*

 

Vrij genzaad voor arme boeren slechts stapje vooruit

Wilma van Meteren − 06/02/03, 00:00

Een Amerikaanse regering zou het nooit over de lippen krijgen. Toch brengt ook het Europese voorstel om kleine boeren in ontwikkelingslanden te vrijwaren van westerse claims op zaden, de armen 'maar een stapje vooruit', relativeert dr. Jeroen van Wijk van de Erasmus Universiteit. Van Wijk bestudeert al jarenlang de relatie tussen de gentechnologie-industrie en de ontwikkelingslanden.

Kleine boeren in arme landen moeten vrij zijn planten en zaden te gebruiken, ook al rust er een westers patent op, vindt Europees commissaris Pascal Lamy (handel). De wetenschapper Van Wijk waardeert het dat de EU de discussie hierover in de wereldhandelsorganisatie WTO wil aanzwengelen. Maar Lamy's voorstellen gaan in zijn ogen om het daadwerkelijke probleem heen: niet zozeer de boeren als wel de publieke onderzoeksinstituten in arme landen zouden vrije toegang moeten hebben tot gentechnologie. Daarmee kunnen de instituten hun voordeel doen om lokale gewassen te verbeteren en voedselschaarste te lijf gaan.

Slechts weinig kleine boeren in arme landen hebben er nu nog mee te maken, maar genetisch veranderde gewassen rukken wel op. In ontwikkelingslanden zoals China wordt op grote schaal gen-gewassen geteeld. In India wordt volop geƫxperimeerd, constateerde Van Wijk onlangs zelf, niet in de laatste plaats door grote gentech-bedrijven als Monsanto. Hij voorziet een toenemende kloof wat kennis en eigendom van gen-gewassen betreft tussen deze private ondernemingen en de publieke sector.

De industrie zelf loopt al tegen de barrières van de patent- en andere eigendomsrechten op. Volgens Van Wijk had het Syngenta-concern bij de ontwikkeling van zijn 'gouden rijst' (rijst verrijkt met bèta-caroteen die de armen zou kunnen verlossen van blindheid wegens gebrek aan vitamine A) te maken met zestig internationale eigendomsrechten. ,,Alleen onder ongelooflijke druk kon de multinational, die van die rijst zijn pronkstuk had gemaakt, die rechten in negen maanden regelen'', zegt de wetenschapper. ,,Hoe zou zo'n arme publieke instelling in een ontwikkelingsland dat moeten doen?''.

Van Wijk zet ook vraagtekens bij wat gentechnologie op dit moment vermag. ,,Voor arme boeren wordt dit pas bereikbaar als het goedkoop is. En bij voorbeeld voor de 'gouden rijst' zijn er een heleboel goeie alternatieven.''

Ook Frans van Dam, deskundige van de stichting Consument en Biotechnologie, onderstreept dat de gentechnologie 'geen toverdoos is'. Hij twijfelt aan de interesse van de gentech-reuzen voor arme landen. ,,Ze richten zich op de westerse markt, want daar valt iets te verdienen.'' Een arme boer die genzaden reproduceert, daar zullen ze zich niet druk om maken.

,,Van een kale kip kun je geen veren plukken'', aldus Van Dam, ,,maar zodra er export mee is gemoeid, springen ze er bovenop.'' Hij wijst er ook op dat de industrie zich ook niet werpt op 'de echt lastige vraagstukken', zoals gewassen weerbaar maken tegen droogte en zout.

Dat de Europese Unie tegelijkertijd de strijd wil aanbinden met bio-piraterij oogst bij de deskundigen meer waardering, hoewel dit onderwerp minder gevoelig ligt.

Nu zoeken bedrijven naarstig naar plantenrassen in de natuur om daar vervolgens patent op te leggen. Soms gaat dat heel ver, zegt Van Wijk. Zo legde een Amerikaanse onderneming een claim op thee gemaakt van rooibos, een inheemse struik in Zuid-Afrika, en eiste dat alle geïmporteerde rooibos langs deze firma ging, schetst de wetenschapper.

Commissaris Lamy wil de industrie verplichten bekend te maken wat de oorsprong van het product is waarop ze het alleenrecht claimt. Arme boeren zouden zich bovendien niets van deze 'rechten' hoeven aan te trekken.

mailIcon print |