*

 

Bush voert beslist niet de verkeerde oorlog

door Barry Oostheim − 15/03/03, 00:00

'Hoe gezocht de link tussen orthodoxe Osama en seculiere Saddam ook mag lijken, het moslimradicalisme is een logische voortzetting van het Arabisch nationalisme. En Bush voert beslist niet de verkeerde oorlog.' Arabist Barry Oostheim antwoordt Sylvain Ephimenco die in Letter & Geest van 1 maart betoogde dat een oorlog in Irak het moslimradicalisme juist in de kaart speelt.

Ephimenco's kijk op de Nederlandse samenleving kan best grappig zijn, maar in zijn artikel tegen de oorlog maakt hij een grote vergissing. Volgens hem voeren Bush en de zijnen de verkeerde oorlog. Zij zouden zich slechts moeten richten op het internationale moslimfundamentalisme. Zijn argument is, in navolging van vele Franse en Duitse commentatoren, dat seculiere Saddam geen orthodoxe Osama is. Juist een aanval op de in hun ogen fundamentalistenvijand Saddam zou Osama en zijn wahhabieten of salafisten - whatever you may call them - in de kaart spelen.

Hoewel er genoeg redenen zijn te verzinnen om enig onderscheid tussen Saddam en Osama aan te brengen, hebben zij meer met elkaar te maken dan vaak wordt aangenomen.

Het Arabisch nationalisme waarvan Saddam een van de laatste exponenten is, heeft de afgelopen veertig jaar voor een mentale en intellectuele kaalslag in de Arabische wereld gezorgd. Deze ideologie heeft generaties scholieren en studenten gehersenspoeld die massaal in hun bibliotheken onwelgevallige passages uit boeken hebben gescheurd of met stift onleesbaar hebben gemaakt. Het Arabisch nationalisme is er verantwoordelijk voor dat Israël en de Joden - van Marokko tot en met Irak - nationale obsessie nummer één zijn geworden, alsof er niets beters te doen was om het volk te verheffen.

Saddam en de zijnen hebben er nooit een geheim van gemaakt dat zij zeer gecharmeerd zijn van Hitlers gedachtegoed. Hun grote voorbeeld is Rashid Ali die in 1941 in Irak een door nazi's gesteunde opstand tegen de Britse aanwezigheid begon. Voordat de opstand werd neergeslagen en hij naar Berlijn uitweek, zag de nogal wereldse Rashid Ali er geen enkel probleem in om de djihad tegen de Britten uit te roepen. De daarop volgende jaren hield hij zich in Berlijn - samen met zijn medestander Amin al-Hosseini, de groot-moefti van Jeruzalem en oom van Arafat - bezig met het formeren van islamitische SS-bataljons. Na de oorlog keerde een bonte stoet van Arabische nazi-sympathisanten die zich in Berlijn had verzameld, huiswaarts en werd hartelijk welkom geheten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het nationalisme onder Arabieren nog gestimuleerd door de Britten om de ontmanteling van het Ottomaanse rijk te legitimeren. Tot die tijd waren vooral de christelijke Arabieren ontvankelijk voor de nationalistische euforie die in de negentiende eeuw op het Europese continent heerste. Met een Arabisch nationalisme hoopten zij de positie van hun geloofsgroep temidden van een moslimmeerderheid te verbeteren. Maar toen de resten van het Ottomaanse rijk werden opgedeeld in Engelse en Franse mandaatgebieden, werd het ook voor islamitische Arabieren een bruikbare en eigentijdse ideologie om zich tegen de Westerse overheersing te verweren.

Voorafgaande aan de Rashid Ali-opstand was er in het pas onafhankelijke Irak van de jaren dertig een gevaarlijke potpourri ontstaan van half mystieke Arabische Blut und Boden-theorieën. Termen als Arabisch en islamitisch werden nogal eens door elkaar gehaald om de catharsis van geweld te bezingen waaruit de Arabische natie zou herrijzen, vanaf de Atlantische oceaan tot aan de Sjat al-Arab, de rivier die de grens vormt tussen Irak en Iran.

Na 1948 radicaliseerden de nationalistische bewegingen nog verder. De oude elite en haar leiders hadden afgedaan, omdat zij de stichting van het Joodse staatje in hun midden niet hadden weten te voorkomen.

