het publiek uit de maat gaat meeklappen - dan kan ik ze wel wurgen! - maar ik heb nog nooit een meisje gedwongen tot seks. Dat gebeurde eerder andersom.'

4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Sommige mensen bidden om rust in hun ziel te brengen, maar ik gebruik daar het liefst een wit poedertje voor. Chinese White is de beste heroïne, maar die is helaas al tien jaar niet meer te krijgen. Weet je hoe het voelt, heroïne gebruiken? Het is alsof je thuiskomt, in jezelf, in je lichaam. Je ziet de wereld alsof je naar de televisie kijkt. Je kijkt, maar je doet niet mee. Nervositeit voor een optreden verdwijnt en je denkt: Wat kunnen mij al die klootzakken nog schelen? Héérlijk. Als ik heroïne op recept kon krijgen, zou ik het nog regelmatig gebruiken. Nu laat ik, als het echt niet langer gaat, nog eens per jaar iemand wat van dat spul brengen. De rest van de tijd moet ik het met alcohol en valium doen. Lapmiddelen, ja. Wie kan er tegenwoordig nog zonder lapmiddelen? Wat gebruik jij dan? Koffie? Wat mij betreft zou een overdosis heroïne het ideale einde zijn. Lekker snel. Klatsj, blupblapbloep, afgelopen. Ik heb wel eens geprobeerd zelfmoord te plegen met pillen, maar ik kreeg die dingen niet weg. Ik moest er vreselijk van kotsen. Toen heb ik een nieuw potje gepakt, het zaakje fijngestampt en met een glas Bourbon weggespoeld. Ik viel in slaap, werd twee dagen later wakker en dacht: Verdomme, nou leef ik nóg! Dat gaat me niet nog een keer gebeuren. Ik heb de spuit, bij wijze van spreken, al klaarliggen. Ik weet nu precies wat ik moet doen. Wat mij nu nog tegenhoudt? Tja... Misschien is het de angst dat de hemel geen verzinsel zal blijken te zijn. Dat ik boven kom en ze mij gaan vertellen dat ik nóg een leven krijg en het gesodemieter weer van voor af aan begint. Ik hoop echt dat het straks afgelopen is. Dat ik doodga en er niks van merk.'

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Mama was zo mooi, zo beeldschoon, dat ik vaak heb gedacht: wat jammer dat ze mijn moeder is. Als ze mijn buurmeisje was geweest, dan had ik het wel geweten.

Ze kwam uit de buurt van Odessa. Ze was donker, een halve zigeunerin, en werd alleen om die reden in de oorlog naar een concentratiekamp afgevoerd. Daar heeft ze mijn vader leren kennen die was opgepakt omdat hij deel had uitgemaakt van een verzetsgroep. Er lagen grote rollen prikkeldraad tussen het vrouwenkamp en het mannenkamp, maar ze konden met elkaar praten. Zo werden ze verliefd. Nee, ik weet niet hoe het kamp heette; ze hebben er nooit iets over willen vertellen. Ik heb van mijn oom Rinus gehoord dat mijn moeder minstens twee keer mee heeft moeten doen aan een 'spelletje' waarbij de jonge vrouwen uit het kamp 's nachts naakt over het terrein moesten hollen en die rotmoffen met hun zatte koppen om beurten mochten proberen er een neer te schieten.'

,,Iedere nacht, als ze net in slaap was gevallen, begon mijn moeder te gillen. Ik schrok altijd wakker. Ik kan nog steeds niet slapen. Vier uur, hooguit. Als ik er de volgende ochtend naar vroeg, zei ze: 't Is de oorlog jongen. Ik was zo bang, zo bang.' Ze durfde ook vanwege de rotjes tegen het einde van het jaar de straat niet meer op omdat ze zich op die momenten de bombardementen op Odessa herinnerde.'

,,Mijn moeder heeft haar familie na de oorlog nog één keer gezien, daarna was ze niet langer welkom in de voormalige Sovjet-Unie. Ze had heimwee tot de dag waarop ze, op haar 73ste, aan een hersenbloeding overleed. Ik was op vakantie op de Veluwe - fantastisch stekje heb ik daar, maar dat doet er nu niet toe - toen de beheerder van het bos kwam aangefietst en riep dat ik onmiddellijk naar huis moest bellen. Ik kreeg eerst mijn broer Fred aan de lijn, toen mijn vader, helemaal in tranen. 'Mama is dood!' Ik zei: 'Oh. Tja. Ik kom zo snel mogelijk.' Ik ben naar huis gegaan en heb haar nog gekust - ik hield zo vreselijk veel van haar. Mijn vader was kapot. Hij had helemaal geen zin meer om te leven. Toen hij drie jaar na haar stierf, woog ie nog maar vijfendertig kilo...'

