De dreiging rond Irak houdt de wereldeconomie gegijzeld. Dollar en beurskoersen dalen, olie en goud worden duurder. De kans dat een korte oorlog snel voor opluchting gaat zorgen, lijkt klein.
AMSTERDAM - Als ondernemers en investeerders ergens een hekel aan hebben, is het wel onzekerheid. Daarom is de huidige oorlogsdreiging rond Irak desastreus voor de wereldeconomie.
Op welke manier tast de oorlogsdreiging de economie op dit moment aan? ,,Zolang de oorlog nog in de lucht hangt, stellen bedrijven hun investeringen uit en doen consumenten minder grote aankopen'', zegt Stijn Claessen, hoogleraar internationale financiƫle economie aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Zo komen we in een vicieuze cirkel terecht.''
Bedrijven stellen de investeringen uit omdat ze onzeker zijn over hun toekomstige verkopen. Zo denkt Nissan in de VS dit jaar zeker een half miljoen auto's minder te verkopen dan verwacht. Consumenten kopen minder omdat ze hun geld liever achter de hand houden. Want met de onzekerheid van de bazen neemt ook de onzekerheid van de banen toe. Onlangs is de eerste personeelsadvertentie gesignaleerd onder voorbehoud dat er geen oorlog komt.
Toch is oorlog, zo leert de ervaring, vaak de snelste manier om uit de malaise te komen. Cynisch gezegd: met het vallen van de bommen schieten de beurskoersen weer omhoog. Zo ging het twaalf jaar geleden tijdens de Golfoorlog. Na de eerste Amerikaanse aanvallen waren de beurskoersen snel weer op het niveau van voor de overval op Koeweit.
Maar het is de vraag of het uitbreken van de vijandelijkheden nu ook zo'n snel herstel zal veroorzaken. ,,Het ligt moeilijker dan de vorige keer'', aldus Claessen. ,,De economie was er al slechter aan toe, we zaten al aan het einde van een boom. Ik zie het daarom niet meteen beter gaan als de oorlog begint.'' En zelfs bij een snelle Amerikaanse overwinning blijft de situatie onzeker: de oorlog tegen het terrorisme gaat door, Noord-Korea blijft een veiligheidsrisico.
Maar de vrees bestaat ook dat het deze keer zal uitdraaien op een lang en slepend conflict, zoals in Vietnam. Dan gaan de hoge kosten de ontwikkeling van de Amerikaanse economie echt remmen. Die angst, samen met het grote Amerikaanse handelstekort, zet de dollar zwaar onder druk. Buitenlandse investeerders trekken hun geld alvast terug uit de VS. De euro, tot drie maanden geleden nog minder waard dan de Amerikaanse munt, is inmiddels gestegen naar 1,08 dollar.
Grote bedrijven, zoals AT & T, zijn op dit moment erg behoedzaam. Waar ze een jaar geleden nog rekenden op herstel in de loop van 2002, kijken ze nu al naar 2004. ,,Ze zijn bedrogen uitgekomen'', aldus Claessen. ,,Ze willen niet weer de plank mislaan. Dat is psychologie.''
Psychologisch is ook de vlucht van beleggers in goud. De prijs is gestegen naar het hoogste niveau in zes jaar. ,,Dat heeft weinig economische consequenties'', zegt Claessen. Goud is nu eenmaal een vluchthaven in onzekere tijden. Niemand heeft het echt nodig, maar de verwachting van hogere prijzen maakt zichzelf waar.
Een hogere olieprijs treft de economie wel degelijk, vanwege het belang voor transport, mobiliteit en productie. Volgens een studie van het Britse 'Institute of Directors' zou een olieprijs van tachtig dollar per vat de Amerikaanse beurzen met nog eens dertig procent laten dalen en voor een economische krimp van twee procent zorgen.
De prijs van een vat olie is de laatste tijd gestegen naar ongeveer dertig dollar. Niet alarmerend, meent Claessen. ,,Pas bij een prijs van meer dan veertig dollar zie ik echte consequenties.'' Op dit moment lijdt alleen de luchtvaartsector onder de hogere olieprijzen.
Claessen wijst er ook op dat de westerse landen minder afhankelijk zijn van olie dan tien jaar geleden. ,,We zijn efficiƫnter geworden in energiegebruik.'' Daarom is hij, tegen de heersende trend in, 'redelijk optimistisch' over de groei van de economie dit jaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.