*

 

De verkiezingsparadox

Willem Breedveld − 24/01/03, 00:00

Stonden de vorige verkiezingen nog in het teken van wederzijdse demonisering en verkettering, deze verkiezingen kenmerkten zich door redelijkheid. Met als enige uitschieter de beschuldiging van Zalm dat Bos ontkent dat hij een gulden twee keer uitgeeft en hij dus om die reden een leugenaar genoemd mag worden. Zalm wilde de sfeer niet bederven en bood daarom een dag later alsnog zijn excuses aan.

Gevolg van al deze redelijkheid is dat over zwaar beladen issues als veiligheid, integratie, de wachtlijsten en de ellende bij het spoor wel flitsend werd gedebatteerd, maar opgeklopte emoties achterwege bleven.

Deze redelijkheid heeft de drie grote partijen geen windeieren gelegd. Het CDA handhaafde zijn koppositie, de PvdA is compleet terug en hoewel de VVD een zuur gezicht trok, beschikt deze partij over 28 klinkende zetels, meer dan Wiegel ooit gehaald heeft. Drie topvrouwen, Maria van der Hoeven, Jeltje van Nieuwenhoven en Melanie Schultz zijn er daarom van overtuigd dat je op dit fundament van redelijkheid binnen de kortste keren een kabinet in elkaar kan zetten. Dat kan ook heel goed, want zo groot zijn de verschillen niet.

Maar paradoxaal genoeg zullen deze verkiezingen van de redelijkheid uitlopen op een slopende formatie, waarin niet de ratio maar de emotie de gang van zaken dicteert. Die emotie ligt besloten in de uitslag van de vorige verkiezingen, die alom werd geinterpreteerd als een ruk naar rechts. Het moest afgelopen zijn met de softe poldercultuur, zwaarder straffen, allochtonen en immigranten de duimschroeven aandraaien en geen gezeur meer over milieu en ontwikkelingssamenwerking. Gewoon beton storten. Het was de verdienste van J.P. Balkenende dat hij deze emotie enigszins temde en neersloeg in een strategisch akkoord. Nu lijkt zij echter alsnog te ontsnappen.

De kwestie is dat de kiezers hem voor deze inzet lijken te hebben beloond. Misschien is dat ook zo, maar daarmee ligt het dictaat op tafel: rechts moet. Hoe doe je dat met een VVD die niet bij machte bleek de rechterflank af te dekken? Deze partij heeft daar een lelijk gat laten vallen met als gevolg dat een rechts kabinet niet zonder de LPF geformeerd kan worden. Balkenende vindt deelname van de LPF echter 'ongeloofwaardig'. Hij kan uitwijken naar D66, maar die partij werkt daar niet aan mee.

Maar wat dan? De steven wenden naar de PvdA is de meest logische uitkomst. Ook al omdat Bos er geen geheim van heeft gemaakt dat deze coalitie er moet komen. Programmatisch is dat ook mogelijk. Maar dat is logica en die is rationeel, terwijl de emotie het CDA voorschrijft daar niet aan te beginnen. De CDA-fractie is traditioneel conservatief ingesteld. Tandenknarsend herinnert men zich daar hoe het kabinet-Lubbers-Kok van moeizaamheid aan elkaar hing en uiteindelijk zelfs leidde tot de ondergang van het CDA in 1994. Het daarop volgende paarse triomfalisme heeft de stemming in de CDA-gelederen er niet vrolijker op gemaakt. Kortom, het CDA voelt er geen bal voor om de macht te delen met een nagenoeg gelijkwaardige partner. Veel liever domineert het een kabinet, dat gesteund wordt door een getemde Zalm en het schoothondje Herben.

Uiteindelijk heeft Balkenende de sleutel in handen. Op 15 mei gebruikte hij die om met grote voortvarendheid een kabinet van CDA, VVD en LPF in elkaar te zetten. Sindsdien voerde hij een politiek van pappen en nathouden met de LPF, tot gek wordens toe. Zelfs toen het tot een breuk kwam durfde hij de club niet uit het kabinet te zetten. Als compleet demissionair kabinet hield hij de illusie overeind dat er met de LPF wonderbaarlijk goed te regeren valt. Deze lankmoedigheid breekt hem nu op: kan hij nog wel 'nee' zeggen tegen deze club, hoe ongeloofwaardig dat ook is?

Kortom, het wachten is op een leidinggevende daad. Maar anders dan op 15 mei zullen we daar dit keer heel lang op moeten wachten.

mailIcon print |