*

 

Van Rome naar het Akha-volk in Thailan

Isaÿc Wÿst − 02/01/03, 00:00

Ooit vond ik dat Leo Alting von Geusau een standbeeld in Rome verdiende -voor zijn bijdrage aan de 'omwenteling' die het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) in de rooms-katholieke kerk heeft teweeggebracht. Hij was een van de 'makers' van dit concilie.

Ik leerde hem kennen in 1963, aan het begin van de tweede zitting. Hij is dan theoloog, priester van Groningen, gespecialiseerd in oecumene en door de KRO gevraagd voor de berichtgeving over dit 'oecumenisch' concilie. Hij richt daarvoor het DO-C op: Documentazione Olandese del Concilio.

Al spoedig bleek dat hij over meer informatie beschikte dan de bisschoppen. Kardinaal Alfrink vroeg hem dan ook om niet alleen hem en zijn collega's van documentatie te voorzien, maar ook de Nederlandse bisschoppen uit de 'missielanden', een veelvoud van die in Nederland zelf. Met journalisten vanuit de hele wereld had Von Geusau een netwerk opgebouwd en via een vertaalservice bediende hij ook andere taalgroepen.

Bisschoppen werden voor hem een belangrijkere doelgroep dan de media. Die uit de Derde Wereld stonden meestal erg open voor de pastorale vernieuwing van het concilie, maar theologische ontwikkelingen hadden ze sinds hun schoolbanken niet gevolgd. Bij de stemmingen waren zij numeriek een zwaar blok. Voor hen verzorgde Von Geusau, naast alle papieren informatie over de conciliethema's, ook conferenties met spraakmakende bisschoppen als Alfrink, Suenens en Helder Camara en toptheologen als Schillebeeckx, Küng en Rahner.

De minderheid van conservatieve bisschoppen, onder leiding van de vermaarde kardinaal Ottaviani, keek met afgunst naar het succes van DO-C en zij richtte een tegengroep op die in het hotel vlak bij het Vaticaan bijeenkwam. En hiermee was de polarisatie definitief.

Voor de derde zitting zocht Von Geusau contact met de Latijns-Amerikaanse bisschoppen -een hele grote fractie. Ik werd daarvoor zijn medewerker en leerde hem kennen als een man, gedreven om zijn kerk bij-de-tijd te brengen, richting de oecumene. Zelf legde hij gemakkelijk contacten en hij wilde dat de dialoog binnen de kerk, tussen de kerken en met de wereld even open en gemakkelijk zou gaan.

Na het concilie vond Von Geusau zijn taak nog niet ten einde: alles moest nog beklijven. Daartoe verving hij zijn DO-C door het IDOC, International Documentation Center, dezelfde formule maar nu onafhankelijk, vooral van de hiërarchie.

Toen de restauratieve krachten in Rome toch de overhand kregen brak hij met de rk kerk. Een nieuw leven begint dan voor hem. In 1972 gaat hij in Amerika antropologie studeren. Als zijn vrouw met kind in het kraambed sterft raakt hij in een diepe depressie. Toch neemt hij de studie weer op en gaat hij in 1977 naar Thailand, voor onderzoek naar minderheidsculturen, vooral van het Akha-volk.

In 1981 trouwt hij met Deuleu Dzoebaw, een Akha. Sindsdien heeft hij zich ingezet voor de rechten van dit volk en de studie van hun traditie, onlangs bekroond met de publicatie van een standaardwerk.

Op een congres in China, half december, kreeg hij een grote ovatie voor zijn bijdrage. Maar hij liep er een longontsteking op die hij niet te boven is gekomen. Tijdens Kerstmis overleed hij in zijn woonplaats Chiang Mai in Thailand. Voor Leo Alting von Geusau geen standbeeld in Rome, maar misschien wel in Chiang Mai.

Isaüc Wüst werkte dertig jaar in Latijns-Amerika.

mailIcon print |