ROTTERDAM - ,,Maar als u Turks bent, waarom gaat u dan niet naar Turkije? Daar kunt in in elke plaats in de gemeenteraad gaan zitten.''
De vrouw met het witte haar op de derde rij zegt het alsof iemand het die allochtonen achter de tafel nu toch eens moet uitleggen. In het zaaltje van de Beurs/WTC in Rotterdam beginnen diverse gemeenteraadsleden en deelraadsleden, met voorouders van alle continenten, onrustig in hun stoel te draaien. Ze zijn niet voor een rel gekomen, maar voor de Dag van de Lokale Democratie, om precies te zijn voor de workshop 'Dilemma's van een dubbele antenne'. Over de vraag: moeten allochtone gemeenteraadsleden oppassen dat ze niet aan de leiband van hun eigen bevolkingsgroep lopen?
Maar toen stelde mr. A.M. Lobler-Pallin, ooit gemeenteraadslid van Rotterdam en D66-lid van het eerste uur, die rechtstreekse vraag: wat doen een Turk (A. Erdal, CDA-Rotterdam), een Marokkaanse (Jamilla Adzi, GroenLinks Amsterdam Oost/Watergraafsmeer) en een Algerijnse Fransman (M. Cadat, GroenLinks Amsterdam Zeeburg) eigenlijk in een Nederlandse volksvertegenwoordiging? Want: ,,Ik ben bang dat er straks hier in de raad een meerderheid is van allochtone raadsleden, en dat wij dan niet zoveel meer te vertellen hebben. Begrijpt u wel?''
Een man draait zich naar haar om en zegt met Limburgse tongval: ,,Ja mevrouw, dat begrijp ik heel goed. Ik heb zelf heel lang in die situatie verkeerd.'' Het is Selçuk üztürk, PvdA-er, lid van provinciale staten in Limburg en fractievoorzitter in de raad van Roermond. En hij vindt het, zal hij na afloop van de workshop zeggen, niet vervelend dat die mevrouw dat zei. ,,Ze is er nog niet aan toe, maar ze spreekt haar angst tenminste uit, en dat zouden er meer moeten doen. Ik zou graag een keer met haar in debat gaan.''
Voor zo'n debat is de vraag of een Turks raadslid vooral voor zijn mede-Turken op zal komen, prima brandstof. Maar zo simpel ligt het niet, zegt deelraadslid Cadat uit Zeeburg: ,,In de Javastraat heb je bijna alleen groentewinkels en belwinkels. Nu komt er een Turkse supermarkt. Dan spreken de Marokkaanse groenteboeren me er op aan, als Noord-Afrikaan: wat ga jij voor ons doen? Maar ik kom in die straat ook Turkse consumenten tegen, en die willen graag een supermarkt. En mijn autochtone buurvrouw ook. Als deelraadslid heb ik niet een 'dubbele antenne', ik heb wel vier voelsprieten. Wat ik moet doen is helder: uit al die dingen het algemeen belang destilleren.''
Jamilla Azdi: ,,Degenen die zeggen: ik stem voor je, en dan zie je me straks wel terug om iets voor me te doen, heb ik gezegd: jij mag niet eens meer op mij stemmen. Dat maakt het nu heel gemakkelijk voor me.''
De band met de eigen bevolkingsgroep wordt pas knellend, wanneer die vraagt om iets dat tegen het geweten of tegen het partijprogramma ingaat, vinden de drie. Daar hoeven ze die band niet om te verloochenen. Azdi: ,,Ik ben geboren en getogen in Amsterdam, maar ik vier ook de Ramadan. Ik heb medelijden met de Marokkanen die nu opgroeien en waarvan iedereen vindt dat ze moeten kiezen.''
üztürk heeft tot slot nog een vraag voor degene die aan het begin de boel op scherp zette: zou ze op een van deze drie kunnen stemmen? Mevrouw Lobler: ,,Ik heb nog nooit op een van hun partijen gestemd. Maar ik zou best kunnen stemmen op een allochtoon. Als die zich helemaal als Nederlander opstelt.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.