*

 

In één klap weer militair

Hans Marijnissen − 18/01/03, 00:00

De samenvoeging van krijgsmacht en politie is misschien een stap te ver, maar de huidige grens tussen beide organisaties is ook niet logisch. Volgens politicoloog M. de Weger hangt de 'kreukelzone' in de taakverdeling van toevalligheden aan elkaar. Een herschikking hóeft geen pijn te doen.

De enorme knal bij S.E. Fireworks in Enschede legde in 2000 een dienst bloot die voor bijna iedere Nederlander onbekend is. Nederland bleek opeens te beschikken over een Bureau Adviseur Milieuvergunningen (BAM) dat advies geeft over de opslag en produktie van explosieven. En aan dat advies mankeerde van alles.

De twee adviseurs die het bureau rijk is en die de vuurwerkopslagplaatsen dienden te inspecteren, konden sinds 1998 volgens een door Defensie opgesteld onderzoeksrapport hun werk niet goed meer doen. Door een reorganisatie werd het bureau in dat jaar ingekrompen van 5.5 naar 2 formatieplaatsen. Een van de twee werd het jaar daarop uitgezonden naar Bosnië, de ander richtte zich op de millenniumwisseling. Resultaat: een administratieve chaos, irritatie bij gemeentes die lang moesten wachten op reacties op ontwerpvergunningen en een snel oplopende werkachterstand.

Opslagen met meer dan honderd ton vuurwerk, zoals die van S.E. Fireworks, moeten volgens de wet een keer per jaar worden gecontroleerd. Maar tussen oktober 1998 en augustus 1999 werd geen enkele vuurwerkopslagplaats in Nederland gecontroleerd.

Hoewel BAM vooral adviezen geeft bij de opslag en produktie van vuurwerk en explosieven voor civiele doeleinden, en de voorschriften zou moeten controleren ten dienste van justitie, ressorteert dit bureautje opmerkelijk genoeg onder de directie Materieel van de Landmacht, dus onder het ministerie van Defensie. ,,Dat is wel uit te leggen'', zegt politicoloog en oud-marine-officier M. de Weger. Het is volgens hem historisch zo gegroeid.

De Weger is momenteel bezig met promotieonderzoek naar de binnenlandse veiligheidstaken van de Nederlandse krijgsmacht. De organisatie-adviseur bij Cap Gemini Ernst & Young typeert het gebied tussen politie en krijgsmacht als een 'kreukelzone' in de taakverdeling tussen Defensie, Binnenlandse Zaken en Justitie. En gaat vervolgens na waaróm in het verleden aan de Nederlandse krijgsmacht binnenlandse (civiele) veiligheidstaken zijn gegeven.

Hij heeft de indruk dat vooral gelegenheidsargumenten die civiele taken bij de krijgsmacht brengen. Neem het Bureau Adviseur Milieuvergunningen dat het in Enschede zo liet afweten. Het militaire bureau BAM kreeg door de jaren heen steeds meer civiel werk, terwijl niemand zich afvroeg of de controletaken wel bij Defensie thuishoorden. Bij de gemeenten die BAM nodig hadden voor de vergunningen, werd de onderbezetting en de daaraan gekoppelde wachttijd snel duidelijk. Maar Binnenlandse Zaken was niet bij machte daaraan iets te doen. BAM werd namelijk aangestuurd door Defensie dat, gebukt onder bezuinigingen, heel andere prioriteiten had.

,,Van meer diensten die momenteel bij Defensie zijn ondergebracht maar hoofdzakelijk civiel opereren, kan worden afgevraagd of zij niet beter af zijn onder de vleugels van Binnenlandse Zaken of Justitie'', zegt De Weger. Hij noemt het voorbeeld van het Explosievenopruimingscommando (EOC) dat blindgangers uit de Tweede Wereldoorlog en explosieven voor terroristische aanslagen onderzoekt en demonteert, zoals recentelijk nog bij IKEA-vestigingen. ,,Deze taken werden ondergebracht bij Defensie, omdat de kennis van explosieven van oudsher bij Defensie aanwezig was, Binnenlandse Zaken niet voldoende nieuwe mensen aannam, dus uiteindelijk liever wilde dat Defensie dit ging doen.''

