DEN HAAG - Kamerleden houden er ernstig rekening mee dat de parlementaire enquête bouwnijverheid nog een staartje krijgt in de vorm van juridische procedures. Na Arnhem en Groot Salland zouden andere gemeenten, maar ook provincies, kunnen onderzoeken of ze geld van bouwondernemers kunnen terugvorderen.
Dit blijkt uit de stortvloed van vragen van kamerleden, die regering en enquêtecommissie deze maand zullen beantwoorden. De kamerleden zien het als een probleem dat gemeenten nog geen inzicht hebben in de vraag of en in hoeverre ze zijn benadeeld. Het openbaar ministerie heeft de stukken over de bouwfraude nog niet vrijgegeven. Bovendien is het de vraag of benadeling wel te bewijzen is, ook al zijn prijsafspraken aangetoond. De kamerleden zullen de regering vragen te bevorderen dat gemeenten onderling ervaringen uitwisselen over eventuele bouwfraudes.
De enquêtecommissie wil voorkomen dat ze een 'paradijs' voor advocaten heeft geschapen, maar kritische kamerleden vragen zich af hoe dat dan moet.
Uit de honderden vragen blijkt dat kamerleden vooral kritisch zijn over de rol van de accountants. Ook de Raad van Arbitrage, die geschillen beslecht tussen opdrachtgevers en aannemers, wordt niet gespaard en er zijn kamerleden die zich afvragen of dit orgaan in de toekomst nog wel een rol dient te hebben.
Op de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is eveneens kritiek, omdat de bouw in het verleden niet de nodige aandacht kreeg van de kartelwaakhond. Maar de NMa vindt ook bij veel kamerleden gehoor voor haar pleidooi voor meer bevoegdheden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.