*

 

Fietsen naar Toulouse

Ruud van Haastrecht − 04/01/03, 00:00

Sommige mensen doen iedere vakantie hetzelfde, en ze blijven het leuk vinden. Joop Troeder (74), pensionaris in Amsterdam, fietst elk jaar naar het Franse Toulouse:

,,In de vakanties fietste ik met mijn vrouw altijd korte stukjes in Noord-Frankrijk, met een tentje achterop. Op mijn zestigste hield ik op met werken en ben toen een paar keer in mijn eentje in Frankrijk gaan fietsen.

Op mijn derde tocht ging ik naar Albi, met z'n verschrikkelijk mooie kathedraal Sainte Cécile en het museum van Toulouse-Lautrec. Ik dacht: nog maar tachtig kilometer en dan ben ik in Toulouse. Nu kom ik er twee keer per jaar.

Wat ik leuk vind aan Toulouse? Allereerst de grootte, het is net zo groot als Amsterdam. Het heeft als bijnaam 'Ville Rose' door de rode steen waaruit de stad is opgetrokken. En dan die prachtige Garonne die erdoorheen stroomt. En het heeft de drukte en de levendigheid van een studentenstad. Alles is er, veel terrassen. Natuurlijk is Parijs ook leuk. Maar in Toulouse staat de zon veel hoger aan de hemel. Het is daar wel tien graden warmer dan hier. Dat hoge licht, dat felle licht op die rode steen, dat is prachtig. En de musea natuurlijk: Hôtel d'Assezat, dat permanent dertig schilderijen van Bonard heeft hangen, het Centre d'Art moderne et contemporain Les Abbattoirs... Er is heel veel goeie en moderne kunst. Ik ben ook een paar keer in Marseille geweest. Ik vond het er erg mooi, maar het is niet zo cultureel.

In de laatste week van mei vertrek ik altijd, precies zodat ik het Fête de la Musique haal. Dat is in heel Frankrijk op de langste dag, 21juni. Dan kun je op honderden plekken in Toulouse schitterende muziek horen. Eerst trein ik naar Mons in België en daar stap ik op m'n fiets, zo'n hightech hybride met 27 versnellingen en zo'n stuur met van die horens. Gemiddeld fiets ik 70 kilometer per dag, ergens tussen 30 en 100 kilometer. De beweging van het fietsen vind ik fantastisch. M'n bloed gaat er goed van stromen, ik zie alles, hoor alles en ruik alles. En ik praat veel met mensen onderweg. Het enige waarvoor je moet opletten is voor de hongerklap: dat je meer energie verbruikt dan inneemt. Dat is me één keer overkomen.

Nee, ik neem niemand mee. Ik fiets alleen. Vijftig meter achter me, dat mag! Soms houd ik een rustdag in de grotere steden, want daar zijn musea en kerken. De laatste jaren ga ik ook in januari met de TGV. Om aan het sombere weer hier te ontsnappen.

Ik neem altijd dezelfde kamer in een oud hotel, Le Tivoli, in het centrum. Ik heb er wel eens over gedacht om in Toulouse een huis te kopen, maar die zijn bijna even duur als in Amsterdam. Het lijkt me wel heerlijk. Ik bekijk elke keer dat ik er ben de aanbiedingen in de etalages van de makelaars. Je weet maar nooit.''

mailIcon print |