Anno 2003 opereert het EOC met vooral civiele partners. Wordt een explosief aangetroffen, dat gaat eerst een bomverkenner van de politie (vallend onder Binnenlandse Zaken) op pad. Heeft de EOD het explosief ontmanteld, dan worden de resten overgedragen aan de politie, BVD (Binnenlandse Zaken) of het gerechtelijk laboratorium (Justitie). ,,Zou het niet efficiënter zijn alle kennis en expertise, maar ook de aansturing van de diverse eenheden, onder één departement te brengen?'', vraagt De Weger zich af.

Nog een voorbeeld van De Weger: Op het kustwachtcentrum werken zo'n vijftig burgers die formeel in dienst zijn bij de marine. Zij coördineren en ondersteunen alle scheepvaart. Daarnaast zijn er, onafhankelijk van elkaar, zes overheidsdiensten actief op de Noordzee (het Korps Landelijke Politiediensten KLPD, de koninklijke marechaussee, de AID, de douane, Verkeer en Waterstaat, en voor bijstand ook de marine), ieder voor hun eigen taken. Deze worden dan wel gecoördineerd en ondersteund door het kustwachtcentrum, maar behoren niet tot de kustwacht. Zij beschikken over eigen materieel (schepen, helikopters en vliegtuigen), personeel en prioriteiten; en bepalen zelf wat zij op zee doen. Dan zijn er nog twee douane-schepen en één vliegtuig die direct onder het commando van het kustwachtcentrum vallen. Wat ook ten grondslag heeft gelegen aan dit organisatorisch monstrum, de constructie komt in ieder geval niet voort uit het uitgangspunt dat de Nederlandse kust een heldere en efficiënte, controlerende overheidsdienst nodig heeft.

De Weger: ,,Ook uit nood geboren zijn de anti-terreureenheden van de mariniers en militaire scherpschutters, zoals die een dik jaar geleden nog bij tunnels bij Amsterdam en Rotterdam te zien waren. In begin jaren zeventig kon of wilde de politie hiervoor geen eigen eenheden vormen. Zij doen hun werk prima, net als de andere genoemde Defensiediensten, maar de vraag blijft of de politie dit niet alsnog zelf zou moeten kunnen.''

Het laatste voorbeeld is misschien het meest sprekend. Als er één defensieorganisatie is opgeschoven richting burgermaatschappij is het de koninklijke marechaussee wel. Werd de militaire politie met een ook nadrukkelijk civiele taak voorheen ingezet aan de landsgrenzen en als bijstandseenheid bij de handhaving van de openbare orde; nu vanwege de Europese eenwording de grenscontroles overbodig zijn geworden heeft de marechaussee de burgerluchtvaarthaven Schiphol geheel in handen gekregen en houdt zij 'mobiel toezicht', vaak op de snelwegen in de omgeving van de grens. De 'zichtbare' marechaussees worden ondersteund door een eigen recherchedienst, inclusief tapkamers en observatieteams.

Inhoudelijker was het wellicht logischer geweest na het opheffen van de grens de marechaussee fors in te krimpen, en van dat geld het politiekorps uit te breiden, zodat Schiphol bijvoorbeeld onder het KLPD zou vallen. Maar de politiek besliste anders, en zorgde voor een nieuwe kreukel in de taakverdeling.

Defensie wilde haar eigen politiekorps behouden, de marechaussee uiteraard niet inkrimpen en zocht een nieuwe taak. Met de toewijzing van Schiphol is de marechaussee door Den Haag 'beloond' voor haar trouw. Ook in moeilijke tijden, zelfs als de politie staakt of als er weerstand bestaat tegen bepaalde opdrachten, is de marechaussee namelijk bereid snel en zonder 'maar' op te treden. Het korps kent immers een militaire gezagslijn. De vraag is echter hoe vaak dat voorkomt. En of dat voordeel in zeldzame gevallen opweegt tegen de praktische nadelen.

