DEN HAAG - Het is een fabeltje dat het verschil tussen arm en rijk in Nederland in de jaren negentig is toegenomen. De inkomens van de armeren stegen net zo hard als die van de rijken, zo blijkt uit zeer grondige berekeningen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
De inkomens van niet-werkenden zijn relatief net zo hard gestegen als die van werkende Nederlanders. De toenemende aantallen tweeverdieners, werkende vrouwen en hogeropgeleiden bleken niet aantoonbaar van invloed.
Opvallend is dat ondanks de stabiele inkomensontwikkeling het gevoel van de Nederlander nu meer dan voorheen zegt dat het oneerlijk verdeeld is. Gemiddeld 70 procent van de ondervraagden gaf in 2000 aan dat de verschillen tussen arm en rijk kleiner moeten, tegen 55 procent in 1995. Onder de lagere inkomens zijn relatief meer voorstanders voor nivellering dan onder hogere inkomens.
In 1999 verdiende de 20 procent van de huishoudens met de laagste inkomens samen 10 procent van het totale inkomen in Nederland. De 10 procent rijkste huishoudens beschikten over 20 procent van de totale inkomen.
Het SCP stelt dat de jaren 1977, 1985 en 1990 breekpunten zijn in de ontwikkeling van de inkomensongelijkheid. Tot 1977 werd de kloof arm-rijk kleiner, tussen 1977 en 1985 stabiliseerde de ongelijkheid. Daarna nam de ongelijkheid weer toe, tot 1990 toen aldus een stabiele periode aanbrak. De constantheid van de inkomensverdeling past bij de intenties van de opeenvolgende kabinetten, meent het SCP.
De SCP-onderzoekers vonden tot hun verrassing geen cijfermatige steun voor literatuurstudies dat de verschillen zouden moeten toenemen. Ook binnen enkele afzonderlijke groepen, zoals jongeren of ouderen, zijn de verschillen vrijwel gelijk gebleven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.