*

 

Groenewold ziet toekomst somber in

Rob Velthuis − 06/01/03, 00:00

HEERENVEEN - De logica is in de ogen van Renate Groenewold zoek. De suprematie van de Nederlandse allrounders wordt als iets vanzelfsprekends bejubeld, maar altijd zijn er de kritische vragen waarom de vrouwen het gat met Duitsland niet kunnen dichten.

,,Als we dat zouden weten, dan zou dat verschil er niet zijn'', luidt de redenering van Nederlands beste allroundster. Ze sprak er zaterdag in de kleedkamer de ongenaakbare Anni Friesinger na haar derde afstandzege maar eens op aan. ,,Die begint mij meteen moed in te spreken. Ze wijst op de blessure die ik heb gehad en dat het soms onverklaarbaar is hoe kleine verschillen bepalen waarom de vorm er het ene weekeinde wel en het andere niet is.'' Alsof Friesinger in de aanloop naar het seizoen niet net als Groenewold met lichamelijk ongemak kampte.

's Avonds aan de dis ging ze de discussie met haar coach Gerard Kemkers aan. De vinger werd gelegd op het weinig stabiele opleidingssysteem in Nederland. ,,Bij ons is sprake van verbrokkeling. Als je hier door een ploeg wordt uitgekakt, ben je ook echt uitgekakt. Dan moet je terug naar het gewest en is de kans klein dat je terugkomt. Dat is een slechte basis. Ik zou niet weten wie het hier straks moet overnemen. We hebben niet veel, en wat we hebben stopt.''

,,Duitsland heeft op elke baan vaste groepen, waarmee in een vast stramien wordt gewerkt. Ook door talenten bij wie het soms wat minder gaat. Geef je mensen de tijd, dan is de kans groter dat ze er komen. Hier breekt Daniele Anschütz door (vierde, red.) terwijl ze toch al 28 is. Zo hebben ze er ook een paar op de sprint.''

In zowel het mannen- als vrouwenkamp is van een eentonige status quo sprake. Waar de Nederlandse mannen de afgelopen twintig jaar zestien maal de Europese titel veroverden, presteerden zeventien (Oost-)Duitse vrouwen dat ook. Wat de actualiteit betreft: Gianni Romme torende in Heerenveen net zo ver boven zijn concurrenten uit als Anni Friesinger boven de hare.

Het zijn haast ontmoedigende gaten die de twee sloegen. Toch bestrijdt Groenewold dat zich een gevoel van machteloosheid van haar moet hebben meester gemaakt. ,,Als dat zo zou zijn, kan ik beter meteen stoppen. Er is maar één plek die telt, dat is de eerste. Misschien moet ik ondanks al dat harde trainen ooit erkennen dat ze gewoon meer getalenteerd is dan ik. Maar ik zal niet bij voorbaat zeggen dat ik nooit van haar zal winnen in een allround-toernooi.''

De laatste maal dat Groenewold Friesinger versloeg was tijdens de Olympische Spelen. De voorbestemde schaatskoningin van Salt Lake City moest op 10 februari 2002 zelfs genoegen nemen met de vierde plaats op de 3000 meter; Groenewold hoefde daar slechts die andere veelal superieure Duitse, Claudia Pechstein, voor te laten gaan.

Groenewold verbaast zich er nog altijd over dat die zilveren medaille voor het Nederlandse publiek en de media zoveel minder gewicht heeft dan dezelfde prijs die Gretha Smit tijdens de Spelen op de vijf kilometer won. Maar ze wil vooral het positieve uit dat succes blijven halen: dat ook gedoodverfde winnaars hun zwakke dagen kunnen hebben.

Dat was ook wat Friesinger haar als hart onder de riem stak, toen beiden na de drie kilometer in de kleedkamer zaten en de eerste drie posities al waren verdeeld: 1. Friesinger, 2. Pechstein, 3. Groenewold. Exact hetzelfde podium als een jaar geleden, zodat de Nederlandse genoegen moest nemen met de spreekwoordelijke achteruitgang van de stilstand.

Daar heeft Annamarie Thomas (vijfde) al jaren mee te maken. Zij richtte zich echter vooral op podiumplaatsen op haar beste (de korte) afstanden. En De Loor kwam zaterdag het ijs niet op, misselijk als ze was van de medicijnen tegen haar rugproblemen. Het kost Nederland een startplaats op de WK.

Daar verwacht Groenewold net als in 2001 (Boedapest) weer op het podium te staan. In Heerenveen genoot de rijdster van het feit dat ze haar rugproblemen met specifieke krachttraining zo snel te boven is gekomen. Een week of vier geleden dwongen zwakke rugwervels haar nog na vier, vijf rondjes diep rijden overeind te komen. Tijdens de EK reed ze weliswaar pijnvrij; stabiliteit in haar snelheid en tempohardheid zijn nog onder niveau.

Daar zal in een trainingskamp in Collalbo aan worden gewerkt. Groenewold: ,,Romme zei van de week dat hij lang het vermogen had gemist om door de pijngrens te kunnen gaan. Zo is het bij mij ook.''

mailIcon print |