In Leipzig begint vandaag het eerste WK zaalhockey in de historie. Nederland neemt daaraan met een mannen- en een vrouwenteam deel. Dat is nieuw beleid, want de afgelopen jaren heeft de Nederlandse bond het zaalhockey bewust verwaarloosd.
AMSTERDAM - Zaalhockey is een groeiende sport, maar zal naar verwachting het veldhockey niet overstijgen. Over de verhouding tussen beide varianten en de manier waarop de Nederlandse afvaardiging zich op het WK voorbereidt zes vragen aan de bondscoaches Joost Bellaart (mannen) en Eric Verboom (vrouwen).
Hoe komt het dat zaalhockey in Nederland verwaarloosd is?
Bellaart: ,,Vijftien jaar geleden zag toenmalig bondscoach Hans Jorritsma het als een bedreiging voor het veldhockey. Het veldprogramma werd sinds die tijd steeds voller. Er is ieder jaar wel een kampioenschap, een toernooi om de Champions Trophy en een wintertrip. Dus hebben we zaalhockey bewust niet gepropageerd, maar sinds twee jaar is dat beleid veranderd. Dertig procent van onze leden is in zaalhockey geïnteresseerd en ook internationaal groeit de belangstelling. Dan kun je als tophockeyland niet aan de kant blijven staan.''
Waarin is zaalhockey anders?
Verboom: ,,Het is een compleet ander spel, al speel je het nog wel met een stick en een balletje. Spelers moeten alert zijn in kleine situaties, ze moeten erg snel zijn, ze moeten heel laag zitten, want de bal mag niet omhoog.''
Bellaart: ,,Ik zie het als een goede training voor veldhockey. Scoren in de kleine ruimte, de bal aannemen en onder druk spelen, verdedigen onder pressie; kortom, je technische bagage neemt toe. Als je in de zaal speelt, word je een betere hockeyer.''
Als het zo'n andere sport is, gaan spelers zich dan niet in zaalhockey specialiseren?
Verboom: ,,Dat kan gaan gebeuren. In Duitsland zijn jongens die nog nooit een veldinterland hebben gespeeld, maar wel veertig interlands in de zaal. Op den duur zou je dat hier ook kunnen krijgen. Bij ons is Marieke Dijkstra een betere zaalspeelster dan veldhockeyster. En er zijn spelers op het veld die ik niet snel in de zaal zie spelen.''
Bellaart: ,,Voor specialisatie is onze zaalcompetitie nog niet ver genoeg. Er wordt alleen in de winter maar een korte periode in de zaal gehockeyd. Het zijn ook verschillende teams, al gaan er wel enkele veldinternationals mee naar Leipzig.''
Verboom: ,,De belangstelling van veldhockeyers is er zeker. Zo heb ik Lisanne de Roever, Janneke Schopman, Minke Smabers, Fatima Moreire de Melo en Miek van Geenhuizen in mijn team, allemaal veldinternationals.''
En de begeleiding? Heeft zaalhockey gespecialiseerde coaches?
Verboom: ,,Bij de vrouwen wel. Zelf heb ik in Italië in de zaal gehockeyd. En mijn assistent Peter Kloimstein komt uit Duitsland, het topland in het zaalhockey.''
Bellaart: ,,De mannen hadden Roger van Gent als bondscoach voor zaalhockey, maar hij trok zich terug. Ik ben in het gat gesprongen, maar dat is tijdelijk. Het komt slecht uit; de veldploeg is net voor een stage naar Australië vertrokken. Na het WK reis ik er achteraan. Momenteel voel ik me een gespleten persoonlijkheid.''
Wat is de toekomst van zaalhockey?
Verboom: ,,Het zal nooit een olympische sport worden. Het is een goed alternatief voor het veldhockey in koude landen met lange winters, waar weinig kunstgrasvelden zijn: Polen, Wit-Rusland. Maar ook in Duitsland is het erg populair; alle topclubs hebben daar een eigen sporthal.''
Bellaart: ,,Ook in Zwitserland en Italië is zaalhockey veel populairder dan veldhockey. Dat komt ook doordat je voor een zaalteam minder spelers nodig hebt. Zes toppers zijn sneller te vinden dan elf. In Nederland is veldhockey veel belangrijker. Ik geloof niet dat de zaal ooit het veld zal overvleugelen.''
Maar welke doelstelling heeft Nederland dan met internationaal zaalhockey?
Bellaart: ,,Als hockeyland zijn we het aan onze stand verplicht op hoog niveau aanwezig te zijn. Twee jaar geleden zijn we er weer mee begonnen en meteen naar de A-poule gepromoveerd. We wonnen ongetraind met de veldselectie het B-kampioenschap. Gelukkig hebben we ons vorige maand op het EK in de A-divisie gehandhaafd, want degradeer je, dan ben je meteen twee jaar achterop voor je terug kunt komen. Op dit moment mist het team nog ervaring, maar geef ons twee jaar en we strijden om de tweede plaats bij EK's en WK's. Dat is heel goed, want we moeten een inhaalslag van elf jaar maken. We gaan niet voor de eerste plaats. Die is voor Duitsland, met voorsprong het sterkste zaalhockeyland.''
Verboom: ,,Ook wij hebben qua ervaring een achterstand. Toch denk ik dat de hockeytraditie in Nederland groot genoeg is om die kloof binnen niet al te lange tijd te kunnen overbruggen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.