*

 

Laatbloeier De Wit heeft niets te verliezen

Fred Troost − 25/01/03, 00:00

Met vier speelsters bij de eerste zestien op de wereldranglijst is Nederland een toonaangevende badminton-natie. De fraaie posities voorspellen voor het NK, dat volgende week begint, badminton van wereldniveau. Niettemin blijven de speelsters verstoken van materiële weelde. Nummer veertien Karina de Wit: ,,In Wales won ik een medaille.''

PAPENDAL - Van de vier hebben Mia Audina (7de) en Yao Jie (10de) de eerste slagen in Indonesië en China, hun landen van herkomst, geleerd. Voor Karina de Wit (14de) en Judith Meulendijks (16de) bleek de Nederlandse badmintontraditie inspiratief genoeg om zich een weg naar de wereldtop te banen.

Karina de Wit (26) stond vorig jaar om deze tijd nog 54ste op de wereldranglijst. De sprong van veertig plaatsen mag gerust een groeispurt worden genoemd. Ze bestempelt zichzelf tot laatbloeier, gevolg van een bewuste keuze: ,,Ik heb eerst mijn studie accountancy afgemaakt. Pas op m'n twintigste kwam ik bij de nationale selectie.''

De erelijst van De Wit kan nog gemakkelijk op een A4-tje. Haar beste resultaten zijn van recente datum. Ze won de Open kampioenschappen van Wales en Ierland, redelijk sterke A-toernooien, en schopte het in het Grand Prix-toernooi van Bangkok tot de kwartfinale.

De Haarlemse heeft net twee uur training achter de rug op sportcentrum Papendal, waar ze een kamer geboekt heeft. ,,Dat is beter dan dagelijks heen en weer rijden. Het maakt ook dat ik frisser aan de training begin.'' Dat is nodig want het is twee uur hard werken. De Wit speelt steeds periodes van acht minuten in haar eentje tegen twee anderen. ,,Dat betekent volle bak rennen. Ik train op verschillende aspecten, dat spreek je met de anderen af: hoge ballen, smashes. Tegen twee spelen is meteen reageren, voor anticiperen is geen tijd, je krijgt de shuttle sneller.''

Ze voelt het verschil met vroeger: ,,Toen moest ik hard werken om aan te klampen. Nu heb ik meer ervaring, ik ben fysiek sterker geworden en zie het spel beter aankomen.''

Ze beschouwt badminton als een combinatie van kracht, techniek en snelheid, met een competitief element. ,,De snelheid spreekt me het meeste aan. Ik houd van lange rally's; daarvoor heb je veel inhoud nodig. Daarom train ik dagelijks twee uur op de baan en twee uur in het kracht honk. Op de baan gaat het om rally's spelen zonder fouten te maken. Werken aan snelheid en techniek en daarbij losse componenten trainen zoals dropping, opslag en draaien.''

Het is een zwaar beroep op de fysieke gesteldheid. De lichaamsbouw speelt een rol. ,,De Chinezen selecteren op lengte. Ik ben één meter tachtig. Dat maakt je minder wendbaar en dat is een nadeel. In mijn jeugd was ik een spijker. Ik ben veel krachtiger geworden. Dat moet ook wel: enkels en knieën moeten stabiel zijn.''

De Wit is professioneel bezig met haar sport (,,Het enige dat ik doe is badminton''), maar ze moet lachen om de vraag of ze professional is. ,,Ik vind dat je je pas professional kunt noemen als je ruim verdient. Dat kun je bij badminton wel vergeten. Ik heb nu de A-status van NOC-NSF omdat we als ploeg op het WK met de vrouwen derde zijn geworden. Als single-speelster red ik dat niet; de eis is dat je dan bij de eerste acht van de wereld moet komen. Lekkere eis met al die Chinezen'', schampert ze.

De vreemde situatie kan zich voordoen dat de Nederlandse vrouwen de A-status per 1 maart beëindigen en hem per 1 april weer terugkrijgen. ,,Dan moeten we in maart bij het WK in Eindhoven bij de eerste acht eindigen.'' Het gaat bij dat WK om gemengde ploegen: mannen, vrouwen, dubbels. Het mannensegment vormt daarin de zwakke schakel. Die achtste plaats is dan ook niet zomaar behaald. ,,De laatste twee keer werden we negende.''

