De bevolking van Tsjaad is een illusie armer. De olie die het land sinds kort produceert, maakte de mensen niet in één klap rijk. Ze kunnen slechts hopen dat de opbrengsten op de lange termijn hun leven verbeteren.
NGALABA - ,,We leven in een omsingeld dorp'', vertelt dorpschef Elie Neurmbaye. Hij duwt enkele hoge giersthalmen op zijn akker uiteen om het panorama rond Ngalaba te laten zien. Brede zandwegen, die zes oliebronnen met elkaar verbinden, lopen als een belegeringswal om het dorp.
Langs de nieuwe straten en bij de bronnen staan glimmende elektriciteitspalen. ,,De stroom is alleen voor de pompen en de bewakingslichten. Bij ons en in andere boerendorpen flakkeren 's avonds nog altijd de olielampjes'', schampert Elie Neurmbaye.
Sinds oktober stroomt er in Zuid-Tsjaad uit 300 bronnen olie. Die wordt door een pijpleiding via het buurland Kameroen naar de kust van de Atlantische Oceaan gevoerd. Daar gaat het zwarte goud in tankers richting VS en Europa. Dit energieproject is de grootste investering, 3,7 miljard dollar, ooit gedaan in Afrika ten zuiden van de Sahara.
Zuid-Tsjaad is door gunstige regenval en vruchtbare aarde de graanschuur van het land. Toen bekend werd dat er ook olie in de grond zat, droomde menig boer ervan in één klap miljonair te worden. ,,Dat valt vies tegen'', zegt David Daindidim een boer uit Ngalaba. ,,Door de komst van al die buitenlanders die aan het olieproject werken, zijn de prijzen van gewone dingen flink gestegen. Daar weegt onze verhoogde gierstprijs niet tegen op.''
De lapjes grond die boeren moesten afstaan voor de olie-infrastructuur werden grotendeels vergoed. ,,Maar de regering, de oliemaatschappijen en de Wereldbank bepaalden de prijs. Wij hadden geen inspraak'', moppert David Daindidim.
Enkele tientallen kilometers van Ngalaba ligt Bebedjia. Eens was het een slaperig dorp, nu een bedrijvig stadje met kantoren van het olieconsortium van Amerikaanse en Maleisische maatschappijen. Langs de hoofdstraat staan veel nieuwe winkeltjes, uit de Exxon-bar schalt luide muziek en geurtjes lokken voorbijgangers naar talloze restaurantjes. Mensenrechtenactivist Adoum Muhametfils: ,,De economische boom trok ook veel prostituees aan. De laatste twee jaar is er een flinke stijging van geslachtsziekten als aids geconstateerd''.
Bevreesd voor olielekkages richtten belangenorganisaties zich vooral op de milieu-aspecten. Maar de oliemaatschappijen namen ze de wind uit de zeilen. De omgeving van de oliebronnen is zo kraakhelder dat de afvalhopen in de dorpen er schril tegen afsteken. ,,Voorheen waren wij te bang onze nek uit te steken'', zegt Muhametfils. ,,Pas toen de oliekwestie begon te spelen, durfden we ons te organiseren. Dat kostte tijd en we hebben nog altijd het gevoel achter de feiten aan te hollen.''
Het repressieve regime van president Idriss Deby leunt zwaar op leger en politie, waarvan de leiding voornamelijk in handen is van het Zaghawa-volk. Deze stam uit het noorden, waartoe ook het staatshoofd behoort, bezet nagenoeg alle cruciale functies binnen de overheid. De slechte reputatie van de regering en de dubieuze rol die oliemaatschappijen spelen in corrupte landen, noopten de Wereldbank flinke druk uit te oefenen. Olie moest geen vloek maar een zegen worden voor de bevolking.
,,Wij zijn Afrikanen en we stelen net als alle ander Afrikanen. Daarom hebben we ons min of meer laten koloniseren door de Wereldbank die geholpen heeft een anti-corruptiestelsel op te zetten'', zegt Tom Erdimi met een cynische grijns. Hij bezette als coördinator van de besprekingen tussen regering, oliemaatschappijen en Wereldbank de spilfunctie in het energieproject. De rijzige man in zijn hemelsblauwe gewaad is niet alleen een Zaghawa maar ook familie van de president.
Onder druk van de Wereldbank heeft Tsjaad zich wettelijk verplicht vijf procent van de olie-inkomsten te investeren in het zuiden van het land. Tien procent gaat naar een fonds voor toekomstige generaties en tachtig procent naar sociale projecten. Tsjaad, een van de armste landen ter wereld, heeft een schreeuwend gebrek aan ziekenhuizen, de helft van de bevolking is analfabeet en slechts 530 kilometer weg in het immense land is geasfalteerd.
Ondanks anti-corruptiemaatregelen heeft de bevolking er een hard hoofd in dat hun leven zal verbeteren door de olie. ,,De mensen vrezen dat via slinkse wegen de inkomsten toch in de broekzakken van de regeringselite zullen verdwijnen'', verwoordt ontwikkelingsspecialist Soumaine Adoum Soumaine het.
Hij noemt het zorgwekkend dat op de ministeries van onderwijs en gezondheidszorg geen actieplannen klaarliggen. ,,Op die departementen komen binnenkort de eerste oliegelden binnen. Maar er is niets op papier gezet over hoeveel scholen, leerkrachten, ziekenhuizen en medisch personeel er moeten komen. Zonder ideeën daarover heb je weinig aan de prachtige armoedestrategieën die de Wereldbank de regering liet opschrijven.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.