*

 

Cijfers tegen de Belgen zeggen niet hele verhaal

Fred Troost − 10/11/03, 00:00

ROTTERDAM - Zonder het accent op de natuurlijke dominantie maar te veel vanuit onnodige agitatie consolideerde het Nederlands team zijn positie aan de mondiale korfbaltop. Anders dan de overspannen verwachtingen suggereerden was de exercitie tegen de Belgische medefinalist allerminst een klusje van simpele aard.

Door het taaie verweer van de zuiderburen, die een scherpe verdediging opbouwden, ontstond er een schril contrast met voorgaande exhibities, waarin de wedstrijden steeds demonstraties van machtsvertoon waren. Dat was gisteren niet het geval, ook al liep het verschil in de eerste helft al op tot zes punten en eindigde het duel in 22-9.

Dat duidt uiteraard op overmacht, maar in die voor België teleurstellende score zitten veel missers verdisconteerd. Want vooral bij gratie van een gemankeerd Belgisch schot mocht Nederland al in de eerste helft een geflatteerde voorsprong nemen.

Typerend voor de nervositeit in het Nederlandse kamp was de elleboogstoot waarmee Leon Simons in de 22ste minuut de Belg Verhoeven velde. De rode kaart die in de rede lag, ging de Portugese scheidsrechter echter te ver; slechts een strafworp moest voldoende zijn voor Belgische vergelding. De slaafse acceptatie van deze sanctie voor de wandaad van zijn opponent door Verhoeven tekende de verhoudingen: timide gedrag versus brutaliteit.

Bondscoach Jan Sjouke van den Bos had het incident rond zijn reserve-aanvoerder niet gezien, maar los daarvan had hij geen reden over de ook door hem gevoelde agitatie de staf te breken. ,,Dat is een gevoel van een maandenlange voorbereiding aan twee kanten. Dan speel je op de toppen van je kunnen en je emotie. Als dat er niet is, mis je wat. Er moet om een overwinning gevochten worden, want een sportief gevecht is de essentie van de sport.''

De bondscoach schreef de voorsprong bij rust toe aan het ruim opgezette spel van Nederland. Daardoor kon de aanval zijn afwisselend spel van lange trage en korte snelle passes ontwikkelen. Juist die afwisseling zorgde voor verrassingen in het spel.

,,De kwaliteit van de Belgen ligt in het één-tegen-één duel'', betoogde Van den Bos. ,,Daarnaast zijn ze fysiek sterk. Maar qua vaardigheid zijn wij verder: in ons samenspel, in de communicatie. Mijn spelers kunnen elkaar blindelings vinden, dat is ons sterke punt.''

Ook de Belgen konden dat ook wel, zij het in een aanzienlijk lager tempo. Ook daarin werd het niveauverschil uitgedrukt. Een cruciaal verschil, omdat dit lage tempo Oranje de mogelijkheid gaf veel verdedigende druk te zetten. Maar al te graag verklaarde Van den Bos daaruit het gegeven dat de Belgen wel veel schoten, maar te weinig doel troffen.

De rust brak niet slechts de wedstrijd, maar vergrootte ook de kloof tussen de ploeg die de wereldtitel in zicht had en het al ontluisterde team dat de zoveelste poging om de eeuwige rivaal te onttronen mislukt wist. Zo werd de tweede helft een verplichte zit, met soms wat moois, maar zonder al te veel beleving en in ieder geval zonder enige spanning.

Een uitzondering was het moment, tien minuten voor tijd, waarop het korfbalpubliek afscheid kon nemen van twee gelouterde internationals, Taco Poelstra en Dennis Voshart, die beiden met 45 interlands achter hun naam hun carrière afsloten. Een publiekswissel lag bij de stand 18-7 voor de hand. De 7000 kijkers in Ahoy' gaven de twee een staande ovatie.

Onder al deze factoren was de zesde wereldtitel in 25 jaar logisch, al ontbrak de glans van vier jaar geleden, maar was verzakelijking heersend aanwezig. Het past in de ontwikkeling van het huidige korfbal, waarin frivoliteit en creativiteit nogal eens in de kiem worden gesmoord omdat effectiviteit en rendement daar niet mee gebaat zijn. Veel bleker nog dat het Nederlandse spel echter was de Belgische prestatie, al geeft de cijfermatige distantie een op papier groter krachtsverschil aan dan er in werkelijkheid was.

mailIcon print |