*

 

Helm

Mart Smeets − 15/03/03, 00:00

We zaten in de schaduw te praten, Jesper Skibby en ik. De Touretappe zat eraan te komen en het was al warm. De zon brandde gemeen en de Deen met voortreffelijke Nederlandse tongval zei: ,,Dat wordt afzien vandaag, hitte op de kop''.

Ik vroeg waarom hij, na zijn afschuwelijke val in de Ronde van Italië waarbij hij voor dood op de grond bleef liggen, niet standaard een helm opzette. Skibby keek me van opzij aan en zei: ,,Dat weet ik eigenlijk ook niet. Ik haat die helm.''

We bespraken die val. Hoe hij, in volle sprint (en dat betekent wat in Italië, waar moordenaars en kamikazerenners het opnemen tegen eerzame huisvaders en introverte jongemannen) een aantal keren met zijn hoofd op het beton was geklapt en wonder boven wonder had gemerkt dat hij nog leefde.

Ja, hij had wel een tik gekregen, hield iets van sluimerende hoofdpijn, misschien dat er ook wel iets in zijn lijf geknapt was, maar hij fietste nu toch weer.

Ik vroeg hem wat het beletsel was van het opzetten van die helm. ,,Kijk, je ziet dus geweldig af als je bergop rijdt, dan ga je zweten en dan kookt er dus iets onder die helm. Het water stroomt langs je kop en ik kan daar niet tegen.''

En dus? Ik keek de vrolijke, levensblije Deen aan. ,,Ik weet het, ik ben stom, stom, stom, want ik rij nog veel te vaak zonder helm.'' Wel in België en Nederland? ,,Ja, daar moet het'', zei hij. Dus? ,,Als het moet, doen we het, anders niet.''

Er viel een korte stilte. We keken samen naar de voor ons langs rijdende coureurs. Armstrong, met helm. Indurain, zonder helm. Escartin, met helm, Durand, met bandana. Bugno, zonder helm. Perini, kale schedel. Ineens kreeg ik een idee. Ik had een boekje in mijn rugzak, een naslagwerkje van Wim van Eyle uit de jaren tachtig: 'De Nederlandse renners in de Tour de France'.

Samen bekeken we de prachtige omslag. De foto (in kleur) was geweldig: naast elkaar reden Belda (of was het Pino?), Zoetemelk, Van der Velde, Martin, Legeay, Hinault, Winnen, Knetemann en Wilmann. Ik vroeg Skibby: ,,Wat valt je aan deze foto op?'' De Deen keek goed en zei: ,,Wat doet Knetemann in deze groep klimmers?'' Een antwoord dat even geestig als correct was. De foto bood namelijk een prachtig zicht op de voorkant van een klimmend peloton in een bergetappe. De heren reden met de handen op het stuur, je las de hitte van de dag van de hoofden af en niemand droeg een helm. Dat hoefde ook niet, want dit was Frankrijk.

Opvallend? We knikten. ,,Maar dat is in de klim, misschien dat ze op de top wel een helm aangereikt kregen'', zei Skibby. Allebei twijfelden we zeer aan die woorden. Het 'misschien'-gehalte was te hoog.

Pas toen Hampsten, Breukink en Bauer in de late jaren tachtig consequent met zo'n helm gingen rijden, werd het opvallend, opperde ik. De Deen knikte: ,,En toch zul je ook vandaag zien dat het merendeel dat ding af laat.'' ,,Ook al beschermt het je leven?'', vroeg ik op domineestoon. Skibby antwoordde: ,,Ook als het je leven beschermt... zo zijn we, zo doen we het. De een kan er wel tegen, de ander niet.''

,,Is het geen kwestie van zelfbeheersing of zelfcontrole'', vroeg ik nog, terwijl ik een ochtendsigaret opstak. De Deen was opgestapt en peddelde rustig richting peloton. Hij draaide zich om: ,,Dat heeft niet iedereen. Waarom rook jij?''

Dat laatste doe ik dus al tijden niet meer, wel verbaas ik me nog steeds over wielrenners die zonder helm rijden. Ik ben benieuwd wat de Tour de France-directie zal voorschrijven, straks in juli. Het antwoord van de renners weet ik al.

mailIcon print |