* Er is nog lang over gesproken en geschreven, de brief waarin vorige week acht Europese regeringsleiders openlijk steun betuigden aan de Amerikaanse president George Bush inzake Irak. En dan vooral in die landen waar Bush' voornemen Saddam Hoessein aan te pakken níet op prijs wordt gesteld: Duitsland en Frankrijk.
Waar kwam het idee voor de tekst eigenlijk vandaan, die de Europese editie van The Wall Street Journal en andere Europese kranten op de voorpagina brachten? Dat wilden bijvoorbeeld de Franse Libération en de Frankfurter Algemeine Zeitung weten. Het antwoord werd er al bij gegeven: van de regering-Bush natuurlijk.
Der Spiegel van deze week gaat uitgebreid in op de 'kwestie': ,,Een oproep, commentaar of open brief, wat was het eigenlijk?'' Ook bondskanselier Gerhard Schröder wist het niet: ,,Ik heb die advertentie, of was het een artikel, gelezen'', tekende het weekblad op uit zijn mond.
Een hoge (Duitse?) Navo-militair had zo zijn ideeën: ,,Een klassiek voorbeeld van psychologische oorlogsvoering.'' En de Frankfurter Rundschau, schreef Der Spiegel, bekroop ,,het onzalige gevoel dat het ging om werk in opdracht van een naar coalitiegenoten zoekende wereldmacht''.
Onzin, schreef Wall Street Journal-redacteur Mike González maandag in zijn krant . González was de man achter het gewraakte stuk. 'Puur journalistiek' waren zijn motieven geweest te proberen de meningen van Europese regeringsleiders naar voren te brengen die het wél eens zijn met het Irak-beleid van Bush, schrijft hij. ,,Veel Amerikanen hebben het idee gekregen, overtuigd door tegenstanders van president Bush, dat alle Europeanen ons haten. Ik wilde overbrengen dat naast de veelbesproken heren Chirac en Schröder er andere Europese regeringsleiders zijn die hun mening niet delen.'' En het staat buiten kijf dat de 'Journal' onafhankelijk is: ,,De diplomatieke dienst in Washington is mans genoeg de ideeën van de president over het voetlicht te krijgen.''
González zegt dat hij begon met een lijntje uit te werpen naar een medewerker van Silvio Berlusconi. Die reageerde lauw maar niet afwijzend op het voorstel de Italiaanse premier nu eens zijn gedachten over Bush en Irak op papier te laten zetten. Het enthousiasme in Madrid was groter: waarom niet een stuk van premier José Maria Aznar, Silvio Berlusconi én hun Britse collega Tony Blair. Dat vond Alistair Campbell, Blairs woordvoerder, weer niets: ,,Tony heeft het te druk.''
González legde zich neer bij de gedachte dat weer een leuk idee was gesneuveld. Maar tijdens een museumbezoek met zijn vrouw, ging háár mobieltje over. Madrid was dringend op zoek naar haar man: Aznar had met Blair gesproken over een gezamenlijk stuk. Ze vonden het niet alleen een geweldig idee, ze werkten er al aan. Bovendien: waarom niet nog meer regeringsleiders gevraagd de tekst te onderschrijven? Daarna ging het snel. Uiteindelijk kwamen acht handtekeningen onder de brief: een Poolse, Tsjechische en Hongaarse plus die van de Deense en Portugese premier. Nederland weigerde, omdat de brief een verkeerd signaal zou afgeven over het buitenlands beleid van de Europese Unie, dat gemeenschappelijk heet te zijn. Slowakije en Letland daarentegen lieten na publicatie weten de steunbetuiging aan Bush te onderschrijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.