In de Verdieping deze maand extra aandacht voor de onderwijsgevenden. Want het gaat de leraar niet goed. Ooit had hij een blinkend naambord naast de deur, maar nu wordt hij meewarig aangekeken als op een feestje zijn werk ter sprake komt. Is er nog toekomst voor de klas? Vandaag: de zij-instromers en hun opleiding tot leraar.
De lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs leken op sterven na dood. Steeds minder studenten voelen zich verlokt door het leraarschap. De zij-instromer, man of vrouw uit het bedrijfsleven die het onderwijs zou redden, betekent nu vooral behoud van de opleidingen.
De zij-instromer redt de lerarenopleiding. Zo boud kan je het stellen als je puur naar de cijfers kijkt. Sinds 1998 is het percentage zij-instromers op de lerarenopleiding van bijvoorbeeld de Leidse universiteit van twintig naar tachtig procent gestegen. Op de Educatieve Faculteit Amsterdam bestaat de helft van de studenten voor de tweedegraads lerarenopleidingen uit zij-in stromers. Ook op de Rotterdamse hogeschool, waar de situatie minder dramatisch is dan elders, neemt het aantal zij-instromers sterk toe. De Noordelijke Hogeschool Leeuwarden speelt met 'flexibele trajecten' in op de behoefte aan leraren en zag in enkele jaren tijd het aantal zij-instromers toenemen, van nul naar bijna honderd procent. Vooral geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, economie en verzorging kregen daardoor nieuw bloed - er had zich de afgelopen jaren geen deeltijdstudent meer gemeld, en de voltijdstudent werd ook steeds zeldzamer in Leeuwarden.
Het begrip 'zij-instromer' (ooit gebruikt voor recent aangekomen leerlingen uit den vreemde, maar die heten nu 'neven-instromers') is niet eenduidig. Je hebt zij-instromers-in-opleiding en zij-instromers-in-beroep. De eerste groep meldt zich bij een opleiding en heeft recht op studiefinanciering. De andere werkt al op een school, en die betaalt de kosten van de opleiding. En, zegt Peter van Tilburg van de lera ren opleiding van de Leidse universiteit, ,,studenten kiezen steeds vaker voor een baantje op school in plaats van de Albert Heijn, dus dat zijn ook een soort zij-instromers''.
In totaal zijn er nu 1600 zij-instromers in beroep op de lerarenopleidingen en de pabo's, op een totaal van een kleine 50 000 deel- en voltijdstudenten. De zij-instromers in opleiding zijn in de registratie niet exact te traceren.
Toch lijkt het op twee vliegen in één klap: het lerarentekort wordt bestreden én de docentenopleidingen krijgen meer werk. Maar die conclusie gaat Jan Schmitz van Hogeschool Rotterdam te ver. ,,Zij-instromers horen binnen twee jaar af te studeren. We krijgen er dus maar kort geld voor, terwijl de werkdruk toeneemt.'' Aan de andere kant, zegt Schmitz, vereist deze nieuwe groep studenten een verandering van de 'traditionele' lerarenopleiding. ,,Het is niet meer dezelfde ongeschoolde student van vroeger'', zegt Van Tilburg uit Leiden. ,,Ze hebben vaak verschillende banen gehad of gebroken carrières. Voor sommigen is het onderwijs altijd een droom geweest maar ze hebben er nooit eerder aan kunnen toegeven.'' Voor de docentenopleidingen betekent dat een cultuuromslag - sommige coördinatoren spreken van een cultuurschok.
Dick de Wolff van de Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA) herkent in de zij-instromers 'zijn uitdaging'. Toen hij vorig voorjaar aantrad, eerst als interim, later als de definitieve directeur, trof hij de opleidingen aan in weinig florissante staat. ,,De medewerkers waren in verwarring, hadden geen beeld meer van hun toekomst en die van de EFA.'' Er was een structureel financieel tekort, en de beste mensen dreigden weg te lopen.
