*

 

Van Baal rest riante troostprijs

Cees van der Laan en Teun Lagas − 28/01/03, 00:00

DEN HAAG - Na Van Kemenade (onkunde) en het Niod-rapport (onwil) introduceert de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica een nieuwe term voor nalatigheid van de landmacht: te weinig moeite. Daarmee voegde de commissie gisteren een nieuwe dimensie toe aan de vraag of onkunde dan wel onwil de reden was dat de legertop de minister niet volledig informeerde over de gang van zaken rond Dutchbat.

'Onkunde is erg, maar onwil is erger', waren de woorden waarmee minister De Grave (VVD) zijn hoogste landmachtgeneraal, Ad van Baal, in april de wacht aanzegde. Hij had hem eerder tot bevelhebber bevorderd, omdat Van Kemenade in 1998 concludeerde dat de haperende informatievoorziening door de landmachttop, waar Van Baal deel van uitmaakte, slechts veroorzaakt werd door onkunde. Maar het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) tikte Van Kemenade later op de vingers. Het was onwil van de landmachttop die de minister en het kabinet steeds in problemen bracht.

De enquêtecommissie meent dat juist Van Baal in die landmachttop niets kan worden verweten. ,,De commissie acht het terugtreden van Van Baal als bevelhebber begrijpelijk, maar niet terecht. Op basis van de bevindingen van het Niod ziet de commissie geen redenen waarom hij zijn functie van bevelhebber ter beschikking moest stellen.''

Daarmee zegt de commissie dat De Grave, nu vice-voorzitter van de VVD-fractie, een verkeerd besluit nam. Tussen de regels door kan worden opgemaakt dat de commissie vindt dat De Grave zich door de waan van de dag heeft laten leiden, toen hij vorig jaar, voor het complete kabinet uit, wilde aftreden. De VVD-fractie zette in die dagen De Grave onder druk met de uitspraak 'niet aftreden maar optreden'.

De parlementaire enquêtecommissie maakt duidelijk dat twee mensen in de landmachttop verantwoordelijk zijn: de generaals buiten dienst Hans Couzy (bevelhebber) en Van der Wind, opsteller van het beruchte debriefingsrapport. De laatste heeft de vertrouwelijkheid van de gesprekken ten onrechte gebruikt als argument voor het achterhouden van informatie. Daardoor zijn belangrijke zaken onderbelicht gebleven, vindt de commissie. Van der Wind had ze moeten melden aan de minister.

Bakker c.s. prijst Couzy als het gaat om zijn adequate adviezen voorafgaand aan de uitzending in 1993. Dat oordeel is ronduit negatief als het gaat om de informatieverstrekking na de val van de enclave. Couzy heeft geen onwil getoond om de minister te informeren, maar hij heeft te weinig moeite gedaan. Zijn loyaliteit lag te veel bij de landmacht en dat is voor een adviseur van de minister 'onprofessioneel en verwijtbaar'.

De commissie wilde met deze conclusie af van een heilloze discussie over wat nu precies onder onkunde en onwil moet worden verstaan. De vraag kan echter worden opgeworpen of te weinig moeite niet een vergelijkbaar verwijt betreft als gebrek aan goede wil zoals Niod-directeur Blok zijn onwil-conclusie uitlegde. Voorhoeve, de toenmalige minister, krijgt het verwijt dat hij 'onvoldoende daadkrachtig' heeft opgetreden tegen Couzy.

De commissie benadrukt dat fundamentele hervormingen in de defensie-organisatie nodig blijven. En Van Baal, die zijn terugtreden altijd als zeer onrechtvaardig heeft ervaren? Hij kan niet terug naar de landmacht, want daar zit net een nieuwe bevelhebber, luitenant-generaal Urlings. Aan de nieuwe (demissionaire) minister van defensie Kamp en zijn adviseurs de taak om voor Van Baal binnen de krijgsmacht een riante troostprijs te bedenken.

mailIcon print |