DEN HAAG - Een bonte verzameling landen kent beperkingen op opiniepeilingen in verkiezingstijd. Niet alleen landen waar de regeringen een hekel hebben aan publieke opinie, ook onverdacht democratische, zoals Canada, leggen opiniepeilers beperkingen op. Maar nieuwe media zoals internet halen de verboden onderuit.
In Nederland duikt de roep om verboden steevast op, zodra de peilingen snelle, onverwachte veranderingen suggereren, zoals nu met de rijzende ster van de PvdA'er Bos. Altijd is er dan de vrees dat het kiezersvolk alleen maar achter de fanfare aan wil lopen. Met andere woorden: wie eenmaal succes boekt in de peilingen, kan nauwelijks meer stuk. Politici die slecht scoren, klagen dan dat niemand meer luistert naar de inhoud van de politieke boodschap.
De in Amsterdam gevestigde Foundation for information, een instelling van marktonderzoekers, turfde in 1997 dat 30 van de onderzochte 78 landen korte of lange periodes voor verkiezingen een embargo op politieke opiniepeilingen kennen. Koploper in Europa is Luxemburg, dat maar liefst 30 dagen van geen peiling wil horen. Buiten Europa valt Zuid-Afrika op met zes weken. Een trend lijkt er niet te zijn. Italiƫ verkortte het embargo van drie weken tot 15 dagen. In Turkije werd het verbod uitgebreid van 24 uur tot 30 dagen.
Ook worden er pogingen gedaan media te bewegen vrijwillig af te zien van peilingen. Zoals in Duitsland, waar de Persraad ooit de aanbeveling deed om kort voor de verkiezingen geen opiniepeilingen meer te publiceren. Niemand houdt zich daaraan.
In India, waar verkiezingen aanleiding kunnen zijn voor gewelddadige uitbarstingen, heeft de Kiescommissie geprobeerd een publicatieverbod in te stellen. Maar bij het Hooggerechtshof sneuvelde dat verbod na klachten van kranten.
Ook in Frankrijk stapten kranten naar de rechter. Het publicatieverbod dat gold in de week voor verkiezingen is, anders dan Trouw zaterdag meldde, aangepast. In september 2000 verklaarde het Hof van Cassatie, het hoogste rechtscollege, het verbod in strijd met de mensenrechten. Een belangrijke overweging van het hof was dat het verbod mensen zonder internet benadeelde. Want bij de presidentsverkiezingen van 1995 had een dagblad het verbod omzeild door op de eigen website een link te leggen met die van een Zwitserse krant, die alle vrijheid had om Franse peilingen te publiceren.
De discussie in Frankrijk is daarmee nog altijd niet voorbij. Boze kiezers stapten vorig jaar nog naar de rechter. Zij vonden het de schuld van de opiniepeilers dat de extreem-rechtse Le Pen de socialist Jospin had verslagen in de eerste ronde. De opiniepeilers hadden immers voorspeld dat Jospin de eerste ronde zou halen, zodat veel linkse kiezers de moeite niet namen om in die eerste fase te gaan stemmen. De thuisblijvers waren misleid, meenden de klagers. Maar de rechter haalde de schouders op. Er was geen overtreding geweest en dus kwam er geen rechtszaak.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.