,,Lieve mensen, mijn ouders. Fijne jeugd gehad. Mijn vader was een echte vakbondsman. Hij werkte in de fijnmetaal, kon chirurgische instrumenten maken als de beste. Ze stonden altijd achter me, waren trots op alles wat ik deed. Iedere keer als ik van school werd gestuurd vanwege mijn lange haren, schreef mijn vader een briefje naar de directeur: 'Mijn zoon draagt zijn haar zoals hij belieft. Hoogachtend, Frits Tax.''

6. Gij zult niet doodslaan

,,Het was toch afgelopen, ze was bij Nelissen, die macrobiotische bedrieger, geweest en had in Japan tevergeefs om genezing gebeden. Ze was al drie jaar bezig met sterven, er was echt niets meer aan te doen. We hadden alles besproken, de papieren getekend. Weet je, het was niet eens moeilijk om te doen... meer wil ik er niet over zeggen, want het is nog altijd strafbaar om iemand... laten we zeggen: te helpen. Ze stierf in het huis van haar moeder. Ik ging naar beneden en zei: 'Muis' - dat was haar bijnaam - 'Muis, Laurie is dood'. En die vrouw begon me daar te gillen, jongen, verschrikkelijk. Ik zei: 'Muis, ophouden. Niet huilen nu. Morgen, morgen mag je huilen. Nu moeten we de begrafenisondernemer bellen en er voor zorgen dat ze wordt opgehaald.' Ik zeg dat nou zo nuchter, maar ik wist niet eens meer dat ik bestond... Wat Laurie zo bijzonder maakte? In de eerste plaats: haar geest. Ten tweede was ze niet onaantrekkelijk en ten derde had ze ook nog eens een goed hart. Ik denk nog elke dag aan haar. Ik raak dat verdriet niet meer kwijt. Op mijn laatste cd staat het nummer 'It's gonna hurt forever', dat gaat zo: 'Not some of the time, not most of the time but all of the time.' En zo is het. Ik heb het feit dat ze er niet meer is wel geaccepteerd, maar dat wil niet zeggen dat ik het minder erg ben gaan vinden. In het eerste jaar na haar dood heb ik meer dan veertig meisjes gehad. Troost, ja. En seks natuurlijk. Laurie had kuttekanker, dus van seks was de laatste jaren niet veel gekomen en ik wilde haar niet ontrouw zijn. Laurie was de vrouw met wie ik oud zou worden. We waren voor elkaar bestemd. Ik ben nog niemand tegengekomen die op haar lijkt.'

7. Gij zult niet echtbreken

,,Voordat ik Laurie ontmoette was ik al twee keer getrouwd geweest. Het ging mis doordat die vrouwen mij chanteerden door zwanger te worden terwijl ik duidelijk had gezegd dat ik nog geen kinderen wilde. Het was iedere keer hetzelfde liedje. En dan zei ik: 'Of je pleegt abortus, of je zoekt het zelf maar uit'. Kapotjes zijn toch niet voor niets uitgevonden! Ik heb uiteindelijk drie kinderen gekregen. Mijn oudste zoon is homo. Hij woont in Genève. Mijn twee dochters, van verschillende moeders, hebben samen zestien modezaken in Londen. Het gekke is: met de kinderen kan ik prima opschieten, maar met die wijven is het nooit meer goed gekomen. Na Laurie's dood heb ik twaalf jaar lang een relatie gehad met Mette. Ik leerde haar kennen in café Welling - dat ik altijd café Kwelling noem omdat ik het zo'n treurige kroeg vind. Ik heb erg veel van haar gehouden. Met Mette wilde ik wel kinderen, maar ze kreeg een miskraam en daarna zijn we, hoe zeg je dat, uit elkaar gegroeid.'

,,Op het ogenblik heb ik vijf vriendinnen. Vijf sterke, zelfstandige vrouwen. Als we zin hebben om te wippen, doen we dat. Hebben we honger, dan gaan we eten. ' t Is altijd leuk, we lachen veel. Een soort Anton Heijboer? Nee zeg, gadverdamme! Ik doe het maar met één vrouw tegelijk, hooguit twee, en het is allemaal heel vrijblijvend. Ik dwing niemand en ik laat mij ook door niemand dwingen.'

