Er brak geen donderend applaus los, er vloeide geen champagne. Zelden is de vorming van een nieuwe staat met zo weinig vreugde begroet als die van Servië-Montenegro.
BELGRADO - Het is een staat zonder vlag en zonder volkslied. Het is onwaarschijnlijk dat het nieuwe land met de weinig tot de verbeelding sprekende naam Servië-Montenegro die ook nog krijgt. Over drie jaar mogen de inwoners van het land zich in een referendum uitspreken over het voortbestaan van de unie. Afgaande op het gebrek aan enthousiasme waarmee de geboorte van de staat gepaard ging, lijkt met de akte van oprichting ook meteen die van opheffing getekend.
De voorzitter van het federale parlement Dragoljub Micunovic hield, het moet tegen beter weten in zijn, de moed er nog in. Over drie jaar zijn de inwoners van dit land de betekenis van het woord referendum allang vergeten, zei hij dinsdag, kort nadat de parlementsleden hun goedkeuring hadden gegeven aan het Handvest waarmee de unie Servië-Montenegro een feit werd en de Federale Republiek Joegoslavië definitief ten grave werd gedraven.
Er is eindeloos gesteggeld over de grondwet, nadat in maart vorig jaar onder zware druk van de EU al een principe-overeenkomst was gesloten over de omvorming van de federatie tot een losse unie. Brussel hoopte op die manier het onafhankelijksstreven van (toen nog) Montenegrijns president Milo Djukanovic, in ieder geval even, de kop in te drukken. De EU vreesde een kettingreactie en een verdere versplintering van de regio. In concreto hoopte Brussel de onvermijdelijke discussie over de status van Kosovo voor zich uit te kunnen schuiven.
Het resultaat is een staat die die naam nauwelijks waard is. Op federaal niveau functioneren slechts een president en vijf ministers. Het federale leger blijft bestaan, maar de belangrijkste besluiten worden genomen door de Hoogste Defensie Raad, waarin de premiers van Servië en Montenegro het voor het zeggen hebben.
De Nationaal Bank van Joegoslavië wordt opgeheven en zal, als Nationale Bank van Servië, voortaan alleen de belangen van die ene deelrepubliek behartigen. Dat is in feite niet meer dan een logische gevolg van het besluit om in het land twee munten te laten circuleren, zoals dat al enige jaren het geval is: de euro in Montenegro, de dinar in Servië.
In feit verandert er niet zoveel aan de bestaande situatie, waarin Podgorica al in vergaande mate onafhankelijk van Belgrado functioneerde. Definitieve onafhankelijkheid blijft uiteindelijk het doel, zo heeft Djukanovic, inmiddels premier, niet onder stoelen of banken gestoken. Dat hij en zijn partijgenoten uiteindelijk met de nieuwe grondwet instemden, komt omdat dat het perspectief blijft.
Ook de Serviërs, die de kosten van de nieuwe staat vrijwel geheel voor hun rekening nemen (maar dat was in de oude federatie niet anders), gingen uiteindelijk door de knieën. Er was nou eenmaal geen alternatief. Toenadering tot welke Europese instelling dan ook hing af van instemming met de nieuwe staat. Pas nu is er zicht op lidmaatschap van de Raad van Europa, pas nu kan er met Brussel worden onderhandeld over een Associatie- en Stabiliteitsverdrag, de eerste stap op weg naar eventueel lidmaatschap. Ironisch genoeg juicht Brussel enerzijds de nieuwe unie toe en zit het er anderzijds enorm mee in zijn maag. Want hoe onderhandel je over vrijere handel met een land, dat op eigen grondgebied geen vrij verkeer van goederen en diensten kent, en waar de hoogte van de invoerrechten afhangt van de bestemming van de producten, Servië of Montenegro?
Er moet nog veel geregeld worden, van nieuwe paspoorten tot nieuwe internetadressen ('yu' kan niet meer, maar 'sm' lijkt ook geen alternatief). Onbeantwoord blijft voorlopig de vraag hoe inwoners van de nieuwe staat zullen heten en op welke manier de nationale teams moeten worden toegejuicht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.