Het was de Egyptische president Nasser die met zijn spierballentaal en de nationalisering van het Suezkanaal het hele Arabische intellectuele klimaat in vuur en vlam zette. Er waren toen voldoende ideologen zoals de christelijke Syriër Michel Aflaq, grondlegger van de Baathpartij, die poogden om elke vorm van religie uit hun doctrine te bannen. Vaak behoorden zij tot een religieuze minderheid of wilden zij de traditionele samenleving radicaal afbreken en daartoe behoorde ook het geloof. Tevergeefs, want de koran en de islam zijn ontegenzeggelijk de invloedrijkste bijdragen die de Arabieren aan de rest van de wereld hebben geleverd. Militaire officieren die in Syrië, Egypte en Irak met de ideologie van het Arabisch nationalisme aan de haal gingen en daarmee hun greep naar de macht legitimeerden, hebben om opportunistische redenen grif gebruik gemaakt van religieuze metaforen zoals Daar al-islam - het 'hartland van de islam' - dat natuurlijk door de zionisten was verkracht. Seculiere Saddam tooide zijn raketten vol chemische verrassingen graag met namen die verwijzen naar Allah's toorn in de koran, maar net zo makkelijk gebruikte hij anti-religieuze argumenten om de sjiitische geestelijkheid in zijn land te decimeren.

Zo consequent als Atatürk die alle middelen inzette om religie en staat te scheiden, zijn de grote leiders van het Arabisch nationalisme nooit geweest. Zij modelleerden zichzelf liever naar de van oorsprong Koerdische held van de islam, Salah ad-Din, die in 1187 de kruisridders uit Jeruzalem wist te verdrijven en die ook voor Osama bin Laden het grote voorbeeld is. De nationalistische regimes hebben het vrouwonvriendelijke islamitische familierecht altijd intact gelaten en nooit waren zij te beroerd om het religieuze establishment in te zetten tegen hun tegenstanders.

Het Arabisch nationalisme werd met name in Syrië en Irak nog veelvuldig gerecycled in een treurig stemmende reeks staatsgrepen waar afgezette leiders door de straten werden gesleurd of hun gefu-silleerde lijk een aantal dagen lang op de televisie te bewonderen viel, zoals met de Iraakse dictator al-Qassem in 1963 gebeurde. Allemaal omdat zij marionetten waren, zionistische agenten of anderszins de Arabische zaak hadden verraden - dezelfde argumenten waarmee zij op hun beurt met hun voorgangers hadden afgerekend. Uiteindelijk was de koek op. Nassers magie was uitgewerkt, pogingen om de Arabische staten te herenigen waren mislukt, de economie was geruïneerd en generaties hadden hun beste jaren verloren met het najagen van luchtkastelen.

Het moslimradicalisme is een logische voortzetting van het Arabisch nationalisme, met dit verschil dat nu ook in landen als Pakistan en Indonesië de Joden en Amerikanen een nationale obsessie zijn geworden. Anders dan Ephimenco hoopt, is de strijd die de Arabische regimes tegen de fundamentalisten voerden nooit een inhoudelijke geweest. Integendeel, nationalisten en fundamentalisten proberen elkaar af te troeven in opgeklopte verongelijktheid en zelfmedelijden. Ook in Algerije, Ephimenco's geboorteland, waar het leger is ingezet om een eind te maken aan de verkiezingsoverwinning van het fundamentalistische FIS, gaan de fundamentalistische agitatie en ophitsing via onderwijs en media onverminderd door. In de Arabische wereld is een patstelling ontstaan waarin zelfs de dood van deze of gene dictator niet voor verandering zorgt, omdat de zonen die de macht overnemen op de oude voet doorgaan en onverminderd het ongenoegen onder hun verpauperde onderdanen kanaliseren richting Amerika en de Joden.

Het onderscheid waar Ephimenco zo op hamert, is slechts een kwestie van stijl. In de Palestijnse gebieden waar van oorsprong nationalistische groeperingen met radicale moslimbewegingen wedijveren, maakt het niet uit of iemand van de aan Arafat gelieerde, nationalistische al-Aqsa brigade of iemand van de radicaal-islamitische Hamas zichzelf opblaast.