Badminton is geen vetpot. De Wit won in Wales en Ierland, maar rijk werd ze er niet van. ,,Ik ben er op m'n eentje heen gegaan; het inschrijfgeld van vijftien pond heb ik zelf betaald. Prijzengeld was er niet. In Wales 'verdiende' ik een medaille, in Ierland tweehonderd pond.''

Toch zegt ze, ondanks het dreigende verlies van de A-status: ,,Tot Athene kan ik het wel uitzingen.'' Want deelname aan de Olympische Spelen in Athene is haar doel. ,,Daar wil ik me voor kwalificeren. Daarom heb ik de laatste weken bewust wat Grand Prix-toernooien in Azië gespeeld. Om te wennen aan jetlag, warmte, wind in de hal. Ik wil dat meegemaakt hebben, want het olympisch kwalificatietoernooi is ook in Azië. Bangkok was daarom een leerzame ervaring.''

Over haar fraaie plaats op de wereldranglijst doet ze laconiek: ,,Het is altijd mijn doel geweest mezelf te verbeteren.'' Vasthouden is nu het parool. Ze wil zich kwalificeren voor het WK in mei. ,,Daar mogen de eerste drie van een land naar toe, dus wil ik graag boven Judith Meulendijks blijven staan. Half februari valt de beslissing, op de All England. Ik weet precies wat Judith moet scoren om mij te passeren en ook wat ik zelf moet halen. Die wetenschap beïnvloedt je. Je kijkt naar elkaar. Maar je hebt elkaar ook nodig, bij trainingen bijvoorbeeld. Het is wat dubbel, teamgenoot en concurrent. Ik realiseer me dat ik me ertussen gewurmd heb.''

Dat gebeurde vorig jaar toen ze de Nederlandse vrouwenploeg door de voorronde van de Uber Cup sleurde en zo afvaardiging naar het team-WK in China afdwong. Waar de vrouwen zich op 's werelds derde plaats nestelden.

Ze dwong daarmee ook haar eigen kwalificatie naar China af, maar kijkt daar met gemengde gevoelens op terug. ,,Ik moest daar alle eerste dubbels spelen. Niet leuk als je single-speelster bent. Ik mocht ook nog één single spelen - en die verloor ik. Was ook niet leuk. Ik zat te balen tot iemand zei: 'Karina, hoe zijn we hier gekomen?' Dat deed me goed; uit dat simpele zinnetje sprak waardering.''

Appreciatie stimuleert. De Wits stijgende curve bewoog zich de laatste maanden in bijna verticale richting omhoog. Ze voelt het aan de toenemende belangstelling. ,,De media staan in de rij. Voor mij is dat heel bijzonder.'' Een terechte inschatting? Bondscoach Martijn van Dooremalen is binnengekomen. Gevraagd naar zijn prognose voor het NK, voorspelt hij: ,,Karina speelt in de finale tegen Mia Audina en heeft vijftig procent kans.'' Dat klinkt mooi. De Wit: ,,Hij heeft mijn halve finale tegen Yao Jie tijdens de Dutch Open gezien. Die won ik. Nu geeft hij mij een kans op de titel. Nee, dat geeft me totaal geen druk. Ik ben nog nooit Nederlands kampioen geweest, dus ik heb niets te verliezen? Ik zie het als een compliment.''

Alle waardering ten spijt, Karina de Wit laat zich niet gek maken. Of ze al gedacht heeft aan de tijd na Athene? Het antwoord is diplomatiek. ,,Ik kan me voorstellen dat de opoffering van veel van huis zijn, veel trainen, niet werken, weinig sociale contacten te groot wordt en ik er over anderhalf jaar een punt achter zet. Of niet natuurlijk. Voorlopig ben ik nog genoeg verslaafd om te streven naar de ideale partij met mooie rally's, hoog tempo en weinig fouten.''

mailIcon print |