*

 

Antwoord van een vredesdemonstrant

door Remko van Broekhoven − 15/03/03, 00:00

Vorige week publiceerde de schrijver Leon de Winter in Letter & Geest een 'open brief aan de vredesdemonstrant'. Deze week schrijft een vredesdemonstrant terug: 'U raakt de vredesbeweging op de twee punten waar zij het zwakst staat. Juist daarom voel ik mij genoodzaakt u te antwoorden. Excuseert u mij dat ik geen schrijver ben, en dus weinig verstand heb van politiek.'

Geachte meneer De Winter,

U vindt het vast niet erg dat ik u even antwoord, nadat u mij vorige week via Letter & Geest een open brief stuurde. Goed, u richtte zich tot 'de' vredesdemonstrant, maar als een van de zeventigduizend Nederlanders die op 15 februari van Dam naar Leidseplein liepen, voel ik mij aangesproken. Het deed me een beetje denken aan 'de onbekende soldaat', dat fragment waarin u aangeeft dat deze demonstrant zich 'tragisch en fataal' vergist met z'n verzet tegen de aanval op Irak.

Altijd makkelijk praten immers, over iemand die zelf niet aanwezig is en jou dus ook niet kan tegenspreken. Het eerste verschil is dat u ons veroordeelt, waar de onbekende soldaat postuum om zijn moed en vaderlandsliefde wordt geprezen. (Misschien heeft hij het land dat hem de oorlog instuurde, hartgrondig vervloekt.) Het tweede verschil is dat deze onbekende demonstrant wél terugpraat.

Uw pleidooi voor de oorlog die vandaag wordt voorbereid, berust op een ontzagwekkend geheel van onjuiste beweringen en onterechte verwijten. Maar tegelijkertijd - ere wie ere toekomt - raakt u de vredesbeweging op de twee punten waar zij het zwakst staat. Juist daarom voel ik mij genoodzaakt u te antwoorden: opdat deze beweging nog beter beargumenteerd en dus sterker wordt. Excuseert u mij dat ik geen schrijver ben, en dus weinig verstand heb van politiek.

Onnozelheid is wel het minste dat u ons verwijt, zo blijkt uit de opening van uw brief. 'Oorlog bestaat,' doceert u de demonstranten die ervan uit zouden gaan dat nu de wereldvrede heerst. Hier spreekt u tegen een doelwit dat in alle anonimiteit tot stro-pop geworden is: het soort pop waartegen het zo lekker stompen is, zonder dat-ie ooit op een echt mens gaat lijken. De demonstranten immers zijn wel de laatsten aan wie u hoeft te vertellen dat oorlog en onderdrukking onder ons zijn; al is het alleen maar omdat ook de 35.000 kinderen die dagelijks door armoede sterven slachtoffer van geweld zijn, geweld dat niet minder dodelijk is als de daders onbenoemd blijven. En de eersten die weten dat vrede nooit volledig en eeuwig is, zijn ook deze demonstranten. Ieder geweld dat wordt voorkomen, is echter meegenomen. Tenzij natuurlijk de prijs van zo'n vrede groter geweld zal zijn. Waarmee ik bij uw eerste argument beland voor de oorlog tegen Irak.

Bush en Blair, schrijft u, willen de wereld van een massamoordenaar bevrijden. Daarom is het zo storend dat de demonstranten niet tegen deze boef ageren, maar tegen degenen die hem aanpakken. Gelukkig echter bent u geduldig, en neemt even de tijd voor ons: 'Ik zal een poging wagen om u hun beweegredenen uit te leggen'. Wat volgt is een lesje in Realpolitik, waarbij de moraal luidt dat tegen fascistisch geweld veel groter geweld gerechtvaardigd is en dat 'napalmbommen, CIA-leugens en McCarthyisme' nog lang niet zo erg waren als de communistische kwaal die zij bestreden. Conclusie: 'Ik heb u nooit tegen de Chinezen, Vietnamezen of de Sovjets zien demonstreren, waarde vredesdemon-

strant'.

Hier heeft u een punt. Tegelijkertijd overziet u bepaald niet het hele panorama, ver verheven boven het demonstrerende volk vanaf de top van de Olympus.

Het mag namelijk waar zijn dat veel van de toenmalige demonstranten slechts tegen de VS demonstreerden, en dat is op zich - inderdaad - inconsequent; maar in de Koude Oorlog manifesteerden links én rechts zich eenzijdig, en verzet richt zich altijd primair op de politici met wie je zelf leeft. Zo herinner ik me niet veel dissidenten die in het Oostblok van de jaren tachtig de straat op gingen voor Nicaragua, El Salvador of Guatemala, waar op dat moment met VS-steun hele dorpen werden uitgemoord en de teller uiteindelijk op zo'n half miljoen doden is stil blijven staan. De dissidenten op hun beurt demonstreerden - met recht en heel veel reden - tegen hun eigen onderdrukkers.

