Het is een vreemde constatering dat iedereen last heeft van de euro-inflatie, behalve de grote baas zelf, Wim Duisenberg.
Hij blijft maar volhouden dat slechts 0,2 procent voor rekening komt van de euro. En we zouden toch blij moeten zijn dat camera's en aanverwante artikelen toch duidelijk goedkoper zijn geworden. Dat zal ongetwijfeld wel waar zijn, maar aangezien de meeste mensen niet dagelijks een camera kopen, was dat feit niet echt tot ons doorgedrongen. Bij de introductie van de euro is er stevig op gehamerd dat er geen prijsverhogingen zouden mogen plaatsvinden. Dat was aanvankelijk het geval, afgezien van de horeca. Inmiddels constateer ik overal ronde bedragen in euro's, en geen bedragen waarbij je een hele zak losse centen nodig hebt. Hoezo geen prijsverhogingen? De markt, een plek waar je van oudsher goedkoper je inkopen kon doen, is sinds de euro-introductie duidelijk minder aantrekkelijk geworden voor koopjesjagers. Vóór de introductie kon je hier bijvoorbeeld voor een tientje van een bepaalde aanbieding genieten. Tegenwoordig is dat bedrag niet de exacte omgerekende waarde in euro, maar wordt gemakshalve 5 euro gevraagd. Een bedrag dat omgerekend een prijsstijging van meer dan 10 procent bedraagt. De euro is nu eenmaal een makkelijker rekeneenheid dan de eurocent. Deze pragmatische aanpak is inmiddels op vele plaatsen overgenomen, met prijsstijgingen als onvermijdelijk gevolg. Misschien een tip voor de heer Duisenberg om ook eens een keer wat inkopen te doen in een heuse supermarkt. Misschien dat het kwartje dan bij hem valt. Of is dit inmiddels ook al een 50 eurocent geworden?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.