*

 

Denken over geweld en ploegscharen

Jan Willem van Henten − 15/01/03, 00:00

Weldenkenden en hooggeleerden verwerpen meestal elk geweld dat religies kenmerkt. De wereld van studie, beschaafd debat en argumenten staat immers ver af van de wereld van godsdienstig fanatisme. Of is dat te vlug, te gemakkelijk? De theologische fine fleur houdt volgende week drie dagen congres over de vraag of monotheïstische godsdienst en geweld een onafscheidelijk paar vormen.

Mordechai Ardons gigantische glas-in-lood werk in de hal van de nationale bibliotheek in Jeruzalem, waar ik dit artikel schrijf, verbeeldt Jesaja's bekende visioen: zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen. Het visioen is actueler dan ooit.

Twee jaar geleden werkte ik in deze nationale bibliotheek aan een boek over martelaren. Onderweg van en naar huis zag ik regelmatig de Palestijnse busjes met een slogan achterop 'liever dood dan slaaf', op tv interviews met moeders van de plegers van een zelfmoordactie en de videotape waarop de lieve zoon zijn daad toelichtte. Hij veronderstelde dat hij als martelaar (sjahied) in de hemel voor zijn daad rijkelijk beloond zou worden.

Israël/Palestina is al jaren een brandhaard van geweld dat religieus gevoed lijkt te worden, maar andere gebieden liegen er evenmin om. We kennen ze: Noord-Ierland, Sri Lanka, Kashmir, Afghanistan, Indonesië. Religie speelt volgens velen een centrale rol in deze conflicten en de strijdende partijen zijn op grond van hun religie van elkaar te onderscheiden: moslims versus joden, protestanten versus katholieken, moslims versus hindoes, moslims versus christenen.

Bij de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001 kreeg dit geweld plotseling een wereldomvattende dimensie. President Bush lanceerde zijn oorlog tegen het terrorisme en bidt dat God daarbij aan de zijde van de Amerikanen zal zijn. Natuurlijk is religie niet de enige voedingsbron; economische, sociale, etnische en culturele factoren spelen ook mee. Maar velen denken toch in de eerste plaats aan fanatisme dat aan godsdienst ontspruit.

Dit roept indringende vragen op: Als religie zo belangrijk lijkt bij het geweld in de wereld, hoort geweld dan wezenlijk bij religie? Welke rol spelen Bijbel, Koran, fatwa's? Zetten ze aan tot geweld, legitimeren ze het of helpen ze het tegen te gaan? En hoe stellen de betrokken gelovigen en religieuze leiders zich tegen dit geweld op?

Op deze moeilijke vragen is helaas geen eenvoudig antwoord. Voor de een is elke 'religie van het boek' verdacht, omdat zij is gebaseerd op de openbaring van een god die geen ander naast zich duldt. Immers, volgens traditionele opvattingen is Bijbel of Koran van kaft tot kaft Gods woord. Alleen dit goddelijke woord leidt tot het heil en het moet daarom wel tot harde botsingen komen wanneer joden, christenen of moslims met anderen samenleven.

De geschiedenis heeft dit maar al te vaak bevestigd. In de kruistochten werden moslims en joden het slachtoffer van in naam van Jezus Christus gepleegd geweld. In het Rijnland werden joden toen voor de keus gesteld tussen een bekering of een gruwelijke marteldood. Het geweld van toen mag christenen nu tot nadenken stemmen wanneer zij oordelen over het geweld van hun zusterreligies.

Meer verlichte gelovigen stellen dat het met die absolute aanspraak op de waarheid wel meevalt. Niet alleen leiden er meer wegen naar Rome, maar religie is op zichzelf volgens hen niet gevaarlijk of gewelddadig, net zomin als voedsel dat is. Pas bij misbruik van religie gaat het mis, zoals bij onmatig of verkeerd eten en drinken. Je moet je dus bij de positieve kant van religie aansluiten en zo de vrede en het goede leven bevorderen. Maar geven zij zich zo wel rekenschap van de gewelddadige kant van hun eigen heilige boek?

Zoals bekend is de God van Israël volgens de Bijbel een naijverige God, die korte metten maakt met zijn tegenstanders. In de oorlogen die de Israëliëten volgens de Bijbel streden werden buurvolken regelmatig in de ban gedaan, conform Gods voorschrift. Daarom werd na de inname van een stad de gehele bevolking gedood. Dat koning Saul een dergelijke ban niet volledig uitvoerde werd hemzelf noodlottig, want God verwierp zijn koningschap en beschikte een smadelijke dood voor hem en zijn zonen (1 Samuel 15).

Kunnen we zulke verhalen afdoen als een oude mythe of als geschiedenis uit een ver verleden? In Genesis 22, een bijbelverhaal met centrale betekenis voor alledrie godsdiensten van het boek, treedt het gewelddadige karakter van God opnieuw op de voorgrond: God test Abrahams trouw door van hem het allerergste te vragen dat je van een ouder vragen kunt: het offer van diens zoon Izaak. Geen enkele positieve uitleg van dit verhaal kan de brute gewelddadigheid van deze goddelijke opdracht wegnemen.

De brief die Mohammed Atta, kaper van 11 september, voor zijn ouders achterliet, maakt dit verhaal plotseling weer akelig actueel: hij roept zijn ouders op het voorbeeld van Abraham/

Ibrahim na te volgen. Christenen kunnen hierbij niet hun schouders ophalen, want Genesis 22 staat ook in hun Bijbel. Zeker, volgens Jezus moeten we onze vijanden liefhebben, maar tegelijk voorspellen de doemscenario¹s in Openbaring, het laatste bijbelboek, een afgrijselijk lot voor iedereen die geen gehoor geeft aan deze profetische woorden.

Wat kunnen wetenschappers doen? Cornelis Verhoeven spoort de 'denkers' in zijn boek 'Tegen het geweld' aan tot passiviteit en incassering van het geweld. Ik pleit voor precies het tegenovergestelde. Theologen en godsdienstwetenschappers kunnen het religieus fanatisme niet negeren en aan de zijlijn van het publieke debat over geweld blijven staan. Zij moeten zich uiten over vragen als: Is religieus fanatisme de automatische uitkomst van de absolute aanspraak op de waarheid in de monotheïstische godsdiensten of bestaat dit fanatisme vooral in de hoofden van buitenstaanders, door onjuiste beeldvorming? Worden moslims met hun concept van djihad terecht met dit fanatisme in verband gebracht?

Wetenschappers zijn zelf vaak betrokken bij religieuze activiteiten en dan hebben zij eens te meer een verantwoordelijkheid op grond van hun kennis en betrokkenheid. Hoe kunnen de gewelddadige passages in de heilige boeken op een verantwoorde manier uitgelegd worden? Hoe is een serieuze dialoog tussen mensen van verschillende godsdiensten mogelijk? Hoe kunnen religieuze leiders bijdragen tot het voorkomen en beheersen van conflicten? Wordt het geen tijd ook het geweld in eigen religieuze kring ter sprake te brengen en hoe dan?

Noster, kort voor de Nederlandse Onderzoekschool voor Theologie en Religiewetenschap, houdt op 20-22 januari in Soesterberg een congres over al deze vragen. Eén onderdeel heet niet voor niets 'de kerk als slagveld'. De theologen zijn aan zet.

mailIcon print |