Maar de wederopbouw op de EFA betreft vooral het onderwijs aan de zij-instromers. Zij maken vijftig procent van de nieuwe studenten uit. ,,Het leraarschap is voor veel jonge mensen kennelijk nog steeds niet aantrekkelijk, wel voor ouderen met levenservaring.'' De Wolff neemt even de tijd voor een sneer naar het beleid van regeringswege. ,,Men suggereert dat de zij-instroom is mislukt, dat wij in gebreke zijn gebleven. 'Wij willen nieuwe leraren, en wel nu!' is het motto. Tegelijk moeten wij, op een koopje, deze mensen in korte tijd geschikt maken voor het onderwijs, van voortgezet onderwijs tot en met beroepsonderwijs - voor de volle breedte. Terwijl ze onderling enorm verschillen in capaciteit en aanleg. De opleiding moet meer toegespitst worden op het type school waarvoor zij geschikt zijn.''
De cijfers zijn niet bemoedigend: weliswaar staan er nu 15 000 mensen ingeschreven bij de bemiddelingsbureaus, maar tot nu toe zijn er slechts duizend geplaatst in basis- en voortgezet (beroeps)onderwijs. In 2003 maken 600 mensen uit het bedrijfsleven de definitieve overstap naar het voortgezet onderwijs. Cijfers over voortijdig weer uitgestroomde instromers zijn er niet, maar des te meer verhalen. Velen van hen kwamen slecht voorbereid voor de klas te staan en gingen ten onder. Levenservaring en scholing in het harde bedrijfsleven blijken vaak niet opgewassen tegen genadeloze pubers en gebrekkige steun op school.
De kritiek op de opleidingen is dan ook niet mals. Onlangs sprak de onderwijsinspectie een vernietigend oordeel uit over de wijze waarop de opleidingen de zij-instromers voorbereiden op hun taak. Speciaal voor de zij-instromer zijn er negen 'assessmentcentra' opgericht, verbonden aan de plaatselijke leraren opleiding, waar de kandidaten worden beoordeeld op hun geschiktheid. Maar er zijn plaatsen waar ook de 'assessoren' geen enkele ervaring of training hebben. Anke Tigchelaar, opleider van zij-instromers op de lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht, distantieert zich dan ook van het landelijke systeem. ,,In de praktijk duiken zij-instromers vaak direct onbevoegd het onderwijs in, zonder een goed beeld te hebben van het vak, omdat de nood nu eenmaal hoog is op scholen. Met een advies of je geschikt bent of niet, gebaseerd op een momentopname, schieten ze niet veel op. Bij ons kunnen zij-instromers zich eerst oriënteren op de opleiding. We nemen met hen door wat ze kunnen verwachten en wat er van hen verwacht wordt.'' De begeleiding in Utrecht is langer en intensiever dan landelijk voorgeschreven, en dat lijkt te werken.
,,De zij-instromer vraagt zulke specifieke begeleiding dat de scholen er niet altijd mee geholpen zijn. Sommigen nemen geen zij-instromers meer aan: we hebben er alleen maar ellende van, zeggen ze.'' Nog afgezien van de scheve ogen die de instromer op kan wekken: weliswaar nog onbevoegd, verdient hij soms meer dan zijn oudgediende collega's, omdat hij zijn oude salaris mag 'meenemen'.
Tigchelaar heeft nu een apotheker onder haar hoede gehad, een journaliste, een dominee, wetenschappers, een hbo-docent, een uitgever, een manager, een basisschooldirecteur die vmbo-directeur wil worden en moeders met een academische graad. Ze maken ieder een persoonlijk opleidingsplan. ,,De een wil bijvoorbeeld zijn vak, Frans, door en door kennen, de ander wil vooral met leerlingen werken.'' Niet iedereen wordt juichend binnengehaald, al is het lerarentekort nog zo hoog. ,,Er zijn er veel die zeggen: het onderwijs trekt me aan want de vakanties zijn zo goed geregeld. Die haken zo af als je het beroep schetst. Een bankdirecteur wilde leraar wiskunde worden, want hij had het zo druk. Hij heeft een tijdje op een school meegelopen - nooit meer wat van gehoord.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.