* In 2002 was het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) permanent in oorlog met de consument. Op straat werd de euro verantwoordelijk gesteld voor de veronderstelde snelheid waarmee alles duurder werd, terwijl de statistici aan de hand van hun cijfertjes maar bleven volhouden dat er niet veel aan de hand was. Weliswaar lag de geldontwaarding hoger dan in andere eurolanden, maar van een groot effect van de nieuwe munt was niet veel te bespeuren.
Gisteren presenteerde het CBS zijn nieuwe berekeningswijze van de inflatie. Degenen die gehoopt hadden dat daaruit wel een substantieel euro-effect zou blijken, komen bedrogen uit. In het nieuwe 'boodschappenmandje' van het CBS zitten producten die beter zouden aansluiten bij het actuele consumptiegedrag. Soms is in 2002 de inflatie wat hoger dan tot nu toe aangenomen, soms lager. Pas aan het eind van vorig jaar beginnen de cijfers echt uiteen te lopen, meer dan een halfjaar na invoering van de euro. Met het nieuwe cijfer valt daarover nog steeds geen duidelijkheid te krijgen.
CBS-directeur Geert Bruinoge blijft bij de al langer gehanteerde verklaring van zijn bureau, dat de 'gevoelsinflatie' vorig jaar aanmerkelijk hoger lag dan het officiƫle cijfer. Dat moet verklaard worden uit de ervaringen van de consument. Die kijkt alleen naar de prijzen voor de dagelijkse benodigheden. Die werden meer dan gemiddeld duurder in 2002, terwijl andere prijzen, zoals de huurprijs van een huis, minder dan gemiddeld stegen.
De consument is een grillige diersoort en zijn gedrag wordt met het jaar minder voorspelbaar. Het CBS volgt voor het bepalen van de geldontwaarding zo goed mogelijk de prijsontwikkeling van een mandje producten, dat zo getrouw mogelijk het werkelijke consumptiegedrag van de gemiddelde Nederlander moet nabootsen. Nog niet zo lang geleden besloot het CBS als een van de eerste overheidsorganen verantwoordelijk voor statistiek in Europa dat mandje eens in de vijf jaar te toetsen voor veranderingen in het consumptiepatroon. Vijf jaar blijkt nu echter al een veel te lange periode. De consument is grillig, aldus Bruinoge. Voortaan wordt elke jaar bekeken of het 'mandje' van het CBS nog een beetje de werkelijkheid weerspiegelt.
In het mandje zelf verandert overigens niet zoveel. Het gaat vooral om de mate waarin de prijsontwikkeling van een bepaald product doorwerkt in het uiteindelijke inflatiecijfer, de weging in vaktermen. In het nieuwste mandje zijn de uitgaven voor bijvoorbeeld telecommunicatie, het mobieltje en het internetgebruik, bijvoorbeeld, veel belangrijker geworden. Het effect van telecommunicatieprijzen op het totale inflatiecijfer is in het nieuwe mandje ruim verdubbeld: van 1,7 procent naar 3,5 procent. De dagelijkse boodschappen waren relatief al niet zo zwaar vertegenwoordigd in het mandje en het gewicht neemt verder af. Het is een algemene economische wet dat als de welvaart toeneemt het relatieve aandeel van basisvoorzieningen als voedsel in het totale uitgavenpakket verder afneemt. Sinds de laatste keer dat het CBS het mandje samenstelde, is de welvaart sterk gestegen. Het CBS neemt daarmee welbewust het risico dat de 'gevoelsinflatie' en het officiƫle cijfer nog verder uit elkaar zullen komen te liggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.