Het buitenlands beleid van Duitsland was decennialang het toonbeeld van loyaliteit en betrouwbaarheid. Maar de Bondsrepubliek raakt steeds meer geïsoleerd en dat heeft gevolgen voor de relatie met Nederland.
Wat is er met Duitsland aan de hand? Diplomatieke tact en beleefdheid weerhouden de meeste bondgenoten van Berlijn ervan deze vraag in het openbaar te stellen, maar het zal menigeen niet zijn ontgaan dat de Bondsrepubliek zich de laatste maanden op zijn zachtst gezegd nogal eigenzinnig gedraagt.
Decennialang was de buitenlandse politiek van onze oosterburen het toonbeeld van loyaliteit en betrouwbaarheid. Geen enkele bondskanselier meende het zich te kunnen permitteren uit de pas van de Europese Gemeenschap en de Navo te lopen. Zelfs indien zij een nationaler dimensie aan hun buitenlands beleid wensten toe te voegen, zoals Willy Brandt deed met zijn fameuze Ostpolitik, gebeurde dat immer in nauw overleg met de partners. Wantrouwen en vijandige coalitievorming dienden te worden voorkomen.
Ook na de Koude Oorlog bleef de buitenlandse politiek van het herenigde Duitsland een toonbeeld van degelijkheid en terughoudendheid. De kolos in het hart van Europa werd zelfs nadrukkelijk aangespoord, met name door de Amerikaanse president Clinton, een grotere politiek-militaire verantwoordelijkheid op zich te nemen. De uitspraak van het hoogste Duitse gerechtshof, op 12 juli 1994, dat Duitse militairen ook buiten het Navo-territorium mochten worden ingezet en het fiat van de Bondsdag om troepen te zenden naar het voormalige Joegoslavië, vormen dan ook een belangrijke cesuur. Pas onder kanselier Schröder nam dit proces van nationale bewustwording serieuze vormen aan. Duitsland kwam nadrukkelijker dan voorheen op voor zijn belangen en speelde een prominente rol bij de interventies in Kosovo (1999) en Macedonië (2001). In de Europese Unie sloeg het land al evenzeer een zakelijker toon aan, met als consequentie een stroevere verhouding met Frankrijk. De voorspelling van de prominente politicoloog Hans-Peter Schwarz uit 1994 dat de Bondsrepubliek zich als Zentralmacht Europas voortaan onvermijdelijk door haar ad-hocbelangen en door rauwe machtspolitiek zou laten leiden, leek bewaarheid te worden.
Ondanks deze zelfbewuster positionering in het internationaal-politieke spectrum, bleef de regering-Schröder trouw aan de traditionele beginselen van Atlantische solidariteit en het streven naar de vorming van een Europese federatie. Na 11 september 2001 gaf Schröder blijk van zijn onvoorwaardelijke solidariteit met Amerika in de strijd tegen het terrorisme. De kanselier stelde zich zelfs terughoudend op toen Bush in november 2001 voor het eerst zinspeelde op een mogelijke interventie in Irak en in zijn State of the Union van vorig jaar januari de wereld liet kennismaken met de term 'Axis of Evil'. Maar in de zomer van 2002 ging het weer snel bergafwaarts met de bilaterale betrekkingen. Schröder bespeelde met het oog op de naderende verkiezingen van de Bondsdag de latent pacifistische gevoelens onder de kiezers. Washington reageerde furieus. Na 22 september heeft Berlijn weliswaar pogingen ondernomen de relatie in een rustiger vaarwater te leiden, maar na oppositionele beschuldigingen over het achterhouden van slechte economische cijfers meende de regering zich ook niet nog eens een koerswijziging inzake Irak te kunnen veroorloven. Op 21 januari sloot Schröder dan ook uit dat Duitsland in de VN-Veiligheidsraad vóór een aanval op Bagdad zal stemmen.
Om uit zijn isolement te geraken, heeft Duitsland toenadering tot Frankrijk gezocht, dat ook kritisch staat tegenover Bush' Irak-beleid. Tijdens de herdenking van het Elysée-verdrag verklaarden Schröder en president Chirac alles te zullen doen om een oorlog te voorkomen. Echter: Parijs heeft de deur naar deelname aan een gewapend optreden tegen Saddam altijd op een kier gehouden. Mocht Frankrijk daadwerkelijk overstag gaan, dan zal Duitsland met lege handen staan en een enorm gezichtsverlies lijden. Door de op 30 januari in een aantal kranten afgedrukte brief van zeven Europese regeringsleiders plus de Tsjechische president Havel, waarin zij hun steun aan president Bush ventileerden, lijkt Duitsland zowaar te zijn 'omsingeld' door Bush-sympathisanten.
De conclusie lijkt dus gerechtvaardigd dat Duitsland een minder berekenbare factor is geworden. Welke gevolgen heeft deze tendens nu voor Nederland? Halverwege de jaren negentig werd de Bondsrepubliek het oriëntatiepunt bij uitstek voor de Nederlandse buitenlandse politiek. Van Duitsland werd verwacht dat het het voortouw zou nemen bij verdere Europese integratie en de eventuele vorming van een kopgroep binnen de EU. Berlijn werd door Den Haag eveneens gezien als de nieuwe 'brug' naar Washington, een functie die vroeger door Londen werd vervuld.
Anno 2003 is de realiteit een geheel andere. Ten eerste gelden Groot-Brittannië, Spanje en zelfs Polen als belangrijkere bondgenoten van de VS dan het recalcitrante Duitsland. Ten tweede lijkt het Duitse enthousiasme voor een federaal Europa tanende. Schröder deed onlangs een verregaande concessie aan Chirac door in te stemmen met de toekomstige benoeming van een EU-president, hetgeen door veel kleine landen, zo ook Nederland, met argusogen werd waargenomen. Ten derde vervult Duitsland niet langer de functie van economische locomotief van Europa. Nederland dient zich door dit gewijzigde referentiekader te herbezinnen op zijn positie in Europa. Het zal in het vervolg meer aangewezen zijn op zichzelf. Den Haag zal diplomatiek trapezewerk tussen de Europese grootmachten moeten verrichten en zal meer moeten investeren in gelegenheidscoalities met andere (kleine) lidstaten. De uitbreiding van de EU biedt in dat opzicht perspectief.
Natuurlijk is het overdreven te suggereren dat Duitsland een nationalistische weg is ingeslagen en terugkeert naar het pre-1914-tijdperk, zoals Henry Kissinger in november nog betoogde. Daarvoor is het land te goed verankerd in de westerse samenwerkingsverbanden en is het in militair en economisch opzicht ronduit te zwak. Maar hopelijk zal kanselier Schröder binnenkort eens met president Bush om de tafel gaan zitten -bij gebrek aan een Europees veiligheidsbeleid heeft hij de VS meer nodig dan andersom het geval is- en zal hij de opinies van de andere Europese landen beter aftasten. Aan een introvert en geïsoleerd Duitsland heeft niemand behoefte, ook Nederland niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.