Vanuit haar woonplaats Islamabad bericht de Nederlandse journaliste en schrijfster Betsy Udink elke maand over het dagelijks leven in Pakistan. Betsy Udink is vooral bekend van haar boek 'Achter Mekka', een bundel impressies die ze schreef door de ogen van een westerse vrouw in het streng-islamitische Saoedi-Arabiƫ.
Geweld tegen vrouwen, het is een kwestie waaraan in Pakistan talloze conferenties, tekenwedstrijden, commentaren in kranten, workshops en romans worden gewijd. Het gaat dan om het afhakken van neus en oren, het uitsteken van ogen, verminken met zoutzuur, kaalscheren van hoofd en wenkbrauwen, groepsverkrachting als straf voor een zonde die de familie van het slachtoffer begaan heeft, wurgen of doodschieten van een zus of nicht die zich niet netjes heeft gedragen, of het levend verbranden van een schoondochter of schoonzus. De conclusie is steeds dezelfde: armoede en gebrek aan onderwijs zijn de oorzaak van het geweld. (De Pakistaanse overheid zegt dat 35 procent van de bevolking analfabeet is, de Unesco houdt het op 18 procent van de 143 miljoen Pakistani). Er is dan ook een optimistisch geloof in de heilzame werking van de uitbreiding van het onderwijs en van voorlichting
Zaterdag heb ik in Rawalpindi, de grotere, armere en criminelere zusterstad van Islamabad, iets gezien van het bewustmakingsproces over geweld tegen vrouwen. De Progressieve Vrouwenbond hield er op een binnenplaatsje tussen pal boven op elkaar gebouwde, armetierige flatgebouwen een conventie over geweld tegen vrouwen. De titel van de dag was in het Engels op een spandoek geschreven op een achtergrond van oranje en rode vlammen. De deelnemers waren leerlingen van lagere en middelbare scholen en van de Academie voor Homeopathie. Op het plaatsje stonk het naar kattepis; aan de randen, vlak langs de huizen, liep een open riool. De jongens en meisjes luisterden anderhalf uur lang rustig en braaf; geen geklier en hyperactiviteit als onder Nederlandse scholieren.
De burgemeester van Rawalpindi, een goed in het strakke pak zittende veertiger, zei voor de microfoon dat hij persoonlijk de botten zou breken van jongens die meisjes lastigvallen. Meisjes en vrouwen hoefden onder zijn bestuur niet bang te zijn om aangifte te doen. Hij had de politie opgedragen hen serieus en respectvol te behandelen.
Na de burgemeester lieten de scholieren elkaar zien hoe geweld tegen vrouwen in zijn werk gaat. Korte toneelstukjes waarin meisjes en jongens samen de ellende van het Pakistaanse familieleven uitbeeldden. Betere acteurs en actrices dan in de Pakistaanse soaps. Een jongen speelde een man die niet wil werken, die zijn vrouw met een stok slaat omdat ze een te kleine bruidsschat heeft meegebracht. ,,Mijn vrienden zeggen: je hebt je met een schamele bruidsschat laten afkopen, ze hebben je niet eens een brommer gegeven.''
Zijn 'vrouw': ,,Mijn vader heeft mij aan jou, oude man, verkocht toen ik een heel klein meisje was''.
Man: ,,Je hebt me nooit een zoon gegeven.''
Vrouw: ,,Dat is de wil van God''.
Man: ,,Jij durft iets terug te zeggen!!??'' Hij slaat zijn vrouw ongenadig met zijn stok in elkaar.
Zij strompelt overeind en vraagt aan het publiek: ,,Heeft mijn religie hem dit recht gegeven?''
Aan het eind van een tweede toneelstukje staat de vrouw die net met haar shawl door haar man is gewurgd op en zegt: ,,Vrouwen, verdedig jezelf. Verzet je tegen dit soort geweld!''
In andere sketches komen een gemene schoonmoeder en gemene schoonzus voor. Zij behandelen hun nieuwe familielid als een slavin: trappen en slaan haar en steken haar in brand.
Binnen, in het gebouw van de Progressieve Vrouwenbond, is een tentoonstelling ingericht van tekeningen van de scholieren. Gruwelijke scènes van een vader die zijn dochter neersteekt, van een schoonfamilie die toekijkt hoe een jonge vrouw levend verbrandt en van twee zwartgeblakerde en kromgetrokken handen.
Als de conventie is afgelopen, vraagt een jonge journalist of ik ook niet vind dat het eigenlijk de schuld is van het IMF en de Wereldbank dat de vrouw in Pakistan onderdrukt wordt. Hij heeft er een studie van gemaakt, zegt hij, en volgens zijn conclusie zijn zij uiteindelijk verantwoordelijk voor de verbrandingen, de eremoorden en de uitbuiting van vrouwen in Pakistan omdat zij de huidige verhoudingen in stand houden. In plaats van het geld aan de vrouwen zelf te geven, geven zij het aan de officiƫle instanties in Pakistan. Deze worden zoals iedereen weet, zegt hij, volledig beheersd door corrupte feodalen en corrupte militairen, die het geld in eigen zak steken.
De les die de journalist had kunnen leren van de scholieren, is langs hem heengegaan: dat de redenen van het geweld tegen vrouwen thuis gezocht moet worden, en niet over de grens.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.