De PvdA was in 1977 de eerste partij die het premierschap van haar lijstaanvoerder (Den Uyl) tot inzet van de kamerverkiezingen maakte. 'Kies de minister-president', luidde de leus waarmee de sociaal-democraten destijds de verkiezingsstrijd aangingen. De partij zette daarmee de trend in van de verkiezingen voor de Tweede Kamer verkapte premiersverkiezingen te maken. Den Uyls opvolgers Kok en Melkert traden ook als uitgesproken kandidaat-premier naar voren. In dat licht heeft de PvdA de kritiek van de concurrentie op het ontbreken van een kandidaat voor het Torentje over zichzelf afgeroepen. Het is hooguit wat flauw dat dit verwijt zo hoog wordt opgespeeld. Niemand kon vermoeden dat de partij zich, na de dreun van de kiezers op 15 mei, zo snel zou herstellen dat de vraag naar de premierskandidaat weer relevant zou zijn.
Bos heeft na zijn verkiezing tot politiek leider steeds verklaard dat hij, ook als de PvdA tot regeren werd geroepen, fractieleider in de Kamer zou blijven. Gezien zijn geringe politieke ervaring en de positie van de partij (kleiner dan D66 acht jaar geleden) leek dat een wijze keuze, ook al brak hij daarmee met de traditionele lijn van de sociaal-democratie. De grilligheid van de kiezers geeft nu aan dat een volkspartij met een natuurlijke aanspraak op de macht zich die relativering niet kan veroorloven. Die aanspraak was de afgelopen jaren te verkrampt, wat de keuze van Bos begrijpelijk maakte. Zij is nu te zwak en biedt de concurrenten een aanvalsvlak voor de kritiek dat de PvdA de boel nog niet op orde heeft en ongeschikt is om te regeren.
Of het gewenst is in de verkiezingsstrijd zo de nadruk te leggen op het premierschap is een tweede. Feit is dat de partijen er een gewoonte van hebben gemaakt, waardoor de functie politiek aan betekenis heeft gewonnen en eigenlijk een aparte legitimatie vraagt om een eind te maken aan het wringen met de kamerverkiezingen. We zeggen nog steeds dat de premier de eerste onder zijns gelijken is, maar in de praktijk en volgens de formele regel is dat niet meer zo. In de Grondwet heeft de minister-president een aparte positie (hij wordt niet meer gekozen door zijn collega's) en op het Europese toneel speelt hij de rol van regeringsleider. In dat licht is het gewenst dat partijen hun aanspraak op de macht ook in een persoon verbeelden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.