*

 

Kritiek op streefcijfers voor politiekorpsen

Van onze verslaggevers − 04/01/03, 00:00

AMSTERDAM - Binnen de Raad van hoofdcommissarissen heerst verdeeldheid over het afrekenen op prestatie, zoals het demissionaire kabinet wil.

Hoofdcommissaris Jelle Kuiper van Amsterdam-Amstelland, die zulks onzin vindt, kreeg gisteren bijval van de Utrechtse korpschef Peter Vogelzang. Hij noemt het prestatiecontract een 'belediging voor de betrokkenheid, gedrevenheid en ambitie waarmee agenten hun werk doen'.

Als Vogelzang het contract krijgt voorgelegd, zal hij zich er niet tegen verzetten, maar blij is hij niet. Vooral over de afrekening kan Vogelzang zich opwinden. ,,Geld is niet de reden waarom ik een aantal jaren geleden vanuit het bedrijfsleven bij de politie ben teruggekeerd. Minder geld als straf voor niet gehaalde prestaties of een bonus als we het als korps heel goed hebben gedaan, dat werkt bij mij niet. Voor geld hoef ik het werk bij de politie niet te doen.''

Vogelzang ziet meer gevaren bij het Haagse navelstaren naar streefcijfers. ,,De methodiek is verkeerd. Het houdt het risico in dat het beleid alleen nog gericht is op successen, zoals het aanhouden van het aantal boeven. Andere, niet prestatiegerichte zaken sneeuwen onder. In Utrecht besteden we veel tijd aan een nieuw opleidingstraject. Drie maanden school, drie maanden stage. Zulke zaken komen dan in gedrang.''

Anders dan Kuiper en Vogelzang is de Rotterdamse korpschef, A. Meijboom, enthousiast over het aangaan van prestatiecontracten. ,,De aanpak van veiligheid vraagt om een actieve, optredende overheid'', vindt hij. ,,Ik ben het dan ook niet eens met de tegenstanders. Ik ben niet bang dat dergelijke afspraken de flexibiliteit van de politie aantasten. Uit ervaring weet ik dat de prioriteiten van de politiek vrijwel nooit botsen met die van ons korps. Wat mijzelf betreft: ik beschouw mijn aanstelling al als prestatiecontract. Ik heb geen contract nodig om mijn best te doen.''

De hoofdcommissarissen van de kleinere korpsen, zoals korpschef Kuijs van Brabant-Zuidoost, zien geen obstakels.

VERVOLG OP PAGINA 4

Eén commissaris ziet de bonussen al tegemoet

VERVOLG VAN PAGINA 1

Maar, zegt zijn plaatsvervanger H. Schalken, doelen stellen is prima, zolang andere partijen erbij worden betrokken. ,,Veiligheid is niet alleen een politiezaak. Wij hebben er als politie geen zin in om straks te worden afgerekend op zaken waarop we weinig tot geen invloed hebben.''

Daar is hoofdcommissarris

J. van den Berg van Drenthe het mee eens. Een prioriteit in Drenthe is het terugdringen van het geweld in het uitgaansleven. ,,De meeste problemen ontstaan wanneer de cafés tegelijk sluiten en het openbaar vervoer niet in staat is de veelal beschonken gasten af te voeren. Het is goed om met Den Haag afspraken te maken, maar nog beter om met het openbaar vervoer en de gemeenten om de tafel te gaan zitten om de problemen aan te pakken.''

De angst van de Amsterdamse commissaris dat het contract vol Haagse wensen staat en te weinig rekening houdt met regionale verschillen, dat gelooft Van den Berg niet. Drenthe wil meer menskracht vrijmaken voor de handhaving van de verkeersveiligheid nu deze provincie tot de onveiligste is uitgeroepen. ,,Daar zal ruimte voor komen in het contract.''

Korpschef Burg van Baarle van Limburg-Noord ziet zelfs een trendbreuk. ,,Vorige jaren keken we veel terug, nu stellen we ons doelen.'' Gisteren kwam hij met een lijstje taken: aantal op te lossen zaken met 400 verhogen, bereikbaarheid politie binnen 20 seconden verhogen met 10 procent, en natuurlijk het verlagen van het ziekteverzuim. Toch vindt de korpschef dat cijfers niet alles zeggen. ,,Het zijn niet meer dan indicatoren van onze bijdrage aan de veiligheid en leefbaarheid van de samenleving. De burger doet ons tekort als zij alleen naar deze cijfers kijkt. De politiek moet het niet willen.''

Zijn collega in Limburg-Zuid, Wim Velings, is wel bang dat cijfers in het prestatiecontract een doel op zichzelf worden. ,,Een contract is altijd tweezijdig: de minister moet zorgen voor de randvoorwaarden. Je moet je als korpschef kwetsbaar kunnen opstellen, je mag van mij verwachten dat ik mijn afspraken nakom. Maar ik moet wel de ruimte hebben om uit te leggen waarom ik bepaalde doelen niet heb gehaald.''

,,Sancties en afrekenen, dat klinkt als bijltjesdag, maar dat is niet de bedoeling. Daar ben ik helemaal niet bang voor.''

Korpschef B. Welten van Groningen ziet de bonussen al tegemoet. Hij wijst op het succes dat het noordelijkste korps heeft, als het gaat om het aantal aangeleverde zaken bij het openbaar ministerie.

,,Wat dat aangaat, zijn we nummer één in Nederland.''

mailIcon print |