8. Gij zult niet stelen

,,Willem O. Duys heeft mij bestolen. Hij was de directeur van de platenmaatschappij van The Outsiders. We hebben nooit een contract gezien, nooit! Er zijn tweeënhalf miljoen albums van mij in Amerika verkocht en ik heb er niet één cent, van gezien. Ik kreeg, als liedjesschrijver, mijn Buma/Stemra-geld, maar van ieder verkocht album kregen we slechts vier procent die we ook nog eens met z'n vieren moesten delen. Ik ben nog altijd van plan om die Duys eens te grazen te nemen. En als ie doodgaat, pak ik zijn erfgenamen. Als ik al het geld dat mij toekomt zou krijgen, ben ik miljardair. Dan koop ik een boot. Net zoiets als dat ding van de prins van Lignac, maar dan zonder gouden ornamenten in de badkamer. Een leuke boot, een stoere boot. En een klein kasteeltje op een eiland waar altijd vrede heerst.'

9. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Mensen die steeds maar liegen, daar word ik krankjorum van. En ze kunnen het zo goed dat ik het pas na behoorlijk lange tijd in de gaten krijg. Ik ben te vaak bedrogen in mijn leven. De mens is in wezen een mislukte creatie. Voor dieren heb ik veel meer respect. Die liegen tenminste niet. Die zijn niet zo doortrapt. Maar wij, wij hebben de taal, wij hebben de woorden, wij kunnen de boel makkelijk belazeren... Ik moet ineens denken aan die keer dat ik mij, samen met John MacNamera - een oude stroper met een vergunning - had teruggetrokken in de Rocky Mountains. Het was 1972, of 1973, en ik had genoeg van al die leugens, genoeg van die showbusiness. We woonden in een blokhut. Een mooie blokhut hoor, met een generator. Eens per twee maanden kwamen er Indianen langs om de gestroopte dieren op te halen. Ik was van plan om jaren in de Rocky Mountains te blijven, maar MacNamera - die net zo veel van Bourbon hield als ik - is op een dag de berg afgesodemieterd. Ik zat in de blokhut en ik hoorde rommeldebommeldebom. O, dacht ik, da's Mac. Ik ging kijken en zag hem in de diepte liggen. Ik ben naar de radio gelopen en heb de sherrif opgeroepen: 'Emergency, emergency!' Ze kwamen met een helikopter en landden naast het lichaam van Mac. Morsdood natuurlijk. De hals van de fles had ie nog in zijn hand. Toen ben ik maar weer naar huis gegaan. Wat moest ik in mijn eentje in die blokhut?... Maar waar hadden we het ook al weer over? O ja, leugens! Ik lieg niet. Ik ben een eerlijk mens. Ja, ik jok wel, als het me uitkomt, maar meestal komt het me niet uit, dus dan denk ik: ik kan net zo goed de waarheid vertellen.'

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ik ben niet tevreden met mijn eigen situatie, maar moet ik daarom een ander zijn succes misgunnen? Ik wilde een grote ster worden, absoluut. Ik wilde de anderen links en rechts passeren, maar het ging altijd over mijn werk, over de muziek, nooit over personen. En ik ben de grootste geworden. Binnen de Nederlandse popmuziek ben ik, tot op de dag van vandaag, de belangrijkste artiest. Weet je dat ik al sinds mijn achtste jaar prof ben? Ik deed een set van vijfentwintig minuten, met mijn gitaartje, op de Kadijk... ik heb eigenlijk nooit een fatsoenlijk vak geleerd. Timmeren, dat is een vak. Of loodgieten. Muziek maken is toch iets anders. Dat is een gave. Ik ben, op mijn terrein, geniaal, maar genialiteit en gekte liggen heel dicht bij elkaar. De deur staat altijd op een kier. Je hoeft er maar één keer tegenaan te trappen en ik ben volkomen geschift. Of ik daar bang voor ben? Zeker. Een jaar geleden nog: ik was bezig met het schrijven van mijn opera, toen ik het ineens helemaal niet meer zag zitten. Ik kon niets meer. Versteend. Helemaal vast. Toen heeft een vriendin mij meegenomen naar Zuid-Frankrijk. Daar heb ik twee weken lang alles uit mijn hoofd gezet. Geen liedje geschreven, geen noot gehoord. Maar op een gegeven moment móest ik weer terug, ik kon niet anders. Zonder muziek heeft het leven helemaal geen zin! Ja, de passie die mij gek maakt, maakt mij ook gelukkig. Dat heb je goed begrepen.'

mailIcon print |