Met de AEL, de Arabisch Europese Liga, heeft de verkwikkende retoriek van het Arabisch radicalisme inmiddels de lage landen bereikt. Deze jongste loot van het Arabisch nationalisme laat zien hoe de islam wordt aangewend voor puur nationalistische doeleinden. Haar voorman Abou Jahjah beweert dat hij de sharia democratisch wil invoeren. Moslims die de islam als persoonlijke spiritualiteit beschouwen, zonder politieke gevoelswaarde, vindt hij extreem. Zijn vermeende banden met de radicale Libanese beweging Hezbollah (partij van god) heeft hij altijd ontkend. Bij Barend & Van Dorp liet Abou Jahjah weten nog nooit financiële steun uit het buitenland te hebben ontvangen, behalve in de rechtzaak tegen Sjaron, waar hij met zijn 'Sabra en Shatila'-comité de drijvende kracht achter is. Een in België algemeen bekend feit dat in Nederland nauwelijks is opgepikt. In menig vaderlands praatprogramma waar hij de afgelopen weken aanschoof, heeft hij, poeslief voor ieder die het horen wilde en bikkelhard voor wie het niet horen wilde, uiteengezet dat de Arabische identiteit islamitisch is en dat de niet-Arabisch sprekende Berbers nu eenmaal tot de Arabisch-islamitische cultuur behoren, waarbinnen zij overigens best Berbers mogen spreken. Wie het daar niet mee eens is, zaait verdeeldheid en speelt hun vijanden in de kaart.

In de beste Arabisch-nationalistische traditie worden, in de media en op bijeenkomsten, tegenstanders de mond gesnoerd, weggehoond of voor hoer en verrader uitgemaakt. Abou Jahjah heeft zelfs het door specialisten doodverklaarde pan-arabisme van stal gehaald en streeft één - weliswaar federale - Arabische staat na, waarin Arabische joden en christenen worden 'geaccepteerd' als 'volkeren van het boek'. Samen met het 'ontmantelen van de zionistische entiteit Israël' zijn het grootse plannen om de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen mee in te gaan. Grootse plannen die de Arabieren tot nu toe veel onheil en rampspoed hebben berokkend.

Terwijl Nederland met knikkende knieën gewend raakt aan het gedachtegoed van de AEL en leukig doet met haar voorman Abou Jahjah, terwijl in zijn bijzijn Hans van Mierlo zich openlijk afvraagt of de oprichting van een Joodse staat achteraf wel de goede beslissing was, terwijl in het oude Europa oude loyaliteiten herleven, nu de Iraakse media bondskanselier Schröder steevast aanduiden als de Munadhil al-Bassal, 'de dappere strijder', die 'opkomt voor de Duitse eer onder Amerikaanse bezetting' - voert Bush beslist niet de verkeerde oorlog, hoe gezocht de link tussen seculiere Saddam en orthodoxe Osama ook mag lijken.

Door 11 september is Amerika er eindelijk achtergekomen dat zijn beleid in het Midden-Oosten, dat altijd gericht was op de opties die daar voorhanden waren en op de keuze voor het minste van twee kwaden, een doodlopende weg is. Dat besef maakt dat Amerika veel minder dan ten tijde van de eerste Golfoorlog genegen is om rekening te houden met zijn Arabische vrienden als Saoedie-Arabië en Egypte, die er in de eerste plaats op uit zijn de verstikkende status quo te handhaven en hun halfslachtige strijd tegen de moslimradicalen vooral beschouwen als een vorm van koehandel. Een Amerikaans protectoraat - want zover zijn wij inmiddels heen - in Irak valt zeker te prefereren boven het huidige moorddadige bewind van Saddam en hopelijk brengt het een kettingreactie teweeg in het gehele Midden-Oosten. Als het in Japan onder MacArthur is gelukt, waarom dan niet in Irak. Er zullen nu meer Irakezen zijn dan destijds Japanners, die een zucht van verlichting zullen slaken als zij van hun huidige heerser verlost zijn. Ironisch genoeg is een Amerikaanse militaire gouverneur de beste garantie tegen mogelijke Turkse ambities in Noord-Irak.

Een oorlog tegen Irak is een ongewis avontuur met gevaarlijke risico's en onvermijdelijke grote teleurstellingen in het verschiet, maar de nu bestaande toestand is het beste recept voor veel nieuwe Osamaatjes en zal uiteindelijk ook in Europa tot de nachtmerrie leiden waar Ephimenco in zijn columns zo voor waarschuwt.

Een bevrijd Irak met een gevarieerde bevolking die met een minimale rechtszekerheid eindelijk van haar olierijkdommen kan genieten zonder dat die opgeslorpt worden door kostenverslindende paleizen en oorlogsinspanningen van haar leiders, is het beste wapen tegen de door Ephimenco zo verfoeide 'wahhabieten' die de afgelopen halve eeuw samen met de Arabisch nationalisten het Midden-Oosten hebben verziekt en inmiddels ook in het Westen het klimaat behoorlijk verzuren. Gelukkig is Amerika als enige bereid daar een prijs voor te betalen. Uiteindelijk zullen de gemeenschappelijke belangen groter zijn dan de meeste Europeanen en moslims nu willen aannemen.

mailIcon print |