Het is de meest besproken groep asielzoekers van de laatste tijd. De uitgeprocedeerden die al jaren in Nederland wonen, zo goed als geïntegreerd en waarvan het de vraag is of zij echt wel terug kunnen naar hun geboorteland. Opeenvolgende kabinetten worstelen met de vraag of er een generaal pardon moet komen. Demissionair minister Hilbrand Nawijn beloofde, dat hij de laatste weken van zijn ambtstermijn zijn decretionaire bevoegdheid zal gebruiken om de schrijnend ste gevallen alsnog toe te laten. Volgens VluchtelingenWerk zijn dat er 10000. Maar om wat voor mensen gaat het eigenlijk. Deel 2 in een korte serie: de Libanese familie Fakhro.
De Libanese familie Fakhro, vader, moeder en vijf kleine kinderen, zit sinds juli vorig jaar in de noodopvang van de gemeente Utrecht. De uitzetting van het gezin uit het azc in Utrecht werd uitgevoerd op de dag dat de jongste, een net geboren baby, zes weken oud was. ,,Dat is de regel', vertelt de 26-jarige vader Khalil. ,,Met zes weken is de baby oud genoeg om op straat gezet te worden.'
Gek genoeg is de familie in de noodopvang beter af dan in al die jaren dat ze in een asielzoekerscentrum verbleef. Ze wonen nu in een oude, afgeschreven flat, met woonkamer, keuken en twee slaapkamers. ,,In het azc woonden we acht jaar in een kamer van drie bij vier meter. Eigenlijk net zo groot als de woonkamer die we nu hebben. Daar konden net drie bedden en een kast in.'
Maar het geluk is relatief, want het Libanese gezin is uitgeprocedeerd en hun zaak is nog slechts een dossier in de archieven van de Immigratie- en Naturalisatie-Dienst (IND). Het is dat leugentje in het begin van de procedure geweest dat Khalil is blijven achtervolgen. Hij kwam in augustus 1994 met zijn vrouw, moeder en broer naar Nederland. Het eerste kind was net geboren. Dat was in een tijd dat er nog geen Aanmeldcentrum bestond en de familie onmiddellijk in een azc terechtkwam. Na een halfjaar volgde de eerste afwijzing. Khalil ging in beroep. ,,Ik had geheimgehouden dat ik al in Duitsland had gezeten en ik besloot ze dat alsnog te vertellen. Ik was bang dat ik helemaal geen kans maakte.'
Na deze bekentenis is het niet meer goed gekomen tussen Khalil en het IND. ,,Bij alle aanvragen krijg ik hetzelfde antwoord: ik ben ongeloofwaardig.' Het heeft er toe geleid dat het vluchtverhaal van de Libanese Koerd nooit meer uit de verf is gekomen. Zijn broer zag geen heil meer in de asielprocedure en vertrok naar Zweden. ,,Binnen een jaar had hij een verblijfsvergunning en volgend jaar krijgt hij de Zweedse nationaliteit. Terwijl hij in Nederland zeven jaar voor niets heeft zitten wachten.'
Khalil wil de overstap naar Zweden niet maken. Zijn meeste kinderen zijn in Nederland geboren. De twee oudsten van zeven en acht zitten op een montessorischool in Utrecht, de allerjongsten gaan naar een crèche. ,,Mijn kinderen spreken Nederlands, ze hebben het Arabisch niet geleerd.' Zelf was Khalil net achttien toen hij in Nederland kwam. Hij heeft niet stilgezeten. ,,Ik pik de taal snel op, dus voor mij waren de zes maanden taalles in het asielzoekerscentrum genoeg. Daarna heb ik op het roc (regionaal opleidingscentrum) een opleiding voor timmerman gevolgd. Ik kon het niet afmaken, omdat ik, tegen de tijd dat ik stage zou gaan lopen was uitgeprocedeerd. Ik moest van de opleiding af.' Intussen heeft hij met succes een horeca-opleiding afgemaakt.
Khalil heeft zich al jaren geleden bij de Libanese ambassade gemeld voor een paspoort. Keurig zoals de minister wil heeft hij aan zijn terugkeer gewerkt. Het lukte niet. ,,In 1997 werd ik door justitie bij de ambassade gepresenteerd. Dat betekent dat er politie meegaat. De ambassade wordt gevraagd of zij mij kennen en of ik in het bevolkingsregister van Libanon voorkom.'
De Libanese Koerd hoorde niets meer totdat hij juli vorig jaar het bericht kreeg dat hij uit het AZC moet vertrekken. Hij besluit nog eens naar de ambassade te gaan. ,,Ze vroegen me wat ik kwam doen. Ze hadden justitie eind 1997 al in een brief laten weten dat ze mij niet accepteren omdat ik niet in het bevolkingsregister sta.' Die brief, zo laat het IND weten, hebben ze niet ontvangen. Een kopie wil de ambassade niet aan Khalil verstrekken. ,,Ze zeggen dat het een zaak is tussen de Libanese en Nederlandse staat.'
Hoe lang hij nog met zijn gezin in de Utrechtse opvangflat mag blijven weet de Koerd niet. ,,Ik wil het ook niet weten. Wat ik zeker weet is dat ik nergens naar toe kan.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.