Veel erger echter vind ik het doel-middelen-denken dat u hier aan de dag legt. Napalmbommen als noodzakelijk kwaad, CIA-leugens als weg naar de waarheid en het aanleggen van zwarte lijsten als verdediging van de vrijheid. Dit nu is precies de reden dat zoveel demonstranten hun eigen Westerse regeringen aanklagen: van Saddam verwachten we propaganda, repressie en gifgas; van een democratie vragen we dat het haar eigen beloftes nakomt.

De middelen mogen dus wat slordig zijn, met de doelen zit het helemaal goed. Het gaat niet om olie, stelt u in nog geen vijf regels vast. Waarom dan wel? ,,De Amerikanen willen het liberale idealisme verspreiden dat de dragende idee is van onze welvarende, democratische samenlevingen.'' Nu lijkt u, die zich in een vorige alinea nog ontpopte als realist, tot ijle hoogten te stijgen. Olie geen motief? Weet u niet dat de toenmalige president Jimmy Carter in 1980 al opmerkte dat Amerika zich in het Midden-Oosten nooit van zijn 'vitale belang' olie zou laten afsnijden? Heeft u niet gelezen dat vice-president Cheney, een van de diverse ex-olie-industriëlen in de VS-regering (naast Bush zelf en z'n veiligheidsadviseur Rice), in 2001 uitlegde waarom de VS controle over de Iraakse olie moesten verkrijgen? Kunt u nu werkelijk niet begrijpen dat wanneer nogal wat Amerikanen het rijden in benzine-slurpende auto's als mensenrecht beschouwen, olie een zaak wordt van 'nationale veiligheid'?

Niemand van ons kan in de hoofden van Amerika's beleidsmakers kijken - een dergelijke blik zou angstaanjagende vergezichten kunnen opleveren - maar één en één optellen tot twee, kunnen we allemaal. Doe je dat, dan begrijp je dat controle over de olie zeker niet het enige, maar wel een van de belangrijkste motieven achter deze oorlog moet zijn. En wat dat 'liberale idealisme' betreft, meneer De Winter: dat heeft verdacht veel weg van een verkoopverhaal. De praktijk van het Westen is de afgelopen eeuw te vaak geweest dat democratie en welvaart voor eigen gebruik werden gereserveerd; en dat in de Derde Wereld ongelijkheid met behulp van onderdrukking in stand bleef, eerst en vooral om de belangen van Westerse investeerders en lokale elites te beschermen.

Zo herinneren de Nicaraguanen zich de een bijna halve eeuw durende dictatuur van Anastasio Somoza & zonen. 'Een hoerenjong, maar ons hoerenjong,' zei VS-president Roosevelt ooit. Veertig jaar verder kon deze heerlijke oneliner moeiteloos herhaald worden voor een volgende 'vriend' van de Verenigde Staten die op dat moment vanuit Bagdad Iran, Koerden en Irakezen zelf het leven zuur maakte. Tot hij op 2 augustus 1990 de vriendschap beëindigde met één fatale fout: denken dat hij hetzelfde mocht doen wat president Bush (senior) ruim een half jaar eerder had gedaan: een soevereine staat binnenvallen. Koeweit bleek echter geen Panama te zijn, en de rest van het verhaal is genoegzaam bekend.

Tot zover de hooggestemde idealen van vader en zoon Bush - tijd om te kijken naar een punt waar u misschien wel gelijk heeft: de massamoordenaar die moet worden aangepakt, desnoods maar door mensen die zélf boter op hun hoofd en bloed aan hun handen hebben.

Dat kan zijn, maar er is geen enkele garantie dat Irak na Saddam democratisch geregeerd zal worden: in het nachtmerriescenario maken straks Koerden, sjiieten en overige Irakezen elkaar een kopje kleiner; in het gunstigste geval wordt Irak door VS of VN geregeerd, en bestuurt de bevolking nog steeds zichzelf niet.

Ernstiger nog is dat de middelen ook hier de doelen in diskrediet lijken te brengen. De 'schone oorlog' mag dan weinig directe slachtoffers tellen, volgens de VN zullen - als de oorlog eenmaal begint - miljoenen Irakezen te maken krijgen met ondervoeding, tyfus of cholera. Daar hoor ik u weer niet over, meneer De Winter. In plaats daarvan trakteert u ons op een staaltje goochelen met slachtoffers, een maoïst of stalinist waardig: ,,In de Eerste Golfoorlog werden naar schatting 3600 Irakese burgers gedood. Dat zijn er 3600 te veel. Maar dat aantal valt op geen enkele manier te vergelijken met de onverdraaglijke aantallen die het Baath-regiem in de loop der jaren heeft veroorzaakt.'' En zo kunnen we dus ook de 3000 doden onder de puinhopen van het World Trade Centre wegstrepen tegen de honderdvouden ervan die door opeenvolgende VS-regeringen zijn veroorzaakt. Onheus en onsmakelijk, zelfs wanneer je het aardse bestaan van Olympische hoogte aanschouwt.

