AMSTERDAM - Het ROC Amsterdam, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, wil gesluierde cursisten weigeren van wie je alleen de ogen kan zien. Sinds het begin van dit schooljaar loopt een klein groepje vrouwen geheel ingepakt rond op het ROC, tot ongenoegen van docenten en leerlingen. Normaal contact is niet mogelijk en probeer maar eens een stageplek te vinden voor iemand in een allesverhullend gewaad met kijkgleuf, de nikaab;.
Twee jaar geleden was er al een school voor gezondheidszorg die de nikaab in de ban deed. Aanleiding was een aankomende apothekersassistente die gesluierd in de les was verschenen. Niet het meisje, maar de school zelf -kennelijk niet helemaal zeker van haar zaak- wilde een uitspraak over het verbod van de Commissie Gelijke Behandeling.
De school verdedigde het kledingvoorschrift met louter praktische overwegingen: de nikaab maakt lesgeven lastig en de leerling is tijdens lessen en tentamens niet te identificeren. Ook de commissie constateerde dat de maatregel niet werd gemotiveerd met een bij voorbaat vrijwel kansloze verwijzing naar 'godsdienst of een godsdienstige uiting'. Maar de school maakte wel indirect onderscheid op grond van religie, omdat de maatregel 'alleen mensen met een bepaalde geloofsovertuiging treft'.
Bovendien vonden niet alle docenten op school de nikaab van de apothekersassistente hinderlijk. Dat wees er volgens de commissie op dat voldoende '(non-)verbale communicatie' mogelijk bleef: de nikaab laat immers de ogen vrij en staat 'andere lichaamstaal' niet in de weg. De conclusie: de school kon het maken van 'indirect onderscheid niet objectief rechtvaardigen' en dus is het verbod in strijd met de Algemene Wet Gelijke Behandeling.
Opmerkelijk was dat de commissie aangaf er mogelijk anders over te denken wanneer de school niet één, maar een hele groep nikaab-draagsters over de vloer had gekregen. Dit zou een 'gezaghebbend didactisch argument' zijn om de maatregel alsnog in te voeren. De hoogleraar staats- en bestuursrecht Ben Vermeulen verbaasde zich in de bundel 'Rechtspraak Rassendiscriminatie 1995-2000' over die redenering. Als met één gesluierde leerlinge nog genoeg contact mogelijk was, waarom zou dat dan niet meer het geval zijn bij een hele groep?
Bovendien, benadrukte Vermeulen, ging het meisje niet alleen voor haar plezier naar school, maar leerde zij voor apothekersassistente. Klanten zien graag een 'belangstellend, vriendelijk' gezicht wanneer zij hun medicijnen ophalen en daar zal een apotheker ook rekening mee houden. Maar ook hier stoort de commissie zich niet zo aan praktische bezwaren: het werk in een apotheek varieert van veel tot weinig 'interpersoonlijke contacten'. De oplossing van de commissie is dus, schrijft Vermeulen, dat de assistente in nikaab in een achterafkamertje medicijnen prepareert en inpakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.