Vroeger werd je als stagiair voor de leeuwen gegooid: de klas in, en maar zien hoe je overleeft. Tegenwoordig krijgen studenten een bataljon begeleiders. Op het Helen Parkhurst College in Almere worden studenten getraind in het vraaggestuurd werken, met leerwerktaken, en veel overleg. ,,Uiteindelijk komt het allemaal op hetzelfde neer'', zeggen de stagiaires. ,,Lesgeven.''
Drie stagiaires zitten op een bank. Vijf oudgedienden in het onderwijs buigen zich naar hen toe en vuren vragen op hen af. Hoe bevalt het hen in de klas? Hoe is de begeleiding? Kunnen ze overweg met de taken die hen gesteld zijn? De studentes reageren laconiek, zij het een tikje verbaasd; dachten ze weer een docentenvergadering bij te wonen, zit er een comité klaar om te counselen.
Anja Westerhoud (23), gevraagd naar de gang van zaken in de klas, wil best haar eerlijke mening geven. ,,Ik vind dat veel leerlingen hier te ver gaan. Wat loop je nou te zeuren, zeggen ze tegen hun leraar.''
,,Wat zou jij daarmee willen doen?'', vraagt Maurice van Werkhooven van de pedagogisch studiecentrum APS.
,,Ik zou zo'n leerling apart nemen, en zeggen dat je zo niet met mensen omgaat'', zegt Anja stellig.
Zij is derdejaars wiskundestudent op de Educatieve Faculteit Amsterdam en loopt stage op het Helen Parkhurst, school voor Daltononderwijs in Almere. Naast haar zitten Carlijn Canté (20, Duits) en Marieke ten Thij (22, wiskunde). Zij doen mee aan de opleidingsschool, een project waarbij studenten vanaf het eerste jaar al meedraaien op school. Sinds september zijn er achttien 'duale' studenten die twee dagen per week stage lopen op het Parkhurst. In het openbaar onderwijs in Almere lopen er in totaal derig rond. Daarnaast zijn er de leraren in opleiding (lio's): vierdejaars die betaald vier dagen per week werken.
Twee dagen in de week leren en werken de studenten. Ze worden niet meteen ingezet zoals zij-instromers, maar staan wel dichter bij de praktijk dan de meeste studenten op lerarenopleidingen. De ene dag lopen ze stage, de andere dag zijn ze in dienst van de school. Wat zij leren en doen moet ook ten goede komen aan de school. Leerwerktaken, heet dat.
,,Nee'', zegt directeur Stef Heinsman beslist, ,,De opleidingsschool is níet bedacht om in het lerarentekort te voorzien.'' Althans, niet in eerste instantie. Het probleem van het tekort, zegt Heinsman, is het imago van het onderwijs. ,,We doen te veel wat anderen hebben uitgedacht, er is geen uitdaging.''
Op zijn school snijdt het mes aan twee kanten: de docent is tevens opleider, met meer verantwoordelijkheden dan alleen lesgeven. Door de nauwe samenwerking met de lerarenopleiding moeten zij meer nadenken over de essentie van het lesgeven. Dat verfrist, en dat heeft, hoopt Heinsman, weer zijn uitstraling op collega's en leerlingen.
Rondom de studenten is een cordon van begeleiders geformeerd: vanuit de opleiding, de school, het APS. Vandaag willen zij van de studenten weten of ze op de goede weg zijn in dit experiment. Tenslotte is deze school een lerende organisatie.
De ene na de andere docent komt binnendruppelen, tot ergernis van de kordate APS-afgevaardigde Van Werkhooven. Ergens staat taart, onderwijs-ondersteunend personeel komt net iets te vroeg de kopjes en schoteltjes opruimen, en temidden van het tumult vragen de studentes zich af wat nu eigenlijk de bedoeling is.
Even later worden ze met enkele docenten en begeleiders in een aparte kamer geleid voor een dieper gesprek. Anja blijft op de bank, vier mannen om haar heen op het puntje van hun stoel, gebakjes in de hand. De vragen zijn direct, haar antwoorden zijn strak en helder. Aannemen, nu!, zeggen de glimmende oogjes van Van Westerhooven.
Over de discipline tijdens de Daltonuren, als leerlingen geacht worden zelfstandig te werken: ,,Naar mijn idee moet er toch af en toe wiskunde gedaan worden. Zeker de helft zit niets te doen. Dalton-uren zijn goed om eens lekker bij te beppen.''
Er valt een stilte. ,,Ja'', zegt de man van het APS. ,,Leerlingen organiseren hun eigen betekenisvolle momenten.''
De Parkhurst-docent: ,,Niet wandelen tijdens Dalton-uren is de enige afspraak. En ook dat lukt niet.''
,,Ik vond het een boeiend gesprek'', zegt zijn collega tenslotte.
,,Nou mooi'', zegt Anja droog.
Marieke is in een klein kamertje terzijde genomen. Of het haar lukt om leerwerktaken op te stellen (taken waar zij van leert en waar de school ook iets aan heeft, zoals het nakijken van een toets). Kan ze nee zeggen als een docent haar assistentie wil bij het Sinterklaas-feest? Kan ze omgaan met het vraaggestuurd werken, het systeem waarin de leerling/student zelf aangeeft wat hij of zij wil leren?
Bepaalt ze graag zelf wat ze wil leren op school of volgt ze liever een lijst met taken die ze een voor een uitvoert, vraagt de begeleider van de EFA. Hij bemerkte twijfel en onzekerheid bij de stagiaires en hoopt die weg te nemen door hun taken in de klas duidelijk voor te schrijven. Van Westerhooven gruwt ervan. Dat is, zegt hij, terug naar de oude reflex van de leraar: wij vertellen jullie wat je moet leren. De schoolbegeleider heeft genoeg scholen gezien waar leerlingen van alles leren wat hen niet interesseert en wat ze bovendien vergeten zodra ze van school af zijn. Hij wil dat er docenten komen die ingaan op wat leerlingen willen leren, naast de verplichte leerstof.
Het Parkhurst is een eind op weg met dat vraaggestuurde onderwijs, maar Marieke is nog niet overtuigd van de werkwijze en het klimaat op de school. ,,De leerlingen hier zijn zo mondig. ,,Ik weet niet of dat voor alle kinderen zo goed is. En veel scholieren hebben moeite met het plannen van hun werk.''
Carlijn, over de door haar opgestelde leerdoelen: ,,Mijn docent op de EFA zei dat ik meer moest werken aan orde houden. Zegt mijn begeleider hier dat ik geen orde hoef te houden.''
Na de kerstvakantie, vinden Carlijn, Marieke en Anja, moet het maar eens afgelopen zijn met al dat gepraat. Binnenkort mogen ze zelfstandig voor de klas en daar kijken ze erg naar uit. Toch vinden ze deze stage de meest leerzame tot nu toe. ,,Je kunt hier je eigen visie doorvoeren in de les. Op andere scholen geven ze les op een bepaalde manier en zo moet het dan. Hier krijg je meer verantwoordelijkheid.''
Maar, zeggen de drie studenten, het komt uiteindelijk toch op hetzelfde neer: lesgeven. Marieke: „Ik heb op drie andere scholen stage gelopen, en de praktijk is redelijk hetzelfde. Alleen het gepraat erom heen is anders.''
De taartdoos is leeg, het servies afgeruimd. De docenten zoeken hun klas weer op. ,,Ik ben blij dat jullie ermee doorgaan'', zegt Van Werkhooven. ,,Ja'', grijnzen de drie, ,,anders hebben jullie geen project''.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.