Maar wat is dan het alternatief, als we de Iraakse bevolking niet naar haar bevrijding toe kunnen bombarderen? Het antwoord is, zoals zo vaak, dat van een radicaliteit die uit geduld en échte moed bestaat: het bouwen aan een VN-vredesmacht die bij de dreiging van genocide vanuit standby-positie kan optreden. Daartoe is het wel nodig dat machtige staten - niet in de laatste plaats de VS - militaire capaciteit in dienst van de VN stellen. Tot die tijd zullen we het moeten doen met 'slimme sancties' en steun aan Iraks oppositie. Want zolang de echte internationale rechtsorde nog niet bestaat, dienen volkeren nog steeds zichzelf te bevrijden. Wat ook degenen denken die al het onrecht in de wereld met bommen willen bestrijden.

Over bommen gesproken. U maakt mij nog flink aan het schrikken, als u tegen het eind van uw brief waarschuwt: 'Beseft u dat de gevolgen, als Saddam aan de macht blijft met zijn massavernietigingswapens, voor u zijn?' Ik zou sarcastisch kunnen antwoorden met zinnetjes als 'Beseft u dat de gevolgen, als er nu niks aan het broeikaseffect wordt gedaan, voor u zijn?' of 'Beseft u dat de gevolgen, als de honger in Afrika niet wordt aangepakt, voor u zijn?' Het is maar waar je prioriteiten liggen als je eenmaal almachtig denkt te wezen. Maar ik méén het: het mooiste zou zijn dat massavernietigingswapens overal verdwijnen, het minste dat ze niet in handen van misdadigers vallen. Toch leert de recente geschiedenis dat nucleaire, biologische en chemische wapens niet alleen door boeven en gekken worden gebruikt. Het enige land ter wereld dat het atoomwapen heeft gehanteerd - met de dood van 120.000 burgers ten gevolge in Hiroshima en Naga-saki - is de VS. Het was eenzelfde Amerikaanse regering - wettig gekozen en optredend ten dienste van vrijheid en democratie - die chemische wapens als napalm en agent orange losliet op Laos, Cambodja en Vietnam.

Dat gezegd zijnde, heeft Saddam Hoessein mogelijk inderdaad materiaal in handen om massavernietigingswapens te maken. Bewijzen dat hij deze wapens operationeel kan krijgen, zijn echter door de wapeninspecteurs niet gevonden. Maar zelfs al zou de Irakese leider dergelijke wapens bezitten: wat is er dan logischer dan de 'afschrikking' en 'indamming' van weleer: de dreiging dat een aanval op zijn eigen bevolking of z'n buurlanden met vernietiging zal worden bestraft. Alles wijst er immers op dat Saddam geen kamikazestrijder à la Bin Laden is, maar een calculerende crimineel die alleen toeslaat als hij zelf niet in gevaar komt. Een dergelijke dictator met bommen bestoken om hem te ontwapenen, zou het gevreesde geweld juist ontketenen: ofwel meteen als Saddam toch over massavernietigingswapens beschikt, ofwel na verloop van tijd wanneer extremistische moslims uit zieke wraakfantasie toeslaan in de VS, Europa of Israël.

Ook hier geldt dat de échte harde oplossingen meer tijd vergen dan het verbeteren van de wereld per precisiebombardement. Bij voorbeeld door de wereldwijde kloof te dichten tussen de haves en have-nots, die hele massa's mensen in de armen van terroristische groepen en dictatoriale leiders drijft. Of geduldig werken aan internationale ontwapening, in het bijzonder in het Midden-Oosten, waar niet alleen Irak, maar ook Israël, India en Pakistan voor - in hun geval nucleaire - ontwapening in aanmerking komen. Ik ben geen naïeve idealist, meneer De Winter. Voor dit alles zal uiteindelijk regime change nodig zijn, niet alleen in Irak, maar ook in het land waar de regering zich meester van de wereld waant: de VS.

Het wordt tijd om mijn antwoord aan u te besluiten. Hoezeer ik het ook met u oneens ben: ik ben dankbaar dat u mij gedwongen hebt mijn eigen standpunten opnieuw te doordenken. Iedere ochtend ontbijt ik namelijk met twijfels, en zelfs als ik straks op 22 maart opnieuw demonstreer, ben ik niet voor honderd procent zeker van mijn zaak. Er is echter één ding dat ik weet, met miljoenen anderen over alle grenzen heen: deze oorlog zal niet in mijn naam plaatsvinden.

Met vriendelijke groeten,

Remko van Broekhoven

Politicoloog en vredesdemonstrant,

docent aan de School voor Journalistiek in Utrecht.

mailIcon print |