Donorlanden worstelen met de vraag of ze hulp moeten geven aan landen met een slecht bestuur. Uit een spraakmakend boek van Roel van der Veen -werkzaam bij het ministerie van buitenlandse zaken- destilleerde Trouw eind november de stelling dat het Westen democratisering in Afrika ondermijnt door dictators te helpen. Datzelfde ministerie helpt Ethiopië en Eritrea, twee zware dictaturen. Een gesprek over de dilemma's met demissionair staatssecretaris Van Ardenne.
Van Ardenne heeft van haar voorgangster minister Herfkens voorlopig de lijst overgenomen met 22 landen waarmee Nederland intensief samenwerkt. Die landen zijn uitgekozen om financiële steun te ontvangen omdat ze goed bestuur zouden hebben en een goed beleid voeren, of althans de goede kant opgaan.
Ethiopië en Eritrea misstaan het meest op deze lijst. Het zijn keiharde oud-marxistische dictaturen met geen enkel respect voor de mensenrechten. Vreemd genoeg waren zowel oud-minister Pronk als oud-minister Herfkens lyrisch over deze landen. Maar na een bewind van tien jaar valt er van premier Meles Zenawi van Ethiopië en president Isayas Afwerki van Eritrea niets hoopvols meer te verwachten.
Vluchtelingen in Nederland pleiten dan ook voor onmiddellijk verbreken van alle banden met hun vaderland. Maar Van Ardenne was zojuist op werkbezoek in beide landen en peinst er niet over om ze van de lijst te schrappen. Ze gaat de banden juist aanhalen.
,,Als Ethiopië en Eritrea voor de lijst zijn geselecteerd vanwege goed bestuur, dan moet ik daarom ook hard lachen'', reageert de bewindsvrouw. ,,Natuurlijk is er veel mis met hun bestuur, maar ik wil ze niet negeren. Ik zoek juist de confrontatie. Nederland speelde na de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea vorig jaar een belangrijke rol in vredesmacht Unmee. Dan loop je niet ineens daar weg. Samen met de Wereldbank hebben we afgedwongen dat Eritrea, dat sinds de oorlog 300000 mensen in dienstplicht houdt, in ruil voor hulp elk jaar 60000 personen gaat demobiliseren. Zonder stabiliteit kan er geen ontwikkeling zijn.''
Dat klinkt mooi, maar de praktijk is volgens vluchtelingen dat soldaten niet eens verteld wordt dát ze gedemobiliseerd zijn. Het geld dat de Wereldbank voor deze groep als loon verstrekt, wordt grotendeels door het Eritrese ministerie van defensie opgestreken.
Van Ardenne geeft wel toe dat de verwachte honger in de beide landen deels is terug te voeren op oorlog en wanbeleid. ,,Maar we zijn er dit keer snel bij, en dat is winst.'' Het streven van Van Ardenne is om een bijdrage te leveren aan vrede in de regio, ook met het oog op de buren, het anarchistische Somalië en het intern strijdende Soedan. Daarmee lijken geo-politieke motieven voor financiële steun net als in de tijden van de Koude Oorlog belangrijker dan de vraag of onze hulp effectief is voor vooruitgang voor de bevolking.
Van Ardenne noemt de publicatie van haar ambtenaar Van der Veen een goed boek, maar zegt dat zij intussen wel veranderingen ziet. ,,Dat het anders moet, blijft ook de insteek van de gesprekken. Met president Isayas van Eritrea ben ik vier uur in debat geweest opdat hij de dialoog met de Europese Unie weer opent.''
Eritrea kent geen oppositie, geen onafhankelijke kranten, en ook geen onafhankelijke non-gouvernementele organisaties. Toch gaat Nederland Eritrea steunen met de bouw van havenkranen in de stad Massawa, en zelfs met de politieacademie en met het rechtssysteem. Dat laatste bestaat feitelijk niet. Er zijn speciale tribunalen waar in besloten zittingen critici na een aanklacht voor 'corruptie' jarenlang in de cel verdwijnen. Veertien journalisten die in september in hongerstaking gingen na een jaar cel zonder aanklacht, zijn ontvoerd door een speciale politie-eenheid. Sindsdien is niets meer van hen vernomen. Elf ministers en generaals zitten in de gevangenis sinds ze in 2001 voor verandering pleitten. Toch denkt Van Ardenne binnen deze sfeer een bijdrage te kunnen leveren aan een poging ,,een ordentelijk rechtssysteem te ontwikkelen, nadat de dialoog met de EU hersteld is''.
Waarom treedt de EU wel op tegen Mugabe van Zimbabwe, en pakt niemand Meles en Isayas aan? Het is een vraag die Ethiopiërs en Eritreeërs, al dan niet in ballingschap, vaak stellen. ,,Zimbabwe is een binnenlandse kwestie'', antwoordt Van Ardenne. ,,Wij gaan voor de allerarmste landen, en het is mede de kwetsbare positie van de regio. Toegegeven, de elites zijn overal uit op versteviging van hun eigen positie, in plaats van vooruitgang voor de bevolking. Toch zie ik verandering in Afrika. Men wordt zelfbewuster. De leiders moeten de richting aangeven, dat is voor ons ook slikken en wennen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.