Wouter Bos beschikte over sterke argumenten om zich niet beschikbaar te stellen voor het premierschap en zich tevens verre te houden van het noemen van namen van wie dan wel voor dit ambt in aanmerking komt. De PvdA, aldus Bos, is het beste gediend met een leider die zich concentreert op het herstel van de vertrouwensbreuk met de kiezer en dat kan hij het beste doen door in de Kamer te blijven. En voor het overige is het aanmatigend om als grootste verliezer met een kandidaat-premier te leuren. Dat moet de VVD maar doen.
Het leek mij een zinnig verhaal. Ik begrijp er daarom geen snars van dat diezelfde Wouter Bos toch nog met een kandidaat-premier op de proppen komt 'als de peilingen consequent aangeven dat de PvdA de verkiezingen gaat winnen'. Met zo'n uitspraak bevestigt hij de dictatuur van de opiniepeilingen. Gewoonteregel is dat de grootste partij de premier levert. De PvdA is echter niet de grootste, hooguit noteert zij de hoogste koers op de politieke aandelenmarkt van Maurice de Hond. Bos is dus bereid de grilligheid van de peilingen tot realiteit te verheffen en een kandidaat-premier (hijzelf misschien wel) het risico te laten lopen om net als Brinkman als gemankeerde premier terecht te komen in het wassenbeeldenmuseum van Madame Tussaud.
Moeten we hem deze buiging kwalijk nemen? Jazeker, zij bewijst dat ook voor Bos geldt dat uiteindelijk de waan van de dag belangrijker is dan de inhoud. Hij roept wel dat het hem er vooral om gaat een verdubbeling van de ziektekosten te voorkomen, een goede deal met de vakbeweging te sluiten over loonmatiging en de integratie en de veiligheid te bevorderen. Maar als het erop aankomt is het premierschap voor de PvdA net iets belangrijker dan inhoud geven aan dit soort zaken in het parlement. Want wie zijn kaarten zet op het premierschap, kiest voor het compromis en het overeind houden van een kabinet ongeacht de kleur. Daar is niks mis mee, maar het gaat wel ten koste van de profilering van het PvdA-gedachtegoed. Niet voor niets was de klacht dat de PvdA onder Paars, onder premier Kok dus, was verdampt.
Maar, zal Bos tegenwerpen: met het noemen van de kandidaat heb ik niet gezegd dat ik het moet worden. Dat is waar. Die premier kan ook Saskia Stuiveling (de huidige president van de Rekenkamer) of Margreeth de Boer zijn. Of Klaas de Vries, ook uitstekend hoewel die vanwege een kronkel anders dan Bos (die staatssecretaris was onder Paars) of Zalm tot de oude paarse politiek en niet te pruimen personen gerekend wordt. Het is dus mogelijk dat de PvdA echt terugkeert naar de dagen van Romme, de machtige KVP-leider die zelf het premierschap niet ambieerde, maar werkte met premiers als zetbaasjes.
Erg waarschijnlijk acht ik zo'n terugkeer niet. Zolang de PvdA bestaat was er altijd maar één optie: haar eerste man gaat voor goud, voor het premierschap, en als dat niet lukt schakelt de club over naar het leiderschap van de oppositie. Bos brak dus met zijn afzien van het premierschap met een PvdA-traditie. Hij leek te kiezen voor een dualistische opstelling, wat voor de monistisch ingestelde PvdA wezenlijk iets nieuws is. Maar met zijn buiging voor de peilingen bewijst hij dat dit nieuwe geluid uitsluitend geënt was op het dramatische verlies van de PvdA en de daaruit voortvloeiende eis van bescheidenheid. Onder dit gewaad van nederigheid bleef het monistische hart van de PvdA echter stevig kloppen. Zodra de peilingen de PvdA weer een veer geven om voor de mond weg te blazen, staat het premierschap weer als hoogste genoteerd. Ook voor Bos, want reken maar dat de druk groot is om dan zelf het hoogste ambt op te eisen. De Volkskrant hield al een warm pleidooi voor Bos als premier. Kortom, op een ingewikkelde manier kiest de PvdA toch weer voor een premier-verkiezing, waarmee het drama van Paars van voren af aan ontvouwd kan worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.