*

 

Schouten

Rob Schouten − 15/01/03, 00:00

Ik heb een nieuw bureau gekocht en de vraag is nu hoe ik het neer zal zetten.

Twee mogelijkheden met twee verschillende effecten. Je kunt het bureau voor het raam of tegen een muur zetten en eraan plaatsnemen, maar je kunt het bureau ook midden in de kamer zetten en er achter gaan zitten. In het eerste geval zit je met je rug naar eventuele binnenkomers toe, terwijl in het tweede geval de binnenkomer jou direct onder ogen komt. Deze twee verschillende posities drukken vanzelf ook twee totaal verschillende werelden uit. Een tegen de muur geplaatst bureau heeft iets nederigs en werkzaams, dat doe je als je er niet vanuit gaat dat ooit iemand in je werkkamer op bezoek komt; gebeurt het wel, dan moet je je omdraaien om de bezoeker te zien. Dit is het soort bureau dat in kamers van bescheiden mensen staat. Je baas komt binnen en je schrikt op van je werk. Het andere bureau daarentegen straalt overwicht en directeurschap uit. Je zit niet aan zo'n bureau om te werken maar om te wachten tot een ondergeschikte struikelend en zenuwachtig binnenkomt. Het is een soort examenbureau, van waaruit je iedere beweging van je gast in de gaten kunt houden. Deze stand van het bureau tref je meestal in films aan: er zit een welgedane man achter, eventueel rookt hij een sigaar en staat er een Amerikaans vlaggetje op. Reden genoeg om met stentorstem 'binnen' te roepen als er nederig wordt geklopt. Het eerste bureau is veel minder fotogeniek; hier beult een lagere klerk zich dag en nacht af en bij iemand aan zo'n bureau kun je zonder kloppen binnenvallen want het is duidelijk dat hij aan iedereen ondergeschikt is. Het gekke is dat je uit de meeste literatuur over bureaus zelden kunt opmaken hoe het bureau precies staat. In Kafka's 'Het proces' bijvoorbeeld, een boek vol bureaus, kwam ik er nergens achter (al vermoed ik pontificale overheersende bureaus). En in Voskuils romancyclus 'Het bureau' is de stand ook zelden duidelijk. Als ik van bureaus droom is dat meestal een directeursbureau en word ik ondervraagd. Toch ken ik in mijn vriendenkring niemand die zijn bureau zo heeft staan dat hij het bezoek kan monsteren. Dat klopt ook want ik ken geen directeuren, alleen maar werkers. Maar soms droom ik ervan om met vorsende blik achter mijn bureau te zitten.

mailIcon print |