* De sancties van de Europese Unie tegen Zimbabwe dateren van 18 februari 2002. Ze werden afgekondigd omdat de verkiezingen van maart 2002 niet vrij en eerlijk zouden zijn, vanwege het politieke geweld tegen de oppositie in het land, vanwege de ernstige schending van de mensenrechten en vanwege de beperkingen die worden opgelegd aan de media.
De maatregelen omvatten een embargo op de verkoop, de levering of de overdracht van wapens, een embargo op technisch advies, bijstand of training in verband met militaire activiteiten en een embargo op de verkoop of de levering van materiaal dat kan worden gebruikt voor binnenlandse onderdrukking. Daarnaast kwam er een reisverbod en een bevriezing van fondsen, tegoeden en economisch bezit van een aantal leden van de Zimbwaanse regering en andere, hoge autoriteiten.
De sancties werden afgesproken voor een jaar. Gisteren wisten de ministers van buitenlandse zaken van de EU het nog niet eens te worden over verlenging.
Die discussie had een extra lading gekregen door het verzoek van Frankrijk om een uitzondering op het reisverbod te maken voor de Frans-Afrikaanse top in Parijs.
De sanctie-afspraken voorzien in zo'n verzoek. Uitzonderingen zijn namelijk mogelijk als het gaat om het bijwonen van vergaderingen van internationale organisaties, of het voeren van een politieke dialoog die de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe bevordert. En volgens Parijs is daarvan bij dit bezoek sprake.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.