*

 

De Voetbalbeurs

Matty Verkamman − 06/01/03, 00:00

Een lichte schouderduw en een schichtig uitgevoerde obstructie -dat zijn zo de overtredingen die worden gemaakt wanneer zaterdagochtend om klokke tien de poort van het Parochiehuis in Bodegraven wordt geopend. Het is weer tijd voor de eens per jaar op deze plek georganiseerde beurs voor de Voetbalverzamelaar. Hebberige mannen storten zich op de tafels. Zij weten dat de eerste ronde rond de tafels snel moet worden afgelegd. Dan gaat het immers om de bijzondere aanwinsten. Vandaar die overtredingen bij de entree.

De ware voetbalverzamelaar spreekt in geheimtaal. 'Nog een Zendijk gezien?' Een Zendijk staat voor het bijzondere plaatjesalbum in zwartwit uit de jaren vijftig. Zendijk laat het afweten. Maar kom, Vierde Serie is hier en daar wel verkrijgbaar. Prijzig weliswaar, maar Vierde Serie is dan ook het felbegeerde album van Miss Blanche, met hierin 150 ingekleurde plaatjes van 'Vooraanstaande voetballers Competitie 1931-1932 KNVB'. (Plaatje twee is Jos Cohen, de joodse doelman van Sparta, die later zijn naam zal veranderen in Jos Coler).

In het Parochiehuis wordt gemopperd. De prijzen rijzen de pan uit. Ik sta voor een tafeltje en zie het boekje met sigarenbandjes waarop de kopjes van de eredivisievoetballers uit het begin van de jaren zestig zijn vereeuwigd. Zonder met zijn ogen te knipperen zegt de handelaar: 'Tweehonderd euro.' Snel doe ik wat ik nog altijd doe: tweehonderd maal twee, plus tien procent... 'Dat is bijna 450 gulden!' Kribbig luidt de reactie: 'Hij is wel compleet hè!'

Ik permitteer mij twee dure aankopen. In het centrum van Bodegraven moet ik gaan pinnen voor een plakboek uit 1934 (mét echte wielrenfoto's) van de bekende uitgever en sportorganisator A.J.G. Strengholt. In het boek vind ik de correspondentie tussen Strengholt en directeur Jan van den Berg van het Olympisch Stadion over wielerwedstrijden op de baan in de eerste week van september 1934. Strengholt schrijft Van den Berg wat de renners kosten. Tour de France-winnaar Antonin Magne voert de lijst aan met 550 gulden, plus 10 gulden onkosten. De Hollandse ploeg krijgt in totaal 700 gulden, maar de befaamde Jan Pijnenburg staat apart genoteerd voor 300 gulden.

Verguld ben ik ook met het Franse sportdagblad l'üquipe van donderdag 12 maart 1953, de dag waarop in Parijs de Nederlandse profs hun beroemde Watersnoodwedstrijd tegen Frankrijk speelden, plus een exemplaar van het dagblad France-Soir van een dag later, met op de voorpagina een sublieme zweefduik van Frans de Munck. Voor een bedrag waar ik een half jaar een Nederlandse krant voor kan lezen, bereik ik een deal. Ik heb een speciale bestemming voor de twee kranten. Volgende week krijg ik Kees Rijvers een dagje op bezoek. Ik weet dat Kees amper nog een tastbare herinnering heeft aan zijn prachtige voetbaltijd in Frankrijk. Die twee kranten zijn bij de binnenspeler van weleer beter op zijn plek dan in mijn archief.

Gelachen heb ik zaterdag ook veel in het Parochiehuis. Er zijn veel Feyenoord-verzamelaars die mij vragen of ik nog een exemplaar heb van het boekje over hun club, dat ik in 1985 samen met mijn collega Lex Muller schreef. In dat boekje deed Willem van Hanegem een beetje lelijk over het bestuur van Feyenoord. Dat bestuur nam toen een bijzondere maatregel: de tienduizend exemplaren werden vernietigd! Lex drukte er eentje achterover, hetzelfde deed ik en het schijnt dat er nog een stuk of tien bewaard zijn gebleven. Er is mij al een bedrag geboden dat toereikend is voor een korte vakantie. Het bod voor dit collector's item stijgt voortdurend en altijd vind ik het weer leuk door de telefoon te roepen: 'We doen het niet!'

mailIcon print |