,,Tegenstanders van het samenvoegen van krijgsmacht- en civiele onderdelen hanteren vaak het principiële en staatsrechtelijke argument dat er zo een machtsconcentratie ontstaat bij onderdelen die zich met (staats)veiligheid bezighouden, en die dus beschikkende over ingrijpende bevoegdheden. Machtsspreiding over drie departementen zou de democratische controle beter garanderen. Voorstanders wijzen vooral op de efficiëntie die wordt vergroot als diensten samengaan of worden overgeheveld'', legt De Weger uit als toelichting bij een gedetailleerde analyse van zijn hand die afgelopen najaar werd gepubliceerd in de Militaire Spectator.

Met de grotere vraag naar veiligheidszorg in de afgelopen jaren (onveiligheidsgevoelens, terreurdreiging) neemt echter de druk toe om de beschikbare middelen beter te gebruiken, zo blijkt onder andere uit het rapport van de Stichting Maatschappij en Politie (Trouw, 03012003) en het pleidooi van hoogleraar rechtsvergelijking C. Fijnaut voor het samenvoegen van de marechaussee en het KLPD om zo de georganiseerde criminaliteit aan te pakken in NRC Handelsblad van 8 januari j.l..

De keuze voor efficiëntie of machtsspreiding is een politieke en niet aan hem, zegt De Weger. Maar hij wil wel wijzen op een keuze waarin oog is voor beide argumenten. Hij heeft het dan over ,,het onderbrengen van defensieonderdelen bij Binnenlandse Zaken of justitie, terwijl die diensten in geval van oorlog of grote calamiteiten in een klap weer militair kunnen worden gemaakt. Defensie staat'', in wat De Weger de 'klapconstructie' noemt, ,,haar onderdelen uit praktische overwegingen wel af, maar is ze niet kwijt en kan ook in 'normale' situaties nog wel enige diensten afnemen. In situaties die om een militaire bevelstructuur vragen, zijn zij direct beschikbaar, bijvoorbeeld nadat de regering de noodtoestand of staat van oorlog heeft afgekondigd.'' Op die manier zou de marechaussee met het KLPD kunnen worden samengevoegd, zonder dat het korps definitief oplost. Het EOC en het Kustwachtcentrum bijvoorbeeld zouden naar Binnenlandse Zaken kunnen gaan.

,,Het lijkt een staaltje organisatie-acrobatiek, toch wordt dit model al jaren met succes toegepast'', aldus De Weger. ,,Het loodswezen bijvoorbeeld was tot en met de Tweede Wereldoorlog een onderdeel van de koninklijke marine. In goed overleg is de dienst na de oorlog 'geciviliseerd'. Met nadrukkelijk de wettelijke mogelijkheid in een tijd van crisis of oorlog de schepen weer marinegrijs te schilderen.

De Weger: ,,Het maakt mij niet uit hoe regering en parlement de grens tussen politie en krijgsmacht trekken. Sinds de Tweede Wereldoorlog is deze discussie echter nooit volledig gevoerd, ook al omdat 'links' en 'rechts' het in de Koude Oorlog niet eens waren. Bij het uitblijven van politieke visie werden van omstandigheden afhankelijke beslissingen genomen, vaak ook nog in duidelijke crises als de Molukse gijzelingen. Gezien alle maatschappelijke aandacht voor de veiligheidszorg zal 'Den Haag' moeten kiezen of men nog een grens wil trekken óf een ministerie en minister van Veiligheid wil. Als men toch een grens wil, dan zal men daarvoor een criterium moeten overeenkomen en op basis daarvan een nieuwe indeling moeten maken. In de huidige scheiding zie ik dat consequente in ieder geval niet.